‘Een paard dat van voren kort gereden wordt, wordt van achteren lang’...

‘Een paard dat van voren kort gereden wordt, wordt van achteren lang’ *WIN EEN LES VAN RIEN’

0 7320
Rien van der Schaft
Rien van der Schaft

In navolging op de miniserie’ Aanleuning’ vertelt Grand Prix-ruiter en trainer Rien van der Schaft over zijn visie op het correct trainen van een dressuurpaard.

Is het slecht gesteld met het dressuur rijden in Nederland?

‘Ik denk van wel. Niet in de absolute top, maar daaronder wel. Bij de gemiddelde ruiter zijn de basisprinci-pes niet juist. Je ziet een tendens waarbij ruiters het idee hebben dat ze het hoofd naar beneden en/of naar zich toe moeten werken in plaats van het paard naar het bit toe te rijden. De fokkerij heeft een enorme vlucht genomen de laatste jaren, waardoor we beschikken over geweldige paarden. Maar het technische rijden en het lesgeven zijn achtergebleven. Andere landen zijn momenteel simpelweg beter, mede omdat ze veel betere opleidingen kennen. Er zijn bij ons geen gedegen opleidingen meer voor het vak instructeur. Alleen maar cursussen. Terwijl het een typisch ervaringsvak is.

Hoe zou het wel moeten?

In Duitsland is het juist de oude garde die de nieuwe generatie leert het stokje over te nemen. Zo zou het hier ook moeten. Deurne was wat dat betreft echt zo slecht nog niet. Het duurde vier jaar, waarbij je lange tijd stage moest lopen. En ga inderdaad maar eens dag in dag uit om 06.00 uur beginnen met uitmesten en vegen voor je op het paard mag, om te voelen hoe het is om een eigen bedrijf te runnen en te kijken of je het echt leuk genoeg vindt. Zo leert iemand zijn verantwoordelijkheden nemen voor paarden en klanten. Het moet niet mogelijk zijn om de binnenbocht te nemen met een cursusje. Ik vind het onbegrijpelijk, met zo’n grote paardenwereld, dat Nederland op dat vlak een stap terug heeft gedaan. Ik heb er ook heel lang over gedaan om te begrijpen wat de essentie is van goed paardrijden. Volgens mij had ik zelfs pas na de dood van Oothout echt door.’

Wat is die essentie vertaald naar de dagelijkse training?

‘Allereerst dat je het paard altijd in zijn waarde laat. Als paarden lekker in hun vel zitten en zich comfortabel voelen bij het gevraagde werk, doen ze het graag voor je. De ruiter moet zich nooit laten leiden door emotie, het heeft geen zin, want de spanning wordt alleen maar groter. Daarentegen moet je wel duidelijk en conse-quent zijn. Ik weet zeker dat karakter voor een groot deel te maken is. Een ‘heet’ paard is gespannen en een ‘lui’ paard (met de handrem erop) voelt zich niet comfortabel. Aan de ruiter de taak om in te zien waar de problemen vandaan komen en daar verandering in te brengen.

Verder dient er altijd echt van achter uit naar voren gereden te worden. Je moet het paard zo rijden dat zijn lichaam naar zijn hoofd gewerkt wordt en niet andersom. De oren van het paard moeten van je bovenlichaam af gaan, niet naar je toe, waardoor er een gelijkmatige boog ontstaat vanaf de schoft naar de nek. Dat bete-kent dat je het paard nooit doelbewust achter de loodlijn rijdt, want dan controleer je het dier op de verkeer-de manier. De ruiter moet zich realiseren dat als het paard van voren kort gereden wordt, wordt hij van ach-teren lang. Iets lager in de hals kan wel, maar dat is iets anders dan rond en diep. De ruiter neemt contact met de mond van het paard door middel van een zachte verbinding. Door die verbinding constant te houden, geeft de ruiter het paard vertrouwen in de hand van de ruiter. Dan drijf je naar de hand toe zonder zijn hou-ding te veranderen, zodat het paard voorwaarts gereden wordt en in zijn eigen natuurlijke balans blijft gaan met een constante, zachte aanleuning.’

Voorwaarts rijden en van daaruit aanleuning en balans creëren is dus erg belangrijk.

‘Ja, pas wanneer dit bevestigd is, kan de ruiter zijn impuls in de hand gaan begrenzen. Daarna kan de ruiter beetje bij beetje het evenwicht gaan verplaatsen op de achterhand. Om dat evenwicht te verbeteren heb je vervolgens een heel scala aan oefeningen, zoals zijgangen en tempowisselingen om het paard meer dragend op de achterhand te krijgen. De oefeningen in de proeven zijn het gereedschap om het paard steeds meer te verzamelen en niet een doelstelling op zich. Dan gebruikt hij zijn lichaam op de juiste manier, waar hij zich fijn bij voelt. Dat is klassiek rijden. Oothout zei altijd: ‘Lichamelijk in balans, geestelijk in balans’. Daarom speelt karakter voor mij niet een grote rol. Paarden zijn vaak niet lastig, maar maken duidelijk dat ze zich ergens niet lekker bij voelen. Er bestaat niet een bepaalde houding van ‘aan de teugel’, het heeft allemaal met verbinding in het lichaam te maken. Een renpaard dat in volle galop naar voren aan de teugel trekt kan net zo goed ‘aan de teugel’ zijn als een dressuurpaard in piaffe. Een paard wat daarentegen door de derde halswer-vel knikt en te diep komt, gebruikt zijn lendenpartij niet en ontwikkelt zich ook niet.’

Les van Rien via Hoefslag

Hoefslag geeft een dressuurles van Rien van der Schaft weg. Ben je nog geen abonnee? Zorg dan dat je snel een abonnement neemt *Let op: Aantrekkelijke actie!* Uiteraard doet de Hoefslagredactie verslag van de les, waarvan het resultaat verschijnt in Hoefslag Magazine. Mail bovendien vóór 30 september je naam en adres, je paard, je niveau en een filmpje van ongeveer één minuut van jou en je paard naar hoefslag@mediaprimair.nl. Uit de ingezonden reacties zal de redactie samen met Rien een combinatie uitkiezen.

Bron: Hoefslag

Foto: DigiShots

Reacties