Bastiaan de Recht legt uit (10): Schouderbinnenwaarts

Bastiaan de Recht legt uit (10): Schouderbinnenwaarts

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuurrijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de ontwikkeling van de gangen aan de orde. Inmiddels zijn we aangekomen bij de zijgangen en gaan we verder met het rijden van schouderbinnenwaarts. Hoe doe je dat en wat zijn de meest voorkomende problemen en oplossingen?

‘Het rijden van schouderbinnenwaarts wordt in de proef gevraagd op drie sporen. Dat wil zeggen als je van voren kijkt zie je het binnenvoorbeen, het buitenvoorbeen die op één lijn zit met het binnenachterbeen en het buitenachterbeen. Je kunt schouderbinnenwaarts ook op vier sporen rijden door het paard ten opzichte van de lange zijde schuiner te laten lopen. Je ziet dan het buitenvoorbeen en het binnenachterbeen apart van elkaar.’

Automatisch

‘Het schouderbinnenwaarts is de eerste oefening waar meer verzameling wordt gevraagd. Het binnenachterbeen moet zich namelijk meer richting het borstbeen bewegen, zodat de voorhand oftewel de bortskas zich kan oprichten. Als het paard dit aan beide kanten steeds even makkelijk doet en hierin zich evenveel ontwikkelt, werk je automatisch ook aan de rechtgerichtheid. Natuurlijk zorgt het schouderbinnenwaarts er tevens voor dat je controle krijgt over de positie van de schouders. Dit is ook belangrijk in oefeningen als appuyeren, keertwendingen en pirouettes, maar ook uiteindelijk voor de galopwissels. De oefening kent dus veel rijtechnische voordelen, maar ook als je je paard langs een eng obstakel wilt rijden, kun je er gemakkelijker langs rijden als je het schouderbinnenwaarts onder de knie hebt.’

Drie of vier sporen

‘Bij het schouderbinnenwaarts op drie sporen dienen de achterbenen rechtuit over de hoefslag te lopen en elkaar niet te kruisen. De voorbenen komen door de buiging om het binnenbeen iets naar binnen en kruisen elkaar wel. Het schouderbinnenwaarts rijden op drie sporen heeft meerdere voordelen. Je gymnastiseert het paard door te werken aan de lengtebuiging en dus de laterale buiging met name in het lage hals- en borstgebied.

Dus met name de voorste helft van het paard. Rijd je schouderbinnenwaarts op vier sporen dan is het paard nagenoeg recht en gaat het paard meer zijwaarts. Eigenlijk ben je aan het wijken op de hoefslag. De achterbenen kruisen elkaar hierbij juist wel. Deze oefening op vier sporen vraagt meer verzameling, omdat het achterbeen nog verder richting het borstbeen geplaatst moet worden. Het paard buigt en bolt meer in de lendenen. De achterste helft van het paard wordt met deze oefening dus meer getraind.’

Geen achterhandbuitenwaarts

‘Bij het schouderbinnenwaarts is het belangrijk dat de schouders echt naar binnen worden geplaatst en niet de achterhand naar buiten, anders had het waarschijnlijk wel achterhandbuitenwaarts geheten! Alleen geeft deze laatste oefening niet de rijtechnische voordelen zoals het schouderbinnenwaarts. Voordat je het schouderbinnenwaarts aan gaat leren, moet het paard eerst goed kunnen wijken voor de kuit. Vaak laat ik mijn leerlingen eerst de schouderbinnenwaarts de andere kant op rijden. Dus op de linkerhand vanaf de binnenhoefslag de schouders naar buiten. Dit omdat de meeste paarden van de hoefslag af zullen willen lopen. Dit kan nu niet, omdat daar de omheining van de rijbaan zit. Ik doe dit dus voornamelijk om de ruiter eerst te laten voelen wat de bedoeling is.

‘Vaak laat ik mijn leerlingen eerst de schouderbinnenwaarts de andere kant op rijden. Dus op  de binnenhoefslag de schouders naar buiten.’

Als dat goed gaat, laat ik de ruiters hetzelfde doen, maar dan een paar meter van de omheining af. Gaat dit goed dan kun je kijken of het gewone schouderbinnenwaarts lukt. Zonder dat het paard dus naar binnen loopt. Bereid het schouderbinnenwaarts goed voor door de hoek te gebruiken en eventueel in de hoek eerst een volte te rijden. In de hoek of in de volte werk je al aan de lengtebuiging en de laterale buiging om je binnenbeen. In de hoek zelf laat je het paard een beetje wijken voor je binnenbeen, om de reactie op dit been te controleren. Vervolgens stuur je de voorhand van het paard met twee teugels naar binnen, door beide handen iets naar binnen te plaatsen. Je binnenbeen zorgt ervoor dat het binnenachterbeen van het paard geactiveerd wordt. Daarbij voorkomt je binnenbeen samen met je buitenteugel ervoor dat het paard niet van de hoefslag loopt. Je buitenteugel kan ook de schouder juist begrenzen als het paard over die schouder weg wilt lopen. Je binnenteugel vraagt de schouders iets naar binnen en stelling.’

Loop zelf zijgangen

‘Bij deze oefening is het ook weer heel belangrijk hoe je houding en zit is en op welke manier je je hulpen geeft. Vaak zie je dat de ruiter het binnenbeen te veel naar achteren plaatst. Hierdoor zet je eerder de achterhand naar buiten, mede omdat je paard niet om je binnenbeen kan buigen. Dat kan alleen als je je binnenbeen dichter bij de singel houdt. Meestal zit een ruiter die zijn been te veel naar achteren legt, ook te veel op de buitenkant. Hierdoor haal je het paard uit balans en wordt het moeilijker om een gedragen schouderbinnenwaarts te laten zien. Het paard zal eerder impuls verliezen of juist loperig worden. Kijk dan ook niet naar de buitenschouder van je paard, maar tussen de oren van je paard door. Natuurlijk kun je met je ogen wel naar de schouders of hoefslag kijken, maar pas op dat je niet te veel op de buitenkant gaat zitten. Een goede focus zorgt nu eenmaal voor een beter uitgevoerde oefening. Er is nog een goede oefening om te weten hoe je in een schouderbinnenwaarts moet zitten. Zo laat ik mijn leerlingen regelmatig zelf de oefening lopen. Als je het zelf goed kan, merk je dat je ook op die manier op je paard moet zitten. Zou je bijvoorbeeld te veel op te buitenkant zitten en zo de oefening door lopen, zal je eerder naar buiten omvallen en is het moeilijker om ‘gedragen’ te lopen. Het klinkt misschien gek, maar probeer het maar eens! Overigens geldt dit voor alle dressuuroefeningen.’

Problemen en oplossingen

‘Bij het rijden van schouderbinnenwaarts zijn er nog al wat uitdagingen! Misschien lukt het je om het op te lossen, maar soms denk je; wat nu? Onderstaand de meeste voorkomende problemen en oplossingen.’

Paard loopt van de hoefslag af

‘Zoals al eerder aangegeven los je dit op met je binnenbeen en buitenteugel. Denk hierbij maar aan terug wijken naar de hoefslag. Lukt dit niet zet dan het paard eerst weer recht op de hoefslag, rijd voorwaarts en zet de oefening opnieuw in.’

Impulsverlies

‘Maak het paard in de hoek al actiever door met meer energie te rijden. Wissel het schouderbinnenwaarts af met stukjes rechtuit in middendraf.’

De schouders moeten in deze oefening naar binnen. Is het paard te veel naar binnen gesteld dan kan het verbuigen.

– Te veel stelling oftewel verbuigen en kantelen

‘De schouders moeten in deze oefening naar binnen. Het hoofd staat hierbij recht voor het borstbeen. Is het paard te veel naar binnen gesteld dan kan het verbuigen. Dit betekent dat het paard meer stelling dan buiging heeft oftewel de halsbuiging is meer dan de buiging in het lichaam. Stel het paard recht en laat het meer buigen in het lichaam om je binnenbeen door eerst een volte te rijden. Begrens met je buitenteugel om te voorkomen dat het paard te veel stelling aan neemt. Als een paard kantelt is dit ook een teken dat het moeite heeft om te buigen om het binnenbeen. Het ontlast zich dan door te kantelen. Werk hieraan door je voltes tien meter te verbeteren en het paard om je binnenbeen te laten buigen en daarbij niet te veel je binnenteugel te gebruiken.’

Blijf rijden

‘Voor alle oefeningen geldt ‘blijf rijden’ en staar je niet blind op die ene oefening. Focus je op het goed gaande paard, dat met takt, regelmaat en in aanleuning loopt. Als deze voorwaarden er niet zijn, werk hier dan eerst aan en houd deze goed in de gaten. De takt en regelmaat van de beweging, gaan voor het zijwaarts gaan. De oefeningen mogen immers nooit ten kosten gaan van een correct lopend paard, maar moeten juist het paard helpen nog beter zijn lichaam te gebruiken.’

Het volgende deel van deze instructieve serie staat in het teken van het rijden van travers en appuyementen. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

 

Tekst: Carlijn de Boer

Foto’s: Sabine Timman

 

Vergelijkbare artikelen

Reacties