Blog Liz Barclay: ‘We moeten met elkaar aan de praat’

Blog Liz Barclay: ‘We moeten met elkaar aan de praat’

gapen paard algemeen

Al lange tijd kijk ik met verbazing naar de paardenwereld. Vooral sinds ik blog voor de Hoefslag en daardoor weer wat meer betrokken ben geraakt bij het digitale paardennieuws, lees ik meningen en commentaren die er niet om liegen.

Mijn eigen blog wordt gelukkig gespaard. Meestal krijg ik positieve en warme reacties. Ik ben benieuwd of dat nu ook zo is…

Brandende deken affaire

De ‘brandende deken affaire’ in de Efteling heb ik niet uit m’n hoofd kunnen zetten. Ik las reacties die samengevat kunnen worden als: ‘wij paardenmensen weten waar we mee bezig zijn’ en ‘die actie verpestte voor zoveel kindertjes wat een hele leuke dag had moeten zijn’.

Eerlijk gezegd: als ik daar als klein ponymeisje had gezeten, was mijn dag allang verpest geweest om een paard met een brandende deken op. Dat had ik he-le-maal niet leuk gevonden.

Op de persoon gericht

De afgelopen jaren heb ik meningen gelezen over diep rijden (rollkur), stang en trens-gebruik, grondwerk, longeren met een hoofdstel en bijzetteugels, beslaan of barefoot, de Oostvaardersplassen nu dus de Efteling-affaire. Extreme meningen die er soms niet om logen. Regelmatig ook op de persoon gericht en buitengewoon onsmakelijk.

Van beide kanten trouwens. De groep die vindt dat alles wat ‘rond’ rijdt direct associeert met rollkur en die vindt dat een bit in de mond eigenlijk al niet kan. Maar ook degenen die vinden dat protesteren tegen wat door sommigen als dieronvriendelijk wordt gezien belachelijk is. Die vinden dat wij ‘paardenmensen’, heel goed weten wat we met onze beesten wel niet kunnen uithalen.

‘Had ie moar gin peerd motten worden’

Zo’n vijftig jaar geleden stond ik als tienjarige te huilen aan de kant van een binnenbak. Daar was een paar kerels met een ‘ongehoorzaam’ trekpaard aan het werk. Langzaam kleurde het schuimende zweet roze. Ik zal de blik in de ogen van dat paard nooit vergeten. Alsof ‘ie er al niet meer was…

‘Had ie moar gin peerd motten worden’, zei een van de mannen toen hij voldaan de bak uitliep. Ik heb er nachtmerries over gehad en durfde er met niemand over te praten. Zo doen kinderen dat. Maar wel heb ik die dag geleerd: zo doe ik het nooit. Door de jaren heen heb ik nooit meer zoiets extreems meegemaakt, gelukkig. Maar het was een halve eeuw geleden nog wel meer geaccepteerd dat paarden die niet wilden werken het maar even moesten voelen. In plaats van dat de ‘trainer’ nadacht over waarom dat paard niet wilde.

Van de oude stempel

Ik kan me eerlijk gezegd een klein beetje voorstellen dat de tendens om tegen de ’conservatieve paardenmens’ te zijn, groeiende is. Dat daar handig gebruik van wordt gemaakt door de nieuwe soort paardenprofessional hebben we toch helaas een beetje aan onszelf te danken. Ik zeg ‘onszelf’ omdat ik mezelf tot de groep reken die rijden met een bit, en zeker stang en strens, een kunst vind die gerespecteerd moet blijven worden.

Wel heb ik bepaalde dingen aangepast. Niet ieder paard hoeft meer op ijzers te staan, maar ik heb nog wel m’n gewone hoefsmid die ook heel goed kan bekappen. Dat hoort namelijk bij zijn vak.

De bijzetteugels waarmee ik opgegroeid ben, gebruik ik niet of nauwelijks meer en zeker niet bij jonge paarden die nog niet op hun eigen benen hebben leren lopen. Ook heb ik zelf zo’n alternatief touwhalstertje aangeschaft voor een paard van een klant dat de nare gewoonte had op z’n achterbenen te gaan staan als je je voet in de beugel wilde doen om op te stappen. Door aan dat halster, dat onder het hoofdstel zat, een tweede teugel te doen, kon zij zonder probleem opstappen en daarna weer met de gewone teugel rijden.

Een beest waar je van houdt

Ik trek geen manen meer, maar heb twee hele slimme kammetjes waarmee de manen er precies hetzelfde uitzien. Ik was er altijd trots op dat ik met alle jonge paarden door geduld nooit een praam heb hoeven gebruiken bij het trekken. Ze stonden haast te slapen. Maar mijn nieuwe paard heeft er duidelijk een andere ervaring mee gehad en ik wil het haar niet aandoen om iedere keer weer zo over de zeik te moeten gaan voor een schoonheidsuitje.

En wat is dat nou eigenlijk voor een rare gewoonte, haren uit een beest trekken waar je van houdt?

Een stap te ver

Het is een grof schandaal dat het er vanwege wanbeleid van moest komen dat er in de Oostvaardersplassen deze winter zoveel herten afgeschoten moesten worden. Maar de discussie op Facebook was benedenmaats en vreemd genoeg koren op de molen van een politieke partij die mij bang maakt.

De brandende deken op een paard in de Efteling? In plaats van onmiddellijk oververhit de protestgroep aan te vallen, is het misschien handiger om te beseffen dat deze act in een attractie voor kinderen te ver gaat. Ook al scheen het paard het geen probleem te vinden.

efteling raveleijn paarden show

Nieuwe waarden

Geef je dan toe aan groepen waar je echt niet bij wilt horen? Volgens mij niet, volgens mij is dat discussie met een toekomst. Wij, paardenmensen, zullen mee moeten groeien in een wereld waar dieren, dus ook paarden, anders bekeken worden.

Ooit liepen honden voor een kar. Ooit stonden alle melkkoeien de hele winter aan hun ketting te rammelen en werden hun kalveren er machinaal afgetrokken. En was het gewoon dat paarden dag en nacht aan een touw stonden als ze niet aan het werk waren.

Meegroeien met nieuwe waarden is een kunst die we volgens mij met iets meer enthousiasme moeten beoefenen. Dat betekent blijven praten en leren van elkaar en niet terugschoppen en afsluiten.

De sport bewaren

En bovenal: Als wij, met ons vaak wat vastgeroeste patroon, nou eens luisteren? Dan begrijpen we wellicht dat als wij nog een toekomst met onze paarden willen hebben, wij met een aantal aanpassingen de sport, waarvan wij zo houden, kunnen bewaren. Maar waarom doen we dat dan niet?

Foto’s: Liz Barclay / Digishots / archief

Vergelijkbare artikelen

Reacties