Blog Liz Barclay: ‘Als je vreselijk veel van je paard houdt moet...

Blog Liz Barclay: ‘Als je vreselijk veel van je paard houdt moet je er geen wedstrijden mee rijden’

0 4620
Liz Barclay met Pixel en Pinokkio. Foto: Privébezit

“Als je vreselijk veel van je paard houdt moet je er geen wedstrijden mee rijden”. Een uitspraak van springruiter Albert Voorn in een artikel van vorige week.

Ik heb de eer gehad de heer Voorn een paar maal te spreken omdat ik graag zijn mening wilde weten over enkele paardgerelateerde zaken en waardeer enorm dat hij altijd ruim de tijd nam die mening aan mij te geven.

In dit artikel legde hij uit waarom hij een paard van zijn zoon dat hij in training had terugtrok uit de wedstrijdsport. Daarin kwam weer heel duidelijk naar voren dat deze gerenomeerde springruiter het hart op de juiste plaats heeft zitten. Hij heeft een zeer uitgesproken mening en steekt deze niet onder stoelen of banken. Dat vond ik de keren dat hij mij te woord stond ook juist zo prettig. Of je het er nou helemaal mee eens was of niet.

Bewonderenswaardig

Dit keer ben ik het even niet met meneer Voorn eens. Het paard kon blijkbaar de druk niet goed aan en kon daardoor niet meer op zijn niveau presteren. Alhoewel ik het bewonderenswaardig vind dat hij dit paard niet meer mee op wedstrijd neemt, was bovenstaande uitspraak voldoende aanleiding om weer eens in de digitale pen te kruipen.

Gebruiksvoorwerp

Jaren geleden al begon ik het verschil waar te nemen tussen mensen die van hun paard houden en diegenen die hun paard als gebruiksvoorwerp zien. Zo benoemt de heer Voorn het ook. Ikzelf vind dat ik van paarden houd. Maar ik heb wel altijd wedstrijden gereden. Nooit vaak, want ik houd meer van trainen dan in m’n mooie pakje rijden. Wel reed ik vaak genoeg om me te meten, te kijken of ik op de goeie weg zat en natuurlijk ook om me als trainer te laten zien. Er moest wel brood op de plank komen.

Als een paard presteert zit ‘ie goed in z’n vel

Ik heb altijd alle tijd genomen om mijn paarden te laten wennen aan de wedstrijdsfeer. Na misschien wat beginspanning uit groenigheid heb ik nooit enig ongemak waargenomen. Mijn paarden aten en sliepen op de reis in de vrachtwagen en ook weer op de terugweg. Sterker nog, vaak werd de band met mijn paard in de ring nog inniger en dat had niets te maken met een hoge score of een lintje.

Als ze dan thuiskwamen konden ze nog even de wei in. Na lekker gerold te hebben en een klein galopje met een paar stevige bokken duwden ze snuivend en tevreden hun neus in het gras. Dan kon mijn dag niet meer kapot.

Ik heb ieder paard in z’n waarde gelaten, daarbij heb ik in acht genomen dat elk paard weer even ietsje anders is. De een doet het goed als je regelmatig op wedstrijd gaat en de ander juist weer als je ietsje minder vaak gaat. Als een paard graag wil presteren zit ie goed in z’n vel en dat moet altijd de maatstaf zijn.

Onkunde, sponsordruk en competitiedrang

Nu ga ik het even van de andere kant bekijken. Ik heb inderdaad veel, te veel, ongelukkige paarden gezien op wedstrijden. Op alle niveaus. Op de lagere niveaus vaak uit onkunde en op hogere niveaus omdat misschien de sponsordruk teveel meespeelde. Of omdat het paard ooit de verkoop in moet, geld dus. Ook vanwege ongezonde competitiedrang, op alle niveaus, heb ik helaas paarden ongelukkig zien worden.

Ik hou van mijn paarden!

Maar ik wil zelf liever niet op de hoop gegooid worden van ruiters die hun paarden puur als gebruiksvoorwerp zien omdat ik ze meeneem op wedstrijd. Ik hou van mijn paarden en daar hoort wat mij betreft een wedstrijdje op z’n tijd best bij. Dat het wedtrijdschema voor de toppaarden veel intensiever is en ze dan misschien een gebruiksvoorwerp worden is een andere zaak. Maar ik kan ook een handvol ruiters op hoog niveau noemen die volgens mij toch echt van hun paarden houden.

Meneer Voorn, uw eigen woorden: “Hij doet het omdat het moet, niet omdat hij er plezier in heeft.” Daarom trekt u dit paard terug uit de wedstrijden. Dat vind ik samen met heel veel anderen echt een dappere en bijzonder eerlijke stap die veel ruiters niet zouden nemen. Maar met die uitspraak geeft u zelf ook aan dat een paard ‘plezier’ kan hebben op een wedstrijd.

Tekst: Liz Barclay

Reacties