‘Fitte paarden op weg naar goud’

‘Fitte paarden op weg naar goud’

0 41

Het lijkt een open deur, de stelling dat een fit paard meer kans maakt op een gouden plak tijdens Olympische wedstrijden. Toch is het geen vanzelfsprekendheid. Teamveterinair drs. Arie Hoogendoorn pleit voor een continue en centrale begeleiding van topsportpaarden.
Hij deed dit tijdens een seminar voor dierenartsen in de hoofdvestiging van Divoza in Leek opgezet door voederspecialist Pavo, farmaceut Virbac en de Gezondheidsdienst voor Dieren. De Hoefslag woonde het seminar bij.

Of de Olympische Spelen van belang zijn voor de paardensport en wat bloedonderzoek kan bijdragen aan de fitheid van onze paarden? Daar draaide het om tijdens het seminar. De eerste vraag kan in elk geval met een volmondig ‘ja’ worden beantwoord. De Olympische Spelen vormen het ultieme visitekaartje voor onze 1,4 miljoen hippisch geïnteresseerde landgenoten, van wie er zo’n 840.000 meer dan vier keer per jaar op een paard zitten. De KNHS kon in 2011 precies 808.176 wedstrijdstarts noteren. De paarden staan als medailleleveranciers in het Olympisch medailleklassement van NOC*NSF, na zwemmen en wiel­rennen, op de derde plaats. ‘Maar’, zegt KNHS-teamveterinair Hoogendoorn, die in Londen naast zijn vertrouwde springequipe plotseling ook de dressuurruiters erbij kreeg, ‘om op hoog niveau te blijven, moeten de prestaties verbeteren. De concurrentie zit namelijk ook niet stil.’

De sterke positie van de paardensport zorgt voor (financiële) steun van NOC*NSF. De KNHS heeft er als sportbond alle belang bij die positie te consolideren. Zoals ook de stamboeken meeliften op het internationale succes van in Nederland gefokte spring-, dressuur- en eventingpaarden. De sport zorgt immers voor ruim 12.500 arbeidsplaatsen en een jaaromzet van pakweg 1,5 miljard euro. Dan is het zaak dat het duo dat voor medailles moet zorgen (ruiter en paard) zo optimaal mogelijk presteert en zo fit is als het spreekwoordelijke hoentje.

Bloedonderzoek

‘De meeste informatie over de gezondheid van het paard komt uit bloedonderzoek. Gekozen is voor gestandaardiseerd onderzoek via de Gezondheidsdienst. ‘We noemen het de grote screening paard’, vertelt Hoogendoorn. ‘Er worden twee buisjes afgenomen en het bloed wordt onderzocht op het rode- en witte bloedbeeld, totaal eiwit elektroforese, enzymen, mineralen en residu. Het moeilijkst zijn de gevolgen van een zware inspanning in beeld te krijgen. Bij de eventers meten we nu de lactaatwaarde, zeg maar de mate van verzuring. We laten de paarden drie keer een kilometer op verschillende snelheid lopen. Er zijn dressuurruiters die tijdens de training met een hartslagmeter werken. Dat geeft ook informatie. Springpaarden is lastig, of je zou meteen na een zware proef bloed moeten prikken. Maar dat gaat vaak niet, ze zijn meestal onderweg. De meeste monsters nemen we op maandag of dinsdag thuis als er op zondag een wedstrijd is verreden.’

Dikke dressuurpaarden

Als er een beeld is over wat mogelijk loos kan zijn, volgen meestal in overleg met de eigen veterinair de adviezen. ‘Het kan zijn dat de voeding moet worden aangepast. Minder, meer of anders. Zo zie ik veel dikke dressuurpaarden. In Londen heb ik mij verbaasd over bijvoorbeeld Valegro. Die kan nog veel beter lopen als daar gewicht afgaat. Hij leek wel een dikke pony.’ Arbeid aanpassen, supplementen geven, rust, letten op vaccinaties en ontwormen, allemaal bruikbare adviezen. ‘Die gelden niet alleen voor onze toppaarden, maar eigenlijk voor alle paarden’, zegt Hoogendoorn.

Het complete verhaal leest u in de Hoefslag van augustus.      

Reacties