Dierenkliniek Wolvega: Welk hooi voor mijn paard?

Dierenkliniek Wolvega: Welk hooi voor mijn paard?

hooi voeding

De hooitijd is altijd een bijzonder moment voor de paardeneigenaar die zijn eigen hooi produceert en oogst. Hij moet onder meer het ideale tijdstip van hooien bepalen en oog hebben voor het drogen van het hooi. Welk hooi is geschikt voor mijn paard?

We willen allemaal het beste voor ons paard en ook het lekkerste als het even kan, vandaar dat we zo zorgzaam en kieskeurig zijn bij het bepalen van het type krachtvoer dat onze paarden eten. Hooi wordt dan soms een beetje een ondergeschoven kindje, ofschoon dit zeer onterecht is en eigenlijk een beetje een eigenaardige houding. Hooi (of andere bronnen van ruwvoeder zoals voordroog) vertegenwoordigt het belangrijkste en grootste aandeel van het dieet van het paard.

Herbivoor

Het paard is primair een herbivoor en gemaakt om gras en aanverwanten te eten. Wij geven het paard granen in de vorm van krachtvoer, maar in de natuur eten paarden geen granen. Wij mensen hebben het concept ontwikkeld om paarden granen te voeren om zo extra energie te verschaffen om arbeid te kunnen ver-richten. Ofschoon steeds meer recente studies aantonen dat paarden in behoorlijke sportcompetitie niveaus kunnen presteren, puur op hooi.

Deze studies bewijzen nog maar eens hoe belangrijk hooi in het dieet van het paard is. Een paard haalt er veel energie uit en het is een zeer veilige voedselbron, op voorwaarde dat het hooi kwaliteitsvol is en past bij jouw paard. Het ene hooi is immers het andere niet.

Op twee plaatsen

Vertering en opname van voedingsstoffen gebeurt binnen het spijsverteringsstelsel van het paard hoofdzakelijk op twee plaatsen. De dunne darm, waar vooral opname van suikers, eiwitten en vetten plaatsvindt met de hulp van spijsverteringsenzymen die geproduceerd worden door onder andere de alvleesklier en de lever en lokaal ter hoogte van de darmwand. Krachtvoer bevat veel suikers, eiwitten en vetten en wordt hoofdzakelijk in dat deel van het spijsverteringsstelsel verteerd.

De dunne darm is verantwoordelijk voor 30% van de totale vertering. De dikke darm daarentegen verteert cellulose en kan dit dankzij de darmflora die daar rijkelijk aanwezig is. Eigenlijk is het hooi de voeding voor de flora van de dikke darm. Deze flora verteert het hooi en produceert daarbij onder andere vluchtige vetzuren die door de darmwand worden opgenomen naar de bloedbaan en door het paard als energiebron worden gebruikt.

Hoofdaandeel

Vernietig de flora in de dikke darm van het paard, en het kan geen hooi meer verteren. De dikke darm van het paard is verantwoordelijk voor zo’n 45% van de vertering en vertegenwoordigt dus het hoofdaandeel.

Onze inzichten en kennis over hooi evolueren snel de laatste jaren. Het feit dat paarden competitiesport kunnen doen op een puur hooi dieet was binnen de wetenschappelijke wereld toch wel een eyeopener. Paarden halen dus meer energie uit hooi dan we vroeger veronderstelden. In retrospect bekeken is het ook logisch dat een paard super efficiënt kan omgaan met de meest natuurlijke voedingsbron in zijn dieet. Maar het ene hooi is het andere niet en het ene paard is het andere niet.

Sterk verschillende snedes

Wat hooi betreft, is het belangrijk te beseffen dat snedes sterk kunnen verschillen wat betreft eiwit- en suikergehalte, ruw vezelgehalte en verteerbaarheid. Als je met professionele hooianalyses aan de slag gaat, wat steeds meer hooiproducenten doen, dan besef je dat visuele inspectie van een hooilading en het hooi ‘voelen en ruiken’, behoorlijk onbetrouwbare manieren zijn om hooi energetisch in te schatten. Met andere woorden: lang niet alle groen en fijn hooi is hoog energetisch en lang niet al het grofstengelig hooi is ‘arm hooi’.

hooi voeding
Hooi maken
© DigiShots

Zoals altijd: meten is weten en enkel een officiële hooianalyse, die overigens tegenwoordig zeer betaalbaar is, kan zekerheid geven over de samenstelling van het hooi dat je voert. Daarbij is het uiteraard belangrijk dat de nodige referentiewaarden voor de verschillende voedingsstoffen in het hooi specifiek voor het paard geformuleerd moeten worden. Het heeft geen zin om de analyse resultaten te vergelijken met normaal-waarden voor hooi geschikt voor runderen.

Vooral het verteerbaar suiker- en eiwitgehalte in het hooi verdienen aandacht. Hoe hoger deze zijn, wat je vooral zal aantreffen in hooi dat vroeg geoogst is (begin juni), zonder dat het gras in de aren is geschoten, hoe voorzichtiger je ermee moet omspringen. En daarmee willen we zeker geen pleidooi lanceren om enkel arm, in de aren geschoten hooi aan paarden te voederen. Integendeel! Dat zou een gemiste kans zijn. De kunst bestaat er juist in om het juiste hooi op het juiste moment te voeren aan het juiste paard.

Rasverschillen

Er zijn belangrijke rasverschillen wat betreft energiebehoeften. Sommige rassen, zoals Shetlanders, IJslanders en Fjorden hebben hun natuurlijke habitat in zeer onherbergzaam, koud en voedselarm gebied. Het mag dan ook niet verbazen dat de natuur hen heeft uitgerust met een super efficiënt en spaarzaam energie opname- en verbruiksysteem. Zij zijn ertoe in staat om als een spons alle energie weg te zuigen uit een zeer arme energiebron. Ze kunnen in feite dik worden van arm hooi en worden ook wel ‘easy keepers’ genoemd.

Dat is prachtig en komt enorm van pas als je verblijft in de Schotse Hooglanden, maar dat is toch wel een puntje dat aandacht verdient als je in Nederland woont en elke dag graast op een sappige groene weide.
Aan het andere uiterste staat de volbloed. Die jaagt de energie er doorheen, net als een straalmotor. Het Friese paard zit daar ergens middenin, met toch wel de neiging tot ‘easy keeper’. Dat wil zeggen dat het dieet van het Friese paard zeker niet gericht moet zijn op het laten draaien van een straalmotor, maar eer-der gematigd energetisch dient te zijn, met een rijkelijk aandeel ruwvoer zoals hooi.

Equine metabool syndroom

De hooikeuze wordt nog belangrijker als het paard te kampen heeft met bepaalde problemen, zoals EMS (equine metabool syndroom) of spierproblemen. Paarden met EMS zijn gevoelig voor het verzamelen van vet in specifieke gebieden van het lichaam (meestal de nek, staartaanzet, schouder en liesstreek) of zijn gewoon algemeen zwaarlijvig. Vooral rassen die behoren tot of die genetisch materiaal in zich dragen van ‘easy keepers’ komen hiervoor in aanmerking. Helaas is het zo, dat net zoals zwaarlijvigheid bij de mensen een echte epidemie lijkt te worden, we dat ook met toenemende mate zien optreden bij paarden, honden en katten.

Tot een tiental jaren geleden dacht men dat al dat vet gewoon een inerte energiereserve was, die daar als een dikke speklaag werkloos lag te wezen. Nu weet men wel beter. Onderzoek heeft aangetoond dat over-matig vetweefsel een massa hormonen produceert en stoffen die ontstekingen uitlokken overal in het lichaam.

Minder onschuldig

Overgewicht is dus veel minder onschuldig dan het vroeger leek en de wetenschap dat het overmatige vet-weefsel massa’s stoffen produceert die het hele lichaam beïnvloeden, is meteen de verklaring waarom zwaarlijvige mensen grotere kans hebben op diabetes type 2, aderverkalking, kanker, vroegtijdige sterfte, etc. Ook bij paarden neemt de kennis over de gevolgen van zwaarlijvigheid toe, ofschoon dit nog in de kinderschoenen staat.

Paarden met EMS zijn zeer gevoelig voor het ontwikkelen van onder andere hoefbevangenheid. In ieder geval is het zo dat paarden met EMS enkel baat hebben bij vezelrijk hooi, arm aan suikers en eiwitten. Eigenlijk is het essentieel om bij deze paarden met een hooianalyse te werken en zelfs het hooi te wegen. Je kan tegenwoordig overal een weeglus kopen waaraan je je vliegtuigbagage kan hangen om te wegen. Deze kan je vlot gebruiken om hooi te wegen.

Paarden met EMS volstaan met 1.5% van hun lichaamsgewicht aan hooi iedere dag. Het hooi kan het beste in een slow feeder aangeboden worden, zodat de opname verspreid over de dag gebeurt. Er kan voor gekozen worden om vitamine en mineralen korrels (balancer) bij te voederen. Krachtvoer is voor deze paarden af te raden. Eerdere studies hebben aangetoond dat het weken van hooi in water een hulpmiddel is om de suikers uit het hooi te wassen. Echter, recente studies hebben aangetoond dat hiermee voorzichtig moet worden omgesprongen en dat het weken geen garantie biedt voor het uitspoelen van de suikers. De effectiviteit van het water weken verschilt sterk tussen hooi ladingen.

Spierproblemen

Net als paarden met EMS, zijn paarden met spierproblemen gevoelig voor hoog energetisch hooi, rijk aan suikers en eiwitten. Niet zelden is er een genetische achtergrond. Deze paarden hebben een defect in de verdeling en de verwerking van koolhydraten en accumuleren polysachariden in de spier, waardoor ze gevoelig zijn voor ontwikkeling van spierproblemen. Bij de aanzet van arbeid wordt onder andere veel melk-zuur geproduceerd met alle gevolgen van dien. Een dergelijk type paard heeft baat bij een vetrijk (13% vet) en zetmeel arm dieet (minder dan 10%) in combinatie met vezelrijk arm hooi.

Ook bij deze paarden kan het weken van hooi in water nuttig zijn. Verder is beweging en geleidelijke op-bouw van training van groot belang voor deze paarden. Vooral in deze periode van het jaar kunnen problemen ontstaan bij dergelijk type paarden, als zij bijvoorbeeld heel het jaar door dezelfde krachtvoer mengeling krijgen, maar nu plots een rijke snede hooi krijgen voorgeschoteld, met erbovenop weidegang. Omgekeerd kan alleen een hooidieet met het rijkere hooi in combinatie met maïsolie ook een veilige op-lossing zijn voor deze paarden. Hooianalyse is wederom aan te raden.

hooi voeding
© DigiShots

Tot slot

Als je hooi kiest voor je paard, besteed dan duidelijk aandacht aan de kwaliteit van het hooi, mits het hooi het hoofdbestanddeel van het dieet van het paard is. Beschimmeld hooi is uit den boze. Bovendien is zicht hebben op de energetische waarde van het hooi zeer belangrijk. Bij aankoop van grote ladingen of hooi voor probleempaarden is een hooianalyse echt aan te raden.

Tot slot is het belangrijk te beseffen dat kruidig hooi niet altijd kwaliteitsvol hooi is. Het is zeer belangrijk daarin een betrouwbare leverancier te hebben en zeker te zijn dat er geen toxische planten in het hooi zit-ten zoals Sint-Jacobs Kruiskruid, kattestaart, digitalis of wolfsmelk. Bij twijfel is het verstandig de blad-vorm van het gedroogde materiaal te vergelijken met beelden die te vinden zijn op internet, dat kan een handig hulpmiddel zijn.

Tekst: Cathérine Delesalle en Marco de Bruijn

Cathérine Delesalle en Marco de Bruijn zijn dierenarts en Europees specialist inwendige zieketen. Delesalle is verbonden aan de Universiteiten van Utrecht en Gent. De Bruijn is mede-eigenaar van Dierenkliniek Wolvega.

Beeld: DigiShots

 

 

Vergelijkbare artikelen

Reacties