Opinie

0 411

Manegehouders op werkbezoek bij de Politie Haaglanden hebben kennis gemaakt met een nieuw wapen in de strijd tegen paardenpoep op de openbare weg. De nieuwste vinding neem je mee tijdens de rit. Laat een paard onderweg iets vallen, dan stapt de ruiter uit het zadel, pakt de zak, schuift met een speciale schuiver de vijgen er in, stapt weer in het zadel en gooit de zak even later in de vuilnisemmer. Klaar is Kees.

Ik zal de laatste zijn te ontkennen dat paardenpoep op de openbare weg niet bepaald positief bijdraagt aan het imago van de ruitersport in onze samenleving. Al besef ik dat diezelfde samenleving op de openbare weg een veel grotere vervuiler is, als je ziet wat er dagelijks uit de auto wordt  gegooid en vlak ook hondenbezitters niet uit. Af en toe een paardendrol op de openbare weg is niet het probleem. Anders wordt het in de directe omgeving van  veel bezochte ruitersportaccommodaties. Als daar paarden onder de man af en aan gaan, mag je als omwonende best verlangen dat de manegehouder of de vereniging er op gezette tijden de bezem en schop bijhaalt om de rotzooi op te ruimen.

Kan de paardenwereld een dergelijk corvee niet opbrengen, dan wordt het op den duur wel via een plaatselijke verordening  geregeld  en moet je maar afwachten welke maatregel de ruiterwereld krijgt opgelegd. Paardenverstand ligt namelijk niet voor het opscheppen bij gemeentebesturen. Maar weinigen in de raadszaal zullen beseffen dat het niet zonder risico is als een ruiter in het verkeer verplicht wordt van zijn paard te komen, met zijn arm door de teugel gestoken op zijn hurken de verse poep in een zak te stoppen om vervolgens weer op te stijgen en zijn rit te vervolgen. Weinig paarden blijven daar rustig onder in het verkeer. Stel je voor dat het ergens van schrikt en aan de kletter gaat? Dan is er pas echt stront aan de knikker.

Ton Corbeau (hoofdredacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Ton_Hoefslag)

0 318

Dat we tweede werden in de landenwedstrijd van Dublin met zo’n jong team in zo’n sterk veld is een ongelofelijke prestatie. De dubbele nulronde van Tobalio is een van de hoogtepunten in mijn ruiterloopbaan. Ook als team was het super. Het doet je als 57-jarige veteraan goed om met zo’n jonge generatie springruiters te rijden. De sfeer was super, de collegialiteit enorm.
Donderdagochtend ging in het hotel het brandalarm af. Wij met zijn allen via de trappen naar buiten, waarbij mijn vrouw Irma haar voet verzwikte en in het trappenhuis flink ten val kwam. De rest van het concours was zij in een rolstoel aan de zijlijn gekluisterd. Ik had dus niemand om Tobalio wedstrijdklaar te maken. Gelukkig gaat het alweer wat beter met haar. Leon Thijssen en zijn groom Paul hebben mij met Tobalio in de aanloop naar de landenwedstrijd erg geholpen. Die saamhorigheid op concours gaf Dublin voor mij nog eens een extra dimensie. Tobalio is het meest moeilijke karakter dat ik ooit heb gereden en ik heb door de jaren heen toch heel wat moeilijke paarden onder me gehad. Toch ben ik meneer Visser eeuwig dankbaar dat ik hem mocht gaan rijden al heb ik Tobalio meer dan eens diep in de ogen gekeken als hij zijn kont weer eens tegen de krib gooide. Van zulke ogen neem je geen afscheid. Het is een heel apart paard, dat als je hem in zijn waarde laat en niet op zijn huid zit, enorm kan springen.  Ik heb het afgelopen seizoen voor Nederland in drie landenwedstrijden mee mogen doen. Zowel in La Baule, Hickstead als Dublin sprong hij naar het beste teamresultaat.

Grondtraining en vrijspringen

Je mag als springruiter nog zo ervaren zijn en nog zoveel paarden hebben gereden, paarden blijven altijd verrassen. Je bent nooit uitgeleerd. De essentie van paardrijden is voor mij dat de ruiter zich ten allen tijde aanpast aan het paard en alles doet om te voorkomen dat tijdens de rit en de sprong de balans wordt verstoord. Je mag je paard geen moment in de weg zitten. Tobalio zit ik zo min mogelijk op zijn rug. Rijden heeft geen enkel effect op hem. Hoe minder ik erop klim, hoe beter hij in zijn vel zit. Tobalio heeft mij geleerd dat grondtraining aan de longe en vrijspringen veel effectiever zijn dan steeds maar weer in het zadel stappen. Wat Irma en ik met Tobalio doen, doen we ook tegenwoordig ook met de andere paarden. Ook die reageren beter. Alleen erop gaan zitten als het echt nodig is heeft mij geleerd dat veel training onder de man in feite onzintraining is, oftewel training die nergens toe leidt.

Albert Voorn

0 841

Het was een ijskoude decemberdag in 2009. De eerste bezichtiging voor de KWPN hengstenkeuring vond dat jaar in Deurne plaats. Op voorhand waren de verwachtingen hooggespannen. De fokleider van Oldenburg en Esben Møller van het Deense Blue Horse waren speciaal naar Deurne gekomen om de vooruitgesnelde roem van de nafok met eigen ogen te aanschouwen. De verwachtingen werden ten volle ingevuld. De kinderen van Vivaldi zorgden ondanks de kou voor een behaaglijk gevoel: aansprekende, opwaarts gebouwde, hoogbenige paarden die excelleerden aan de hand en tijdens het vrij bewegen. Geheel in de schaduw hiervan stond het optreden van de paar nakomelingen van Vivaldi’s leeftijdgenoot Voice. De jury sprak zelfs negatief over zijn nafok, die weinig aansprekend was en matig kon bekoren in beweging.

Dezelfde genen

Hoe anders liggen de kaarten 3,5 jaar later. De hype rond Vivaldi is bekoeld. De hengst, die zijn opleiding genoot bij Hans Peter Minderhoud, brak niet door in de Zware Tour en is voorlopig uit de sport. Voice belandde uiteindelijk op dezelfde stal en behoort na enkele optredens met Edward Gal tot de beste Grand Prix-paarden die ons land rijk is. Parallel hieraan verloopt de interesse van de fokkers. Waar drie jaar geleden de fokkers Voice massaal links lieten liggen, stroomt vandaag de dag in Harskamp de mailbox vol met dekverzoeken. En dat terwijl beide hengsten nog altijd dezelfde genen doorgeven als aan hun eerste jaargangen.
Vivaldi heeft nog immer een veel grotere nafok. Het verschil is zelfs gigantisch wat de hengstenselectie betreft. De zoon van Krack C kreeg tot heden 33 hengsten in de tweede bezichtiging, waarvan er zeventien werden aangewezen. Onder het zadel volgde vervolgens een flinke schifting naar vier gekeurde KWPN-zonen. Van Voice kunnen daarentegen niet meer dan twee hengsten voor de tweede bezichtiging worden genoteerd.
Je zou willen dat deze cijfers anders lagen. Het bloed van Voice, die ook nog de waardevolle De Niro als vader heeft, zou veel beter vertegenwoordigd moeten zijn in de populatie. Een goed sportpaard betekent zeker niet altijd een goede fokhengst, maar als Edward Gal enthousiast vertelt dat Voice een ongekende motor heeft en het gevoel geeft dat hij altijd wil blijven gaan, zijn juist dat de eigenschappen die als muziek in de oren klinken.

Nederlandse Sandro Hit

Het gaat me te ver om Vivaldi al af te doen als de Nederlandse Sandro Hit. In combinatie met Ferro- en, opvallend genoeg, Havidoff-bloed blijken er waardevolle paarden van hem te komen. Toch is dit opnieuw een les. Laat je geen rad voor de ogen draaien door aansprekende, hoogbenige, opwaarts gebouwde grootdravers aan een touwtje. Pas met kracht vanuit de achterhand, het vermogen tot sluiten en een juiste instelling wordt de wedstrijd gewonnen.

Peter van Pinxteren (redacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Peter_Hoefslag)/foto: DigiShots

0 66

‘Ik ben van mening dat het direct verboden moet worden dat ruiters voorgekwalificeerd kunnen zijn voor de Grote Prijs. Het is fantastisch om naar de beste paarden van de wereld te kijken, zoals afgelopen zondag op CHIO Aken. Maar sportief gezien is het absoluut onacceptabel dat iemand zich niet hoeft te kwalificeren, terwijl anderen zich eerst in een zware proef moeten plaatsen. Het kan niet zo zijn dat je als oud-winnaar of medaillewinnaar zo maar mag starten, net als dat een EK voetbalploeg niet automatisch gekwalificeerd is voor de finale en een Wimbledon winnaar ook gewoon het hele traject moet doorlopen.

Big Star

Als een evenement begint, moet je elkaars gelijke zijn qua kwalificatie en het aantal wedstrijden dat je moet rijden. Je bent in de paardensport al niet elkaars gelijke omdat niet iedereen op een Big Star zit, maar je moet ruiters ook niet bevoordelen. Deze ongelijkheid in de sport is zolang ik paardrijd een doorn in mijn oog en na CHIO Aken vind ik dat ik dit nog eens moet aanzwengelen in de hoop dat er iemand bij de FEI hier oren naar heeft. Het is bovendien een stap in de goede richting om de sport inzichtelijker te maken voor het grote publiek.
Sport hoort gelijk te zijn.  Natuurlijk heb ik genoten van de Grote Prijs-winnaar Big Star, dat is iets fenomenaals om naar te kijken. Hij heeft echter maar één kleinere proef te hoeven lopen en kwam dus zondag fris aan de start. Dat is een heel ander traject dan de paarden die eerst de landenwedstrijd hebben moeten lopen, waarbij twee manches lang het maximale gevraagd wordt qua hoogtes en breedtes van de hindernissen.

Geblesseerd en toch geplaatst

Ik pleit ervoor dat iedereen op een CSIO concours zich via de landenwedstrijd moet kwalificeren voor de Grote Prijs. Daar moeten dus ook individuele ruiters aan de start komen, zodat ze dezelfde proef onder dezelfde inspanningen rijden. Oftewel gelijke omstandigheden voor iedereen.  Een concours hoeft niet bang te zijn voor de afwezigheid van topcombinaties. Als een Grote Prijs is afgelopen of Wimbledon is voorbij denkt niemand: Big Star was niet in de barrage of Federer speelde niet in de finale. Nee, men denkt terug aan hoe mooi de sport was. En het mooie van sport is dat er steeds verschillende mensen bovenaan staan. Het moet niet eentonig zijn.
Verder vond ik het verbazingwekkend dat paarden die niet inzetbaar waren voor de landenwedstrijd vanwege blessures of omdat ze niet fit waren, toch geplaatst waren voor de Grote Prijs op zondag en daar aan de start kwamen. Gebeuren daar in Aken wonderen of zo?

Albert Voorn

De FEI Nations Cup-serie is nog maar net op gang, of Oranje heeft al drie zeges op zak, waarvan die in La Baule een extra gouden randje had. Probleem is wel dat deze drie wedstrijden de Nederlandse ruiters alleen applaus en prijzengeld opleverden. Ze tellen niet mee voor de punten, op weg naar een finaleplaats, eind september in Barcelona. De punten moeten worden verdiend op vier van tevoren aangewezen wedstrijden. Voor Nederland zijn dat Sankt Gallen, Rotterdam, Aken en Falsterbö. Het Zwitserse Sankt Gallen viel vorige week letterlijk in het water. Oorzaak: heel veel regen. Er was geen houden aan.

Nu hebben ze daar in de buurt van de Bodensee de nodige ervaring met wateroverlast. De EK’s springen van 1987 en 1995 gingen eveneens kopje onder. In 1987 blesseerde drievoudig Europees kampioen Deister (Paul Schockmöhle) zich er onherstelbaar in de blubber. Springruiters zwoeren vervolgens nooit meer in Sankt Gallen te zullen starten, maar toen de FEI het EK van 1995 opnieuw aan Sankt Gallen toewees, werd al gauw duidelijk dat die levenslange boycot een loze kreet was geweest. Ook tijdens het EK van 1995 sloeg het slechte weer keihard toe. Blikken militairen voorzien van prikstokken werden opengetrokken om het water af te voeren. Hete lucht onder plastic leverde evenmin het gewenste resultaat op. De openingswedstrijd direct op tijd werd afgelast. De Duitse ruiters, die het eerdere trauma van Deister’s blessure in de blubber van 1987 nog duidelijk op hun netvlies hadden staan, dreigden hun toch al doornatte handdoek in de ring te gooien. En dan is het 2013. De sluizen staan opnieuw wijd open boven Sankt Gallen. Natuurlijk gingen er weer stemmen op om de landenwedstrijd af te gelasten. Alleen de Duitse springruiters voegden de daad bij het woord toen de FEI zijn poot stijf hield. ‘The show must go on’, dus trotseerden de Duitsers uitsluiting van verdere deelname en degradatie uit de eredivisie van de springsport.

Na de eerste manche viel toch het doek voor de landenwedstrijd en werd een barrage ingelast om een winnaar aan te wijzen. De les van Sankt Gallen 2013 is dat ‘wellfare of the horse’ een rekbaar begrip is in een sport waarin uiteenlopende belangen om voorrang vechten. Het Nederlandse team dat op Olympische sterkte voor de punten naar Sankt Gallen was gekomen, hield zijn meest waardevolle paarden op stal en zadelde ‘tweede keus’. Welzijn van ‘tweede keus’ is blijkbaar minder weers- en terreingevoelig dan van ‘eerste keus’. Of hebben wij nooit een echt toppaard in de bagger verloren?

Auteur: Ton Corbeau (hoofdredacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Ton_Hoefslag)

 

Deze week bleek opnieuw dat homotolerantie nog altijd een bijzonder iets is. Het eerste gesloten homohuwelijk bracht in Frankrijk een enorme media-aandacht en nog meer ophef teweeg. Dan praten we dus anno 2013 over een land waarvan de hoofdstad vijf uurtjes rijden van ons vandaan ligt. Toch is homofobie ook nog vaak genoeg dichterbij huis te vinden. Ik moest denken aan het verhaal van Gregor Tacx in het themanummer Dressuur&Lifestyle. De 22-jarige ruiter werd anderhalf jaar terug stevig in elkaar geslagen door een groep Marokkanen. Enkel en alleen vanwege zijn geaardheid. Ook andere ruiters zijn openhartig in dit artikel. Theo Hanzon had als jonge jongen angst om hét op te biechten tegen zijn vader. ‘Zijn beeld over ‘De Homo’ was dat van een flamboyant figuur in een string op een boot’, tekenen we op uit de mond van Hanzon. Of Seth Boschman, die na een relatie met een vrouw erachter kwam op mannen te vallen. Hij kon het pas veel later accepteren en het duurde nog langer eerdat hij het aan zijn moeder kon vertellen. Persoonlijke verhalen dus van ruiters die, niet toevallig, allen dressuur rijden. Precieze cijfers zijn niet bekend, maar van alle startpashouders die dressuur rijden is slechts 10% man en ik durf te beweren dat de helft hiervan homoseksueel is. Het plaats deze discipline in een bijzondere positie, aangezien sport over het algemeen gekenmerkt wordt door een hoog gehalte aan homo-intolerantie. Door een maatschappelijke bril bekeken is de paardensport sowieso bijzonder. Waar vind je nu de situatie, of het in sport of in het bedrijfsleven is, dat mannen en vrouwen op gelijk niveau presteren? Sterker nog, het ‘zwakke geslacht’ weet steeds vaker aan het langste eind te trekken.
De enige scepsis die ik als hippisch journalist ooit had, is in hoeverre het schadelijk is voor de aantrekkingskracht van je sport als deze in de ogen van jongens dermate geassocieerd wordt met meiden en homo’s. Eigenlijk maakt dat niet veel uit. De gracieuze en op uiterlijk vertoon gerichte dressuursport past de homoseksuele man nu eenmaal als een op maat gemaakte slipjas. Het zijn simpelweg vaak de beste ruiters voor deze discipline. Of zoals heteroman én dressuurtopper Sander Marijnissen in het artikel zegt: ‘Geen enkele man zit zo mooi statig en fier in het zadel als een homo.’ Marijnissen had overigens ook nog een argument om als hetero juist wel te gaan rijden. ‘We hadden een manegebedrijf aan huis. Het betekende veel meiden over de vloer, dus ik zat er wel goed mee!’

Door: Peter van Pinxteren (redacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Peter_Hoefslag)

Het artikel ‘Echte mannen rijden (geen) dressuur’ is verschenen in het themanummer Dressuur&Lifestyle, verkrijgbaar in de losse verkoop en ook online te bestellen.

‘Mevrouw Dessing gaat er weer vandoor hoor jongens!’ Je kunt maar een redactie-bijnaam hebben. De afgelopen maanden heb ik het geluk gehad om voor Hoefslag naar diverse plekken op de wereld af te mogen reizen. Overal ontmoette ik interessante mensen, ik zag mooie paardensport en kwam op plaatsen waar je normaal gezien niet zo maar binnenstapt. Ik was dus al behoorlijk verwend, vond ik. Tot nu. Vanaf heden is ondergetekende namelijk voor de rest van haar hele leven verpest.

Afgelopen week was ik voor Hoefslag in Waterberg, Zuid-Afrika om daar te paard de savanne te verkennen. Iets dat van origine de titel ‘persreis’ kreeg, werd zonder sentimenteel te zwetsen de ervaring van mijn leven. Ik reed dwars door kuddes giraffen, zwom met de paarden, stond oog in oog met bedreigde neushoorns, keek midden in de nacht naar de Melkweg, croste knetterhard over de savanne, beklom met mijn berggeit geworden paard steile hellingen, kortom: ik verzamelde talloze ervaringen, verhalen, foto’s en video’s. En dat allemaal vanaf een paardenrug.

Binnenkort deel ik alles in Hoefslag nummer 7, op de dag van verschijning komt ook de video gemaakt met een camera op mijn cap online. Hierbij alvast een voorproefje door middel van onderstaande foto’s. De mooiste exemplaren bewaar ik nog even, deze vind je volgende maand in Hoefslag.

Lotty van Hulst, Redactie Hoefslag

m1nwfiktjdi5
De beelden van de capcamera komen binnenkort online.
m1nwfiktjoi6
De bronnen in het reservaat worden dagelijks gebruikt als tussenstop voor de paarden.
m1nwfiktk7i7
De witte neushoorns van De Waterberg worden nog altijd bedreigd door stropers.
m1nwfiktjfi8
Impala’s op de route.
m1nwfiktjxi9
In de avonduren reden we per terreinwagen door het gebied voor een ‘night drive’.
m1nwfiktkgia
Jonge neushoorns oefenen voor de toekomst.
m1nwfiktjvib
Mijn werkveld van afgelopen week. (Foto: Ant Baber)
m1nwfiktkeic
Na elke middagrit werden we getrakteerd op een ‘sundowner’.
m1nwfiktkkid
Ruiters onderweg.
m1nwfiktkwie
Paarden die een dag vrij zijn, lopen gewoon los in het gebied. Deze kwam even een rondje meezwemmen.
m1nwfiktl5if
Te paard kom je veel dichterbij de dieren dan per terreinwagen.
m1nwfiktkdig
Prachtig uitzicht tussen de ritten door.
m1nwfiktkuih
Tussendoor bezocht ik ook reservaat Welgevonden, opgericht door Prins Bernhard. Rara, wat is dit…
m1nwfiktkqii
Uitzicht vanaf Ant’s Hill.
m1nwfikthsij
Voordat de bushlunch werd opgedekt, mochten de paarden mee het water in.
m1nwfiktksik
Onderweg werden we volop in de gaten gehouden.
m1nwfiktheil
Zonsondergang in Welgevonden.
m1nwfikthsim
Zwemmen met Tugela. (Foto: Chase Jordaan)

Hogere temperatuur en langer licht. We kunnen weer naar buiten met de paarden. Dat is goed nieuws voor mens en vooral dier. Zeker bij het paard zit gezondheid in de beweging, dus weg uit die bedompte overdekte rijbaan. Te paard in de vrije natuur is zoveel plezier te beleven. Was het maar zo eenvoudig. Het gros van de dressuurliefhebbers komt ook bij aangenaam weer met het paard nooit het erf af, of het moet om een wedstrijd gaan. Best vreemd want tijdens een buitenrit kun je ook dressuuroefeningen doen. Het paard zal dankbaar zijn voor deze afwisseling. Vaak is het de angst die een ruiter ervan weerhoudt het paard eens even lekker een frisse neus te laten halen. Dressuurpaarden van tegenwoordig zijn toch al gauw opgewonden standjes. Het rijden van een ereronde na een  prijsuitreiking is al problematisch, laat staan een vlotte galop door het vrije veld. Dressuur heeft alles met scholing van het paard te maken. Hoe hoger het niveau, des te hoger de graad van africhting op weg naar volmaakte harmonie tussen mens en dier. Met een goed afgericht Grand Prix-paard moet je zonder problemen een buitenrit kunnen maken, maar de praktijk is vaak anders. Of er schort iets aan opleiding en africhting of we zitten met dressuur als wedstrijdsport op het verkeerde spoor. Het dressuurpaard moet imponeren met veel expressie. Dat botst nogal eens met het rijkunstige ideaalbeeld beeld van een ruiter en paard in volstrekte harmonie. Voor wie daar als ruiter mee kan omgaan, ligt een wijde wereld vol rijplezier open.

Ton Corbeau
(Verschenen in Hoefslag nr 5/mei 2013)

 

Stakende en schrikkende paarden bepaalden het beeld tijdens de Grand Prix-opwarmer voor de wereldbekerfinale. Nu heeft die wedstrijd op zich niet zoveel om het lijf. Je kunt deze rubriek beschouwen als een veredelde ringverkenning. Echter niet op een wijze waarop het in Gothenburg gebeurde. Een steigerende Miciano en letterlijk doordraaiende Parzival wil je niet zien in een grote finale. De oorzaak van alle opwinding binnen de witte hekjes was de gewijzigde decoratie erbuiten. De ruiters die met alle goede bedoelingen om zes uur ’s ochtends hun laatste trainingsrondje reden, kwamen bedrogen uit. Waar een volledig uitgeruste wedstrijdring werd beloofd, bleek de lokale bloemist zich vlak voor de wedstrijd nog aardig te hebben uitgeleefd. Op de letters waren rode bloemen geplaatst en de witte bloemen langs de ring waren verveelvoudigd. Het leverde morrende ruiters op en een protest van Patrik Kittel. Nu was dat overdreven. De Zweed had zich beter de negatieve energie kunnen besparen. Op basis van de regels was al bekend dat hij weinig kans had op een goede afloop. Overdreven was ook de reactie van mensen die beweren dat dressuurruiters niet moeten zeuren om een bloemetje. Een springruiter zou zijn paard er gewoon doordrukken, laat staan dat het springpaard überhaupt zou schrikken. Wie enig besef heeft van de wijze waarop paarden de wereld om zich heen zien, weet beter. Het paard is als prooidier zeer goed in staat een visuele blauwdruk van de omgeving op te slaan. Hoe beter het paard in staat is een verandering in zijn omgeving te zien, hoe beter de overlevingskans. Dat een paard kijkerig is op iets dat er eerder nog niet was in zijn directe omgeving is dus normaal. Dit feit alleen is nog handelbaar voor een ruiter. In combinatie met een piaffe op de plaats en ratelende fotocamera’s in de nabijheid gaan echter de interne alarmbellen rinkelen en kan het vluchtinstinct de overhand krijgen. Niks onkunde van de ruiter dus, wel van de organisatie, die hopelijk in de Kür de zaakjes wel op orde heeft.

Hoe ziet een paard zijn omgeving?
Kennis over de visuele eigenschappen van ons edele vluchtdier is essentieel voor iedereen die met paarden werkt. De nieuwste Hoefslag publiceert hierover een uitgebreid artikel. Naast bovenstaande komen andere feiten aan de orde en worden fabels, zoals wat er af te lezen is aan een paardenoog, ontkracht. (foto: Remco Veurink)

Door Peter van Pinxteren vanuit Gothenburg

Volg ons!

0FansLike
0VolgersVolg
0VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer