Blog Liz Barclay | Op zoek naar een ruin..

Blog Liz Barclay | Op zoek naar een ruin..

Pixel en Pinokkio van Liz Barclay per ongeluk in de tuin

Vorig jaar in oktober kwam Pixel in mijn leven. Nadat Pinokkio helaas met vervroegd pensioen moest (blog: Drie keer over de kop is genoeg) wilde ik graag weer een ruin van een jaar of zes. Mijn zelf gefokte Prix St. Georges-merrie van voor Pinokkio was een opgewonden standje en om weer aan zo’n proces te beginnen, mwah.

Een leerling stuurde mij een advertentie van een vijfjarige merrie. Ik weet niet wat me bezielde om te bellen, maar de volgende dag stond ik al bij haar op stal.

Echte merrie, met een eigen willetje

Toen ik haar uitprobeerde op de buitenrit voelde ik het meteen. Ze had een ‘ik hou van langzaam’ houding ten opzichte van het leven. Doe er dan in het voorjaar nog een schepje hormonen bij en dat wilde ik nou juist niet. In de buitenbak was ze helemaal ongelukkig en dus hield ik het na vijf minuten voor gezien om niet nog meer stuk te maken dan al gebeurd was. De dame die hem voor de eigenaar verkocht vond trouwens dat het er geweldig uitzag.
Laten we het erop houden dat ik wel van een uitdaging hou, dus ik heb haar gekocht. De prijs was ernaar en op het veterinaire keuringsrapport stond ‘zeer correct gebouwd’. Met de waarschuwing dat ze nog wel eens lastig was met opstijgen werd ze bij mij thuis afgeleverd. Ik wist dat er een hoop werk aan de winkel was en ik was er klaar voor.

Longeren zonder extra aanhangsels

Ik begin altijd met longeren. Longeren zonder aanhangsels. Geen bit, geen bijzetteugels. Eerst maar eens op eigen benen leren lopen en kan ik eens rustig kijken en contact maken zonder dat ik me onzeker ga voelen over onbestemd gedrag.
Was een goed idee. Pixel had haar piepkleine oortjes strak naar achteren, oogjes die vuur spoten en achterbenen die de verkeerde kant opgingen als de zweep haar ook maar even aan raakte. Na een week had ze begrepen dat ik het toch echt meende, dat voorwaarts gaan, en dat het knalletje van de zweep ‘vooruit met de geit’ betekende.
Galop was een probleem. Ze was zo ongelofelijk op de voorhand dat ze bijna haar eigen neus voorbij liep en dus zijn we blijven draven met iedere dag een enkele overgang in galop in beide richtingen. Geduld, geduld, m’n liefje.

Safety first

Na een paar weken wilde ik wel eens weten of er al iets veranderd was als ik erop ging zitten. Niet echt. Ok, ik mocht na haar eindeloos weer voor het opstapje te hebben gemanoeuvreerd, eindelijk opstappen. Maar daarna ging ze gelijk in lock-down. Haar onzekerheid en gebrek aan respect en vertrouwen zaten helaas dieper dan ik dacht. Ik begreep haar duidelijk nog niet goed genoeg. Dan maar weer terug naar de longe.
Het ging langzaam, maar het ging, iedere dag een beetje beter. Maar zo veel beter als het in de bak ging, hoe onhandelbaarder ze op stal werd. Uit de wei halen ging nog maar op stal begon het dreigen over de deur me behoorlijk de keel uit te hangen en volgens mij haar ook want het was niet meer gezellig.
Magnesium in het voer hielp ook niet. Wat uiteindelijk wel hielp was halster met een lang touw eraan op stal om laten en haar bakje met voer net zolang achter m’n rug houden tot de oortjes naar voren gingen. En negeren, dat hielp ook. Soms kan je je er ook teveel mee gaan bemoeien en wordt het een ding.
Wel had ik besloten met de winter op de stoep dat we nog een hoop huiswerk moesten maken. Longeren en buitenritten, want dat ging wel, en ‘safety first’. Als we de winter eerst maar eens zonder kleerscheuren doorkwamen.

In het weiland, aan de lange teugels

Terwijl op stal de sfeer geleidelijk aan weer beter werd, bleef ze de galop moeilijk vinden. Voor m’n gevoel had het met haar vroegere training te maken en besloot ik maar de ruimte in het grote weiland op te zoeken om te kijken of we aan de lange teugels iets van een doorbraak konden bereiken. Geloof me, ik heb wat afgehold, maar het werkte. Ze galoppeerde, onhandig, maar ze wilde tenminste en als ze wilde dan zou ze haar beentjes ook wel weer vinden. Ergens in februari begon het ergens op te lijken. De oortjes zaten er nu echt op en in draf kon ik kleine voorzichtige briesjes van ontspanning horen.

Eindelijk in de bak

Dus, op een mooie zonnige dag in februari ben ik er in de bak maar weer eens opgestapt. Zonder problemen. Geweldig, vanaf die dag iedere dag een korte sessie in de bak met een buitenritje erna. Na twee weken stappen en draven, sprong ze vrolijk op de stem in galop aan. Het voelde meteen goed en het zat nog lekker ook!
Ik kan wel zeggen. Die dag, nadat ik haar weer in de wei had gezet, ben ik in de keuken een kopje koffie gaan drinken en heb ik keihard zitten lachen, in m’n eentje, zo blij was ik.

Voorwaarts, licht, blij

In juni moest ik even ophouden vanwege een peesblessure in m’n hand. Twee weken geleden zijn we weer aan het werk gegaan. Ik was heel benieuwd. Eerst maar een dagje aan de longe. Alles viel op z’n plek. Ze ging aan het werk alsof ze nooit anders gedaan had. Oortjes erop, blije oogies en ook in galop zo’n stuk handiger en ontspannen en blij.
De volgende dag kon ik gewoon opstijgen en dat is zo gebleven. De laatste twee weken waren echt super en ik heb zo genoten. Iedere dag wel iets wat weer beter ging.
Nu heb ik een paard dat het normaal vindt om stil te staan met opstappen. De bak is nu haar ‘happy place’ waar ze graag aan het werk gaat en iedere dag weer laat zien dat ze snel dingen begrijpt. We hebben contact en zijn blij met elkaar. En echt! De galop is zo lekker om te zitten dat we dat samen nog liever doen dan de draf.

Ik denk dat het een super herfst gaat worden.
En ik ben een heel klein beetje trots. Ik heb een fijn paard en Pixel heeft een leven!

Vergelijkbare artikelen

Reacties