Blog Liz Barclay I Paardensport op de schop; waar is de KNHS?...

Blog Liz Barclay I Paardensport op de schop; waar is de KNHS? *vervolg*

0 5736
Remy Bastings is een van de vakmensen die reageerde op de eerste blog van Liz © DigiShots

In mijn vorige blog heb ik weer eens gehamerd op hoe de paardensport op zijn eigen ondergang afwandelt. In de hoop op een reactie, had ik die blog voordat deze op de Hoefslag site kwam, privé aan een aantal professionele paardenvakmensen gestuurd die ik de afgelopen paar jaar voor mijn Hoefslagbloggen heb mogen spreken.

Deel 1: Blog Liz Barclay I Paardensport op de schop; waar is de KNHS?

Meningen

Zes van hen uit verschillende hoeken van de toenemend diverse paardenwereld hebben de moeite genomen om hun doordachte mening aan mij toe te sturen. KNHS instructrice en Grand Prix ruiter Jiska De Roos- van Den Akker (amazone van Totilas in zijn jonge jaren), Grand Prix ruiter en oud Deurne-ganger Remy Bastings, hippisch journaliste en schrijfster van paardenboeken Tessa van Daalen-de Graaff, Olympisch springruiter en puur door praktijk gevormd paardenman Albert Voorn, subtop dressuurruiter en coach Maarten van Stek (ook oud Deurne-ganger), coach en Lipizzanerman Atjan Hop hebben de moeite genomen hun mening te geven. De een wat voorzichtiger dan de ander, maar wel allemaal met geheel hun eigen standpunt. Duidelijk wordt dat er heel nodig wat moet gebeuren maar dat het een zeer complex probleem is.

Jiska De Roos- van Den Akker: ‘terug naar het doe-maar-normaal-tijdperk’

Jiska De Roos-van Den Akker was kort maar krachtig. “Het is allemaal sowieso raar hoe de KNHS inspringt op de nieuwe rage van het paardenwelzijntijdperk dat lijkt aangebroken.” Ze noemt de onhandig loshangende neusriemregel en de demonstraties van de ‘Natural Horsemanshippers’ die Gert van den Hof hebben vervangen. “Terwijl juryleden er nog steeds worden bijgeschoold om vervolgens prikkende en sjorrende ruiters met staartzwiepende paarden bovenaan te plaatsen.” Wel heeft De Roos inmiddels gezien dat er op de wedstrijden niet zo precies wordt gekeken naar die neusriem. “Alleen of hij te strak zit, dus dat valt wel mee gelukkig.” De amazone denkt dat men vroeger meer van zichzelf eiste en minder van het paard door geduld en wil best terug naar dat doe-maar-normaal-tijdperk.

Remy Bastings: ‘We moeten uitleggen waarom we doen wat we doen’

Remy Bastings vindt het van essentieel belang dat we met z’n allen, en met de KNHS voorop, uitdragen waarom wij überhaupt de paardensport mogen bedrijven. “Als we dat niet hard kunnen maken, is de paardensport ten dode opgeschreven. In plaats van het voortouw te nemen om uit te dragen wat wij doen, komt de KNHS met krampachtige maatregelen om de sport vriendelijk te doen lijken.” Bastings stelt voorop dat hij geen voorstander van een strakke neusriem is, maar geeft aan dat op wetenschappelijke wijze bewezen is dat een lossere neusriem niet altijd bijdraagt tot meer welzijn. En dus de nieuwe neusriem regel ongenuanceerd is. Een typisch voorbeeld van het niet structureel aanpakken van de kern van het huidige probleem. “Namelijk, uitleggen waarom we doen wat we doen en waarom dat niet verkeerd is.”
Bastings geeft het voorbeeld van paarden in de natuur. “Hun lichaamstaal is heel subtiel, maar als daar geen gehoor aan wordt gegeven slaan ze elkaar keihard het licht uit de ogen.” Daarmee wil hij maar aangeven dat als iemand een paard een keer op zijn plek zet, dat niet moet worden afgedaan als dierenmishandeling. Wel als er structureel met teveel druk of geweld wordt gereden. “Maar waar die grens ligt is natuurlijk heel moeilijk meetbaar en blijft afhankelijk van gezond boerenverstand. Dat weet meestal meer dan welke wetenschapper of federatie dan ook.”

Tessa van Daalen-de Graaff: ‘Het wezen paard is niet in een sneltrein veranderd’

Tessa Van Daalen-de Graaff voelt zich ook vaak een roepende in de woestijn. “Er zullen altijd roeptoeters met een prachtig verhaal en een ronkende website blijven.” Toch vindt zij het te makkelijk om naar de KNHS te wijzen zonder concreet te zijn over wat we dan verwachten. “De KNHS is in de eerste plaats een paardensportbond. Dat hele opleidingengedoe is erbij gekomen.” Van Daalen is duidelijk over het feit dat gespecialiseerde vakopleidingen, zoals manege instructeur of training en africhting thuis horen op een school. Wat betreft het paardenwelzijn: “Het grote probleem is dat de mensen geen tijd meer hebben en het wezen paard niet in een sneltrein is veranderd.” Ze verwijst naar iets wat ze geleerd heeft van haar partner die militair is. “Defensieve maatregelen is meestal dweilen met de kraan open. Als je werkelijk verandering wil, moet je vooraan in het proces aan de slag.”

Albert Voorn: ‘De paardensport is als een verzameling religies’

Albert Voorn mocht ik op zijn vrije zondag bellen. “Kijk, je moet de paardensport zien als een verzameling religies. Allemaal verschillende geloven die denken dat alleen hun gedachtengoed de waarheid is en het nooit met elkaar eens zullen worden.” Op mijn vraag of Deurne een groot verlies was kreeg ik tot m’n verbazing een vrij kritisch antwoord. Hij vond het strakke stramien van lesgeven geen succes. “Ieder paard is anders en moet ook zo benaderd worden.”

Maarten van Stek: ‘De KNHS moet van z’n eiland af’

Maarten van Stek wond er geen doekjes om. Nadat hij mijn blog gelezen had kreeg ik een berichtje. “Voeg maar toe, de KNHS moet van zijn eiland af en ophouden hun eigen stoep schoon te houden; uit hun ivoren toren stappen en corruptie en vriendjespolitiek fors aanpakken.” Na even nadenken kwam er nog een wat langere uiteenzetting. “Ik vind bijvoorbeeld halfzachte neusriemregels een doekje voor het bloeden. Als ik op een wedstrijd kom zie ik veel ergere dingen dan een iets strakke neusriem.” Van Stek noemt ondervoede en bange paarden, open monden, gehang aan de stang en buitengewoon onvriendelijke rijden. “En geen mens die er iets over zegt, ik ook niet, want je weet dat je nergens support krijgt. En dat stoort me.” Hij benoemt ook de leeftijdsgrens. “Ik vind dat die omhoog moet. Een zesjarige hoeft niet in de subtop. Een zevenjarige geen Grand Prix. Maak eens echte stappen in de sport, als voorbeeldfunctie!”
De KNHS hoeft echt niet alles te reguleren, vindt Van Stek, want daar is de bond niet voor. “Eens worden we het toch nooit allemaal. Maar wat ze wel kan doen moet nu maar eens gaan gebeuren. Niet lullen maar poetsen!”

Atjan Hop: ’De maatschappij mag dan zijn veranderd, maar het paard echter niet’

Atjan Hop ging er even voor zitten en stuurde mij een document van 4 kantjes waar ik de hoofdzaken uit mocht pikken. Hij begon met te zeggen dat hij mijn vorige blog veel te simplistisch vond. “Terwijl de praktijk van paardrijdend Nederland veel complexer is. En veel meer omvattend dan alleen ‘paardensport’ zoals de KNHS dat wil vertegenwoordigen. Heel veel ruiters, menners, handwerkers, langeteugelaars, vrijheidsdressuurders, wandelaars, verzorgers, spelers, knuffelaars, enzovoorts hebben niets met sport en competitie en voelen zich geenszins vertegenwoordigd, of zelfs maar aangetrokken door de KNHS en haar doelstellingen.” Hop beschrijft de monopoliepositie die de KNHS zich op vele terreinen toeëigent waardoor er achter de feiten wordt aangelopen zonder echt beleid. “De KNHS probeert momenteel gaten op te vullen. Door modegrillen en recente ontwikkelingen in de sport te proberen op te lossen, vindt de KNHS, primair een paardenSPORTbond, absoluut geen aansluiting met die hele grote groep paardeneigenaren die niet in sport met paarden geïnteresseerd zijn. Sterker nog, hoe meer de KNHS meegaat met de extremer geworden uitingen binnen de paardensport, hoe meer de ‘alternatieven’ zich zelfs tegen de KNHS en de paardensport keren.”

Deze groep voelt zich door de KNHS ook niet vertegenwoordigd op het gebied van paardenwelzijn, maar voelt zich daardoor wel bekritiseerd door de algemene publieke opinie of politiek, schrijft Hop.
“De grote verbindende factor zou kunnen zijn: terug naar de basis, de basis van de opleiding.”
Naar de mening van Atjan is het instituut Deurne overgenomen door een veelvoud van MBO- en HBO-opleidingen die allemaal hun eigen plan trekken. Hierbij blijft de praktijk, uitgaande van uniforme basisprincipes, het kunnen rijden in verschillende disciplines, stages en kennismaken met het harde hippische leven onderbelicht. Teveel theorie en te weinig praktijk. Met als gevolg een tekort aan geschikt jong personeel voor de FNRS-maneges. Doordat de KNHS daarnaast ‘Ermelo’ heeft overgenomen, is de basis voor het gewone paardrijden ook daar ondergeschikt geworden aan de sportprestatie. De oude normen en waarden van gebruik van en omgang met paarden raakt in het gedrang, horsemanship kan zich niet meer ontwikkelen. Hetgeen dus ook weer het paardenwelzijn in gevaar brengt.”

“Verder is er buiten de beroepsopleidingen en ORUN een totale wildgroei ontstaan van allerlei opleidingen van uiteenlopende stromingen, waarbij je soms vraagtekens kunt zetten bij de kwaliteit en grondslag. Een vorm van kwaliteitsnormering en overzicht zou hier zeer wenselijk zijn.” Hop schrijft dat hij niet pleit voor terugkeer van een enkel instituut als Deurne, maar wel voor een volledige standaardisering van hippische opleidingen op basisniveau, dat aan zou moeten sluiten op verdere specialisatie in uiteenlopende richtingen. Met een naar algemene hippische bond omgebouwde KNHS als overkoepelend orgaan. “Maar dan moet men wel beginnen de eenzijdige focus op paardensportprestatie los te laten en zich breder en open op te stellen.” Als laatste haal ik een zin uit zijn bevlogen betoog die ik ook bij andere meningen terug vindt: “De maatschappij mag dan zijn veranderd, maar het paard echter niet.”

Kritieke fase

Uit deze meningen blijkt wel dat de paardensport zich in een kritieke fase bevindt en er helemaal geen klinkklare oplossing is voor de huidige problemen. Dat, ook al zou de KNHS goed functioneren, het voor deze organisatie vrijwel onmogelijk is om alle verschillende richtingen in goede banen te leiden.
Dat de meningen van een aantal zeer vakkundige paardenmensen elkaar soms raken, maar ook zeer verschillen. Dat doordat we met levende wezens werken die niet kunnen praten, maar zeer veel incasseringsvermogen hebben voordat uit hun conditie of gedrag blijkt dat ze heel ongelukkig zijn, het een enorm grijs gebied is.

Een verzakte fundering

Maar duidelijk wordt wel dat het echt geen zin heeft om met een paar halfzachte aanpassingen zo hier en daar, zoals de KNHS nu doet, een wankel systeem overeind te houden. Je gaat toch ook geen nieuwe muren bouwen op een fundering die verzakt is?

Openbreken van het bestaande systeem van de KNHS

Dus ik blijf erbij, en ik lees dat ook in de meningen hierboven, dat het openbreken van het bestaande systeem van de KNHS een stap in de goede richting zou zijn. Met om te beginnen een aparte op alle soorten paardengebruik gerichte organisatie die alleen tot taak heeft zich met het welzijn van het paard bezig te houden en gebaseerd op de uitkomst van een uitermate kritische discussie tussen top-paardenmensen van alle verschillende takken in de paardensport. Ook competente vertegenwoordigers van de zogenaamde ‘nieuwe richtingen’ moeten aan die tafel komen zitten. Met als doel om misbruik van een totaal niet functionerend systeem in de toekomst te voorkomen en het welzijn van het dier dat ons zoveel geeft en compleet van ons afhankelijk is, op een hoog peil te houden. Met als uitgangspunt dat in de paardrijkunst geduld hebben belangrijker is dan aanleg of talent.

Auteur: Liz Barclay

Reacties