5 Tips voor hogere punten op je protocol

5 Tips voor hogere punten op je protocol

0 5151

Soms denk je dat je een geweldige proef hebt gereden. Totdat je je protocol krijgt… ‘Wát?! 58%?!’ Of het lukt je maar niet om boven de 65% uit te komen. Het was voldoende, maar niet ‘goed’.

Soms zijn het de kleine dingen die het verschil maken. Blijf met een focus trainen en let op wat er op je protocol staat. Dan is het mogelijk om je resultaat met een paar procent op te krikken. Want: elke punt telt mee!

1. Rijd nauwkeurig

Hoewel het waar is dat je de correcte uitvoering van een oefening niet opoffert omwille van de nauwkeurigheid, kunnen eenvoudige dingen zoals het maken van overgangen (op de letter) en voltes (niet te groot, niet te klein, rond, op de juiste plek) je score verbeteren.

Het goed doorrijden van je hoeken hoort er ook bij; bovendien gebruik je die om je paard fijn te laten buigen.

2. Lees de richtlijnen

Op een protocol lees je vaak naast de oefeningen de richtlijnen die daar bij horen. Ze vertellen letterlijk hoe de jury tot een cijfer komt, dus kun je daar zelf ook aandacht aan besteden.

Soms kunnen ze behoorlijk gedetailleerd zijn. Maak bij het doornemen van je proef aantekeningen van wat de jury graag ziet: rustige en vloeiende overgangen, verlengen van het frame (dus geen opgekropte hals), stelling en buiging… Rijd je bijvoorbeeld een slangenvolte, weet dan dat de jury duidelijk wil zien dat je de stelling en buiging verandert bij elke boog.

Verder: ken de proef; weet wat er komt. Ook al wordt je proef voorgelezen, dan nog is het fijn als je niet verrast wordt omdat er ‘al’ een oefening volgt die je (nog) niet verwacht had.

3. Gebruik ‘niet gemarkeerde’ zones

Er zitten altijd ‘grijze zones’ in een proef. Wordt bijvoorbeeld het onderdeel ‘M-X-F Gebroken lijn’ gevolgd door ‘Tussen A en K in arbeidsgalop rechts aan springen’ dan heb je in de hoek tussen F en A de tijd je paard om te buigen en attent te maken voor je been.

Hetzelfde kan worden toegepast op midden- of uitgestrekte gangen. Gebruik de hoeken of rechte stukken die niet gemarkeerd zijn om je goed voor te bereiden, vóórdat de eigenlijke oefening begint.

4. Werk aan de stap

De stap wordt altijd een beetje onderschat door ruiters. Simpelweg omdat ze dan stoppen met ríjden! In de uitgestrekte stap bijvoorbeeld is het niet de bedoeling dat je je paard aan een losse teugel laat lopen. Zorg ervoor dat je contact houdt met de mond en dat je paard de teugel meeneemt. Probeer je paard ruimere passen te laten nemen en laat hem ook in de hals verlengen.

Neem dus ook de stap mee in je training. Zorg ervoor dat je paard niet gaat dribbelen.

5. Controleer je houding en zit

Veel ruiters zijn een beetje gespannen op een wedstrijd, vooral als hun paard fris is en een beetje stout. Het resultaat? Je gaat voorover zitten, kijkt naar beneden, spant je schouders… Dit zorgt niet alleen voor een lager cijfer voor je houding en zit, maar ook voor minder inwerking (of een verkeerde!) op je paard.

Hoofd omhoog, schouders naar achteren en zítten!

FEI/Hoefslag

Foto: DigiShots

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 52)

Reacties