Blog Liz Barclay: ‘Carl Hester maakt zich zorgen’

Blog Liz Barclay: ‘Carl Hester maakt zich zorgen’

0 1498

Het is geen gemakkelijke taak, jureren. Hoe goed je het ook doet of bedoelt, altijd is er wel weer iemand die het er helemaal niet mee eens is. Ik ken het ongemakkelijke gevoel van beide kanten, als ruiter en als jurylid. Het voelt niet prettig als je voor bijna een hele dag je best zit te doen en dan door een chagrijnige ruiter met de nek wordt aangekeken.

Verbouwereerd gekeken naar het scorebord

Als ruiter heb ik altijd gewoon even geslikt en gedacht, de volgende keer zal ik wel weer degene zijn die een beetje mazzel heeft met een score aan de hoge kant, want dat gebeurt ook. Alleen die ene keer, toen ik in het Z volledig onterecht tweede werd en daarom niet naar de halve finale kon, stond ik verbouwereerd naar het scorebord te kijken. Het feit dat de winnaar naast me stond en zich verontschuldigde met de woorden, ‘you should have won this’, maakte het een heel klein beetje goed. Ik kan dus zeggen dat ik mij gedurende mijn hele wedstrijdcarrière nooit erg druk heb gemaakt als de jury er naar mijn gevoel een beetje naast zat, behalve die ene keer dan en daar kan ik goed mee leven.

Tevreden op de laadklep na twee fijne proeven

Hobbyruiters, subtop en top

Er zijn, even heel kort door de bocht, drie soorten wedstrijden. De plaatselijke wedstrijden, waar op bijna alle niveaus gereden wordt en de semiprofs en hobbyruiters nog in dezelfde ring presteren, de wedstrijden waar alleen maar op de hogere of hoogste niveaus gereden wordt en waar een groter deel van de ruiters hun brood in de paarden verdient ( veelal subtop), en de internationale wedstrijden met de ‘crème de la crème’, allen op en top profs. Zo ligt het tenminste hier in Engeland en ik neem aan dat Nederland daarin niet zoveel verschilt. Ik denk dat ik mijzelf semiprof kan noemen en ik meld dit feit alleen om aan te geven vanuit welke hoek ik redeneer.

Een gewoon paard

Toen ik nog wedstrijden reed hier in Engeland, zaten er ‘gewone’ paarden en hele goeie in mijn klasses, afhankelijk van wat ruiters konden en wilden betalen. Dat is niet veranderd en de meeste van mijn pupillen zitten nu in hetzelfde schuitje als ik toen. Mijn eigen wedstrijdpaard was een ‘gewoon’ paard waarmee ik drie jaar PSG en even Inter I gereden heb. Omdat er in Cornwall en Devon maar heel weinig ruiters zijn van dat niveau, was het altijd vrij makkelijk om voor de halve finales te kwalificeren. Daar, op die halve finales, ging het niveau zo enorm omhoog dat ik zonder meer accepteerde dat Marie en ik samen in de grijze massa zouden verdwijnen. Ik was al blij dat ik er reed en als ik rond de 65% zat, was ik dik tevreden. Dat verhoogde niveau had voor een deel te maken met het feit dat mijn ‘gewone’ Engels gefokte paard qua beweging niet tegen die andere geselecteerde superknollen, vaak uit Nederland geïmporteerd nota bene (wat een grap!), op kon boksen. Er werd mij regelmatig door mijn trainer verteld dat als ik een paard met meer beweging had ik bij de subtop kon horen. Heel aardig van d’r en ik zal nooit weten of ik het in me had want ik had al lang besloten gewoon tevreden te zijn met wat ik had omdat ik teveel van m’n tuin en en andere tijdrovende activiteiten hield.

Dressuur… of bestgaand rijpaard?

En toch begrijp ik het niet helemaal. Als ik naar een super bewegend paard kijk begint mijn hart ook sneller te kloppen. Maar hebben we het dan niet over de kwaliteit van het paard en is dat niet een soort bestgaand rijpaardenrubriek? Is dressuur niet dat als een paard, door goed gereden te worden, zijn volledige 100% aan de ruiter geeft, en op dat moment met correct ruggebruik en durchlassigkeit de gevraagde oefeningen volgens het boekje doet, het net zo goed een hoog cijfer verdient als de extravagant bewegende superknol? Oké, dan krijgt dat superpaard voor mijn part een 10 voor beweging, maar het is toch wel teleurstellend als de hoeveelheid geld die je aan een paard uitgeeft gaat bepalen wat je dressuurscore is en niet de rijtechnische vaardigheid.

Dressuur is een kunst en dus een persoonlijke ervaring

Op dat moment, dat de mening niet door allen gemeenschappelijk wordt gedeeld, wordt dressuur een persoonlijke ervaring en is het zoveel gecompliceerder dan een springwedstrijd waar bij een weigering, of een balkje eraf, er geen twijfel bestaat. Op dat moment is dressuur, in tegenstelling tot springen, meer kunst dan sport. Zoals een schilderij of een toneelstuk of dans totaal andere gevoelens kunnen losmaken.

Sleutelen aan de jureercode

Ik weet niet zeker of ik nu recht van spreken heb en m’n nek te ver uitsteek, maar ga het toch proberen. Is het zo dat dit probleem tot op het hoogste niveau door te voeren is? Neem Valegro, niet een groot bewegend paard maar toch de ‘King of Dressage’ genoemd. Hoeveel kritiek moest dit paard wel niet ontvangen voor zijn hoge scores. Is dat een van de redenen waarom de FEI opnieuw aan het sleutelen is aan de jureercode, in de hoop deze weer een stuk meer waterdicht te maken, maar waar Carl Hester zich zo’n zorgen over maakt? Dit in combinatie met het probleem van onderling afwijkende juryscores wanneer er drie of meer om de baan zitten; een heel moeilijk oplosbaar probleem, want ja, steekt toch misschien dat persoonlijke gevoel z’n rotkop weer op. Het is natuurlijk verschrikkelijk zuur als een ruiter z’n kwalificatie voor een landenteam niet krijgt door een toevallige lage score, misschien onverdiend ook nog, op een belangrijke wedstrijd. Het is afschuwelijk als je denkt dat jij eigenlijk de wereld- of Olympisch kampioen had moeten zijn en het gaat door een ongelukkige juryscore naar een ander (dit staat trouwens zover van mijn bed dat ik me er niet eens mee kan vereenzelvigen).

Meegroeien met de dressuurevolutie heel belangrijk

Het is ongelofelijk belangrijk dat er altijd weer gekeken wordt hoe een sport op alle fronten in zijn eigen evolutie mee kan groeien. Er staat zoveel meer op het spel dan vroeger. Het is van een uit de hand gelopen hobby voor de welgestelden -ik denk bijvoorbeeld aan dressuurgod Reiner Klimke die advocaat was- een beroepsmatige sport geworden waar hopen geld in omgaan. De paarden zijn om te beginnen al zo ongelofelijk duur en het hele zaakje hangt van sponsors aan elkaar.

Ondergetekende brief van zestien internationale ruiters

Het is dus telkens belangrijker dat de jury het bij het rechte eind heeft want er staat zoveel meer druk op de ketel. En hoe dat moet in de toekomst, ik weet er te weinig van om daar een genuanceerd antwoord op te geven, maar wel ben ik blij dat zestien internationale ruiters, onder wie Carl Hester, Steffen Peters, Edward Gal en Hans-Peter Minderhoud, een open brief hebben geschreven aan de commissie, die nu met de nieuwe jurycode bezig is, om niets te snel te beslissen en ook goed naar de ruiters te luisteren. Iets dat al zoveel jaren zo heel gevoelig ligt, mag niet iets worden waar niet alleen de ruiters, maar ook de juryleden de dupe van gaan worden. Vergeet niet hoe rot ook zo’n jurylid zich moet voelen als er weer zo’n enorme vlaag kritiek komt na wat een mooie dag had moeten zijn.

Even mijmeren: soms verlang ik terug naar zo’n aardige meneer met borstelige wenkbrauwen in z’n beste corduroy broek en op zondagse klompen, die achter een houten tafeltje aan een jongedame de cijfers doorbromde. Als ik dan jong en een beetje zenuwachtig lachend groette aan het einde van m’n proefje, dan wist ik eigenlijk al, het zit wel weer goed vandaag…

Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging ‘terug naar haar roots in Gelderland’ toen ze het boek ‘The farmer, The Coal Merchant, The Baker’ schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

Foto: Remco Veurink

Reacties