Carl Hester: “Rijden tot ik er dood bij neerval”

Carl Hester: “Rijden tot ik er dood bij neerval”

carl hester NAF
Foto: Peter Nixon Photography

In een exclusief interview met Hoefslag beantwoordt de Britse superster – want dat is hij! – Carl Hester met zijn kenmerkende mix van ernst en humor vragen over Tokio, jonge paarden, de Charlottes in zijn leven en meer.

Ten eerste: Tokio. Je had ongetwijfeld een teamplek in gedachten, met jouw EK-paard Hawtins Delicato. Nu de Olympische Spelen zijn uitgesteld, moeten ruiters hun planning bijstellen. Zie je dat als een nadeel of is het positief voor de ontwikkeling van zowel ‘Del’ als Freestyle of andere potentiële kandidaten voor 2021?

“Voor elke ruiter zijn de Spelen hun levensdroom. Voor mij zou dit mijn zesde Olympische Spelen worden, dus ik bekijk de dingen vanuit een iets ander perspectief. Delicato en Freestyle zijn allebei jong, voor hen werkt dit uitstel waarschijnlijk in hun voordeel. Ik voel echter mee met ruiters voor wie Tokio hun eerste kans was of misschien wel hun laatste, vanwege de leeftijd van hun paard. Ik hoop echt dat ze hun droom alsnog kunnen realiseren en dat er andere kansen voor hen zullen zijn. Charlotte (Dujardin, red.) heeft geluk; omdat we al jaren jonge paarden opleiden, hebben we nu twee tien- en twee negenjarigen die Grand Prix-klaar zijn: Gio, Florentina en Mount St. John Valencia stonden op het punt om deel te nemen aan de (internationale) Zware Tour. We hebben 2020 en 2021 om hen verder op te leiden. Wat ons land betreft: de combinaties die in aanmerking komen voor een teamplek – zoals Charlotte, of zoals we haar noemen, Lottie, Fry – zijn allemaal jong genoeg om nog jaren door te kunnen gaan.”

Heb je zelf een nieuwe ster voor de toekomst? Je hebt ooit verteld dat U-Genius (Uthopia uit de volle zus van Valegro) het laatste Grand Prix-paard zou zijn dat je zou rijden.

“Ik vind het erg leuk om thuis meer paarden op te leiden. U-Genius is nog steeds bij Amy Woodhead, mijn voormalige stalruiter, die super werk levert. Ik heb drie jongere talentvolle paarden: eentje van zes, eentje van zeven en eentje van acht. En raad eens: ze hebben allemaal Negro in hun pedigree!”

“Jonge paarden aanschaffen zie ik als een kwestie van geluk hebben.”

Je hebt Valegro en Nip Tuck gekocht toen ze nog niet onder het zadel liepen. Valegro was nog geen drie, Nip Tuck één jaar. Koop je nog steeds jonge paarden en waar let je dan op wat betreft afstamming, beweging, exterieur?

“Ik koop momenteel geen paarden meer. Met ons huidige – jonge- paardenbestand kunnen we nog tien jaar voort. De reden waarom we ze altijd zo jong kochten, was simpelweg de prijs. Na tientallen jaren training en paardrijden heb ik geleerd dat niet de aanschafprijs van jonge paarden bepaalt hoe goed ze worden, maar de investering in hun training. Als je een niet-zadelmak paard koopt dat redelijk geprijsd is en later heel goed blijkt te zijn, dan is dat fantastisch. Zo niet, dan heb je je geen buil gevallen.
Jonge paarden aanschaffen zie ik als een kwestie van geluk hebben. Je weet immers niet hoe hun temperament zal zijn als ze worden bereden. Drie goede gangen hebben is het belangrijkst, dan het exterieur en de houding en tenslotte pas hoe ze gefokt zijn. Een jong paard moet iets met me doen. En het gaat om het gevoel dat het paard je geeft als je erop gaat zitten of het een Grand Prix-waardig paard wordt of niet.”

Je lijkt ook een goed gevoel te hebben voor talentvolle jonge ruiters. Wat maakt Charlotte en Lottie zo goed?

“Mensen met zoveel talent zijn zeldzaam. Het is erg moeilijk om mensen te vinden met die arbeidsethos en toewijding om te trainen. Zowel Charlotte als Lottie hebben die eigenschappen. Daarnaast zijn ze tijdens hun trainingen altijd bijgestaan door een trainer, wat betekent dat ze minder fouten hebben gemaakt. Ik merk bijvoorbeeld nog steeds dat andere ruiters in ons land, zoals Gareth Hughes en Spencer Wilton, die in hun eentje worstelen, nog niet hun volledige potentieel hebben bereikt. Fiona Bigwood heeft een geweldig team paarden om haar heen en Laura Tomlinson en Lara Butler hebben geweldige ondersteuning en een goed team om hen heen, wat essentieel is om de top te kunnen bereiken.”

We hopen dat je nog lang zult blijven rijden … maar als je ermee stopt, in hoeverre blijf je dan betrokken bij de sport?

“Wedstrijden rijden is niet alles voor mij. Het plezier is nog steeds het opleiden van paarden en het trainen van anderen. Ook al duurt mijn eigen wedstrijdcarrière wellicht geen tientallen jaren meer, rijden en trainen kunnen doorgaan, totdat ik dood neerval!”

Tekst: Christine Dijk

Foto: Peter Nixon Photography

Reacties