Christiaan Koelewijn: “Ik hoop dat ruiters na afloop met vragen komen”

Christiaan Koelewijn: “Ik hoop dat ruiters na afloop met vragen komen”

0 1452
Christiaan Koelewijn en zijn paarden. Foto: Privébezit.

Naast dat Christiaan Koelewijn binnenkort de overstap naar de Subtop hoopt te maken met zijn paard Google (v. Gribaldi), hoopt hij ook dat er steeds meer ruiters om feedback komen vragen bij het juryhok. De ruiter is namelijk ook jurylid in de klassen B en L. “Als klein jongetje vond ik jureren al iets bijzonders. Ik zat op Curaçao vaak te schrijven in het juryhok. Ik was heel erg nieuwsgierig naar de cijfers en waarom ze werden gegeven”, vertelt Koelewijn over zijn wortels in de paardensport.

Altijd blijven rijden

“Mijn ouders hadden vroeger een manege op Curaçao”, steekt de ruiter van wal. “Daar heb ik leren paardrijden op mijn zesde. Tot mijn zestiende heb ik daar gereden, toen zijn we naar Nederland verhuisd. Onze twee paarden hebben we meegenomen. Ik ben in Nederland dan ook altijd blijven rijden en lessen. Ook nu ben ik altijd wel bezig met paarden, ik ga er iedere dag naartoe. Die passie deel ik vooral met mijn moeder. Dat is soms ook praktisch wel handig, ik werk gewoon full-time als Junior Belastingadviseur dus als ik ’s ochtends op mijn werk zit gaat mijn moeder naar stal. Zij zorgt er dan voor dat de paarden gevoerd worden en er uit komen. ’s Avonds mag ik lekker zelf gaan, dan zijn de paarden voor mij echt een uitlaatklep.”

Ideaal leerpaard

Koelewijn en Google stonden op het punt om de overstap te maken naar het ZZ-Zwaar, wat nu niet lukt in verband met de maatregelen omtrent het coronavirus. “Maar, als ik kijk naar hoe het nu gaat in de training moeten we die proeven wel doorkomen. De wissels doet hij met twee vingers in zijn neus, hij liep al Inter I toen ik hem kocht dus kent de kunstjes al. Uiteraard blijft het een hele uitdaging, alles komt natuurlijk vrij snel achter elkaar. Voor mij is Google een ideaal leerpaard”, geeft hij aan. Zijn ruin zet Koelewijn spaarzaam in. “Hij wordt dit jaar 19, dus er komt wel wat management bij kijken om hem goed in conditie te houden. Ik pas mijn trainingen daar gewoon op aan. Ik moet hem soms een beetje sparen en vooral zorgen dat hij het leuk blijft vinden. Het doel is om tot de zomer te starten, en hem dan te laten genieten van zijn pensioen. Dat heeft hij wel verdiend”, stelt de ruiter.

Iets bijzonders

Ook het jureren kreeg Koelewijn al mee op de manege van zijn ouders. “Als klein jongetje vond ik jureren al iets bijzonders. Ik zat op Curaçao vaak te schrijven in het juryhok. Ik was heel erg nieuwsgierig naar de cijfers en waarom ze werden gegeven. Toen ik het iets rustiger kreeg op mijn werk, besloot ik de jury-opleiding B-L te doen. Ik ben nu sinds augustus aan het jureren en dat bevalt heel goed”, klinkt het enthousiast. “Ik denk dat als je jureert, je een beter idee hebt over hoe er wordt gekeken naar een proef. Dat is toch echt wel anders dan je van tevoren denkt. Als jurylid zie je graag allereerst natuurlijk een zuivere takt, ontspanning en een correcte aanleuning. Vooral in de proeven tot en met de L2 is dat zeker van belang.”

Jonge mensen

“Ik denk dat het voor iedere ruiter goed is om eens een bijscholing of een jury-opleiding te doen”, vervolgt hij. “Wat ik ook heel belangrijk vind is dat jonge mensen in de paardensport zich daarvoor aanmelden. Dat zij ook bereid zijn om zich te ontwikkelen. Voor mij is het doel nu om me aan te melden voor de M-cursus. Het lijkt me heel leuk om door te groeien in het jureren. Een Nederlands Kampioenschap jureren lijkt me ook heel leuk. Ik heb al wel eens selectiewedstrijden voor de kring gejureerd. Het is mooi om te zien hoe fanatiek er gereden wordt!”

Veel feedback

“Ik probeer altijd zo veel mogelijk feedback te geven”, stelt Koelewijn nadrukkelijk. “Ik vind het zelf namelijk jammer dat als ik een proef heb gereden, er weinig op het protocol staat. Je rijdt wel winst, maar verder heb je er niet veel aan. Het kan natuurlijk zijn dat het correct was, maar er zijn naar mijn idee altijd verbeterpunten. Ik hoop ook vooral dat ruiters na afloop met vragen komen, dat is waar je het meeste van leert. Als jurylid ben je daar gewoon voor. Zeker in de breedtesport, waar ik jureer, zou dat veel meer mogen.” Op de vraag of hij zelf dan ook altijd om feedback vraagt, geeft hij lachend toe: “Nee, niet altijd. Soms laat ik het ook eerst even bezinken. Maar ik heb zeker wat keren gevraagd wat beter zou kunnen en dat was heel erg waardevol.”

Helpen

Dat Koelewijn aanmoedigt om contact te zoeken met het jurylid, komt niet uit de lucht vallen. “Ik vind het zelf heel leuk om contact te hebben met andere ruiters. Op stal help ik zo nu en dan wel eens iemand. Gewoon vrijwillig natuurlijk, ik ben nog geen instructeur. De instructeursopleiding staat nog wel op mijn planning! Ik vind het gewoon fijn om iemand te kunnen helpen en ik denk ook dat het goed is om daar een basis in te hebben. Ik heb niet van de paarden mijn werk gemaakt, maar ik probeer mijzelf er toch zo veel mogelijk in te blijven ontwikkelen”, besluit hij ten slotte.

Tekst: Femke Verbeek

Bron: Hoefslag / Overname zonder bronvermelding én schriftelijke toestemming via webredactie@mediaprimair.nl is niet toegestaan.

Foto: Privébezit

Reacties