Opinie

marc houtzager calimero europees kampioenschap rotterdam

Eindelijk is er een gedegen onderzoek uitgevoerd over hoe de Nederlander aankijkt tegen de paardenwereld in het algemeen. Gedegen? Jazeker!

Ruim 2.600 Nederlanders werden ondervraagd, naar rato verdeeld over de provincies, mannen en vrouwen en in de onderscheiden leeftijdscategorieën. De vragen waren relevant en ter zake doende.
Dank aan Trendpanel Paard, die deze enquête initieerde.

Negatieve kant

De prangende vraag waarop een antwoord kon worden gegeven, is de volgende: is er een groot draagvlak voor het houden van paarden, het verantwoord berijden van en sporten met paarden in Nederland? Het antwoord is positief.

Maar als paardenminnend Nederland nu onder het motto ‘we doen een plas en alles blijft zoals het was’ doorgaat, zou dat antwoord op termijn wel eens in een volmondig ‘nee’ kunnen gaan omslaan. Waarom? Omdat het percentage ‘neutrale’ mensen, overweldigend groot is en juist heel gemakkelijk naar de negatieve kant kan overhellen.

Geen eigen paard

Op de vraag of men wel eens een paardensportevenement bezoekt, antwoordt drie procent ‘zeer regelmatig’, negen procent ‘regelmatig’, maar 57 procent ‘nooit’. Maar liefst 86 procent van de geënquêteerden zegt niet over een eigen paard te beschikken, terwijl vijf procent daarop bevestigend antwoordt. Van de ondervraagden zegt 44 procent ooit wel eens een paard te hebben bereden, maar 35 procent nog nooit.

We laten de (grote) tegenstanders nu even buiten beschouwing. Het percentage dat neutraal staat tegenover de sport dressuur is veertig, terwijl 56 procent (groot) voorstander is.

Tegenover springwedstrijden staat 48 procent neutraal; 44 procent is een groot voorstander. Bij eventing is het percentage voorstander 33 procent en is 53 procent neutraal. Bij de minder bekende disciplines (endurance, voltige, TREC, horseball) ligt het percentage voorstanders op minder dan dertig procent.

Zorgelijk!

Slecht verkopen

Wat ik persoonlijk ontluisterend aan het rapport vind, is dat hieruit zonneklaar blijkt dat de BV Nederland Paardenland zichzelf onwaarschijnlijk slecht verkoopt. Hoe ik dat weet? Uit de resultaten van de enquête.

“De KNHS én de stamboeken preken uitsluitend voor eigen parochie”

Vijftig procent of meer weet niet dat er 500.000 actieve ruiters zijn en 400.000 paarden, dat er 60.000 vrijwilligers zijn, dat onze sector goed is voor een omzet van 1.5 miljard (in werkelijkheid zelfs het dubbele) en dat circa 15.000 mensen een boterham verdienen in de hippische sector. Men weet niet dat in Nederland gefokte paarden bovengemiddeld veel medailles winnen en dat de hippische sport na voetbal in economisch opzicht de grootste is.

Intern gerichte communicatie

De oorzaak van deze onbekendheid is simpel. De KNHS en de stamboeken preken uitsluitend voor de parochie die ze kennen. Alle communicatie is intern gericht en de enorme grote buitenwereld wordt veronachtzaamd. Dat kon eigenlijk allang niet meer, maar we zijn als collectief verantwoordelijk voor de gehele sector. Van mij mag de Sectorraad Paarden de Koninklijke Vereniging het Nederlands Trekpaard direct royeren. En bij de politiek moet er vanuit de sector op aangedrongen worden het predicaat Koninklijk in te trekken, zolang deze club geen keiharde maatregelen neemt tegen het couperen van de staarten.

Lading publiciteit

De twee lieden beschilderd met kreten als ‘Stop Horse Slavery’ die de Rotterdamse piste binnenstormde terwijl Marc Houtzager met zijn parcours bezig was, riepen binnen de hippische wereld terecht boze reacties op. Mede omdat door deze actie het welzijn van paard en ruiter juist in gevaar werd gebracht. De actie werd echter bewonderd door de sympathisanten van de streakers, want door op het ‘moment suprême’ hun actie uit te voeren werd een lading publiciteit gegenereerd.

Initiatief

Ik hoop dan ook van harte dat het rapport van het Trendpanel Paard er toe zal leiden dat de hippische wereld gaat reageren zoals het vierspan van IJsbrand Chardon. Hij slaagt er immers in om met zijn span – met de neuzen één kant op gericht – alle hindernissen, hoe moeilijk ook, te overwinnen. Het initiatief om de gehele hippische wereld met één visie naar de toekomst te laten kijken ligt bij één van de hoofdrolspelende organisaties. Welke, is de vraag. De Sectorraad, FNRS, KNHS of KWPN?

Om de tafel

Laat ik deze column afsluiten met het uitspreken van de hoop dat de voorzitters van deze clubs met elkaar om tafel gaan zitten. Dat ze tijdens die sessie besluiten om fondsen beschikbaar te stellen. Om vervolgens een collectief propaganda-programma voor de gehele sector op te zetten én uit te voeren. En dat alle andere hippische organisaties zich aansluiten en financieel bijdragen.

Waarom? Omdat de toekomst van de hippische sport in Nederland afhangt van ‘nu gaan handelen’! U twijfelt nog? Lees het rapport van Trendpanel Paard nog eens goed door. Dan raakt ook u overtuigd!

Jacob Melissen is hippisch journalist, fotograaf en initiator van het Springpaardenfonds Nederland.

Deze column verscheen in Hoefslag 15/2019. Op verzoek van de auteur en vanwege de relevantie voor de toekomst van de paardensport, bieden we dit artikel ook aan ons online-lezerspubliek aan.

Hoefslag 15 bestel je via paardenmagazines.nl

Foto: Digishots

dressuur subtop
foto: Remco Veurink

Subtop rijden, een droom van veel dressuurruiters. Op naar de slipjas. De subtop wil immers zeggen dat je op weg bent naar de “top”.

“Daar rijden alleen maar goede ruiters met goede paarden voor strenge juryleden” was de gedachte van veel ruiters tot een paar jaar geleden.

Subtop vrijgegeven

De KNHS had een aantal jaar geleden de slogan “Dichterbij de paardensporter” bedacht.
Daarmee was het afgelopen met een beperkt aantal subtop wedstrijden. De subtop werd, in navolging van de basis, vrijgegeven. In de wet staat immers dat je een ondernemer niet mag beletten te ondernemen, waardoor ze juridisch gezien ook een probleem kregen. De subtop afdeling werd opgeheven, alle werkzaamheden werden verlegd naar de organisaties en de KNHS trok zijn handen er vanaf.

Vanaf dat moment moesten de organisaties dus zelf hun kalender gaan maken, vraagprogramma’s indienen in Mijn KNHS, de inschrijvingen beheren, juryleden uitnodigen, startlijsten maken en op de wedstrijddag alle cijfers invoeren, omdat de KNHS dat graag wil voor het GDA systeem, waarin juryleden gevolgd worden. Na de wedstrijd moeten alle uitslagen digitaal opgestuurd worden naar de KNHS en geplaatst worden op de KNHS site, als dat niet wordt gedaan is de afdeling handhaving er als de kippen bij om een reprimande te sturen, al dan niet vergezeld van een nota.

Wildgroei aan subtop wedstrijden

De eisen dat er een goede (zand)bodem aanwezig moet zijn, voldoende parkeerruimte, een goed en efficiënt secretariaat gingen overboord. Iedereen kon aanvragen en doet dat ook. Het effect is een wildgroei aan subtop wedstrijden, soms wel 15 per week en daarnaast ook nog internationale wedstrijden.

Doordat de groepen kleiner zijn geworden en iedereen t/m ZT uitschrijft is er een schrijnend tekort aan ZT juryleden ontstaan. Er staan er genoeg op de lijst, maar ja, een groot deel daarvan jureert geen subtop in Nederland of kan niet omdat ze weinig tijd hebben, geen zin hebben, zelf nog actief in de sport rijden of veel leerlingen hebben.

Dat was nooit een probleem, dan gingen die juryleden gewoon wat verder weg jureren, maar doordat er alleen nog maar wedstrijden met kleine groepen zijn, moet er naar de kosten worden gekeken en kunnen er dus alleen maar juryleden ingezet worden die dichtbij wonen. De KNHS is van mening dat er voldoende juryleden zijn, zonder naar de inzetbaarheid te kijken. Het is dan ook heel erg jammer dat de KNHS zich aan regels vasthoudt die 5 jaar geleden bedacht zijn! Dat was toen er nog 3 tot 5 subtopwedstrijden per week waren en er een subtop afdeling was die de kalender reguleerde.

Weinig vooruitstrevend

De KNHS pretendeert dat ze de sport vooruit willen helpen, maar ze blijven hangen in het verleden. Weinig vooruitstrevend is een betere omschrijving voor de KNHS.

Is het dan echt zo negatief? Nee, dat is het niet. De KNHS wilde met haar slogan dat de sport laagdrempelig zou worden. Dat is ook gebeurd. Veel ruiters zouden nooit subtop zijn gaan rijden als ze ver zouden moeten reizen. Nu het dichtbij is proberen ze het gewoon.

Er is geen competitie meer. Dat klopt! Willen de ruiters dat dan? Het antwoord is nee.

Eigen plan

De ruiters rijden voor zichzelf en gaan op wedstrijd om wat “dingen” uit te proberen in de ring waarmee ze in de training bezig zijn. Het maakt ze niet uit of ze alleen zijn of tegenover 10 andere ruiters staan. Ze volgen hun eigen plan in de scholing van hun paard. De ZZZ ruiters rijden voor de winstpunten, de LT/ZT ruiters voor de scores om eventueel een keer internationaal te kunnen starten.

Daarnaast is er een groep subtop ruiters die paarden voor de handel rijdt, die groep wil graag in de pers verschijnen en rijdt dus liever op kleinere wedstrijden waar ze een betere plaatsing rijden en in de verschillende media komen, dan op een wedstrijd met veel concurrentie waar ze in de middenmoot eindigen.

‘Zoveel mensen, zoveel wensen’

De KNHS wil niet meer juryleden opleiden want is van mening dat de organisaties maar moeten overleggen wie/wanneer organiseert en wie er ZT gaat uitschrijven! Ik weet oprecht niet hoe ze dat bedenken! Zij vergeten even dat ze zelf een subtop afdeling hebben gehad en dat na het opheffen daarvan, de medewerkers van wedstrijdzaken de kalender maakte. Daar waren ze weken mee bezig en wat was het moeilijk om het iedereen naar de zin te maken. ‘Zoveel mensen, zoveel wensen’ was en is hier van toepassing.

Overleg moeilijk

Er waren toen er een beperkt aantal vaste locaties/organisaties. Met het vrijgeven van de subtop is dat veranderd. Iedereen organiseert nu subtop. Organisaties kennen elkaar niet meer, dus wordt overleg ook wat moeilijk. Er is wel een duidelijk overzicht omdat iedereen in de, landelijke, kalender de subtop wedstrijden indient. We hebben dan ook gelukkig niet te maken met regio’s en een duidelijk beeld van alle aangevraagde wedstrijden. Dat is positief zou je denken, maar jammer genoeg overleggen alleen de vaste locaties nog en kijkt de rest nergens naar en voegt zijn/haar wedstrijd gewoon toe zonder rekening te houden met de verdeling over het land, afstanden tussen locaties en dergelijke.

Ook hier stuurt de KNHS een keurige brief met een vriendelijk verzoek je aan bepaalde voorwaarden te houden, helaas gebeurt dat niet en mogen de medewerkers geen wedstrijden eruit halen in het kader van “ondernemers mag je niet beletten te ondernemen!”.

Voorwaarden scheppen

De KNHS is de eerste om via de afdeling handhaving brieven te laten versturen als er ook maar iets niet volgens het reglement is gegaan, maar hoort een sportbond dan ook niet de voorwaarden te scheppen dat organisaties zich aan de regels kunnen houden?

Als er juryleden op het laatste moment afmelden is er sprake van overmacht en mocht de wedstrijd op 1 jury worden gedraaid. Het standpunt van de KNHS is echter gewijzigd hierin: Zodra je de rubriek niet door twee juryleden kan laten beoordelen moet de rubriek (of wedstrijd dus) worden geannuleerd!

Beetje lastig als je geen telefoonnummers meer hebt en ook niet krijgt van de KNHS in het kader van de Wet op Privacy. Beetje vervelend voor ruiters die te maken krijgen met geannuleerde rubrieken/wedstrijd omdat er geen juryleden te vinden zijn. Wie gaat die kosten dragen? De KNHS? Nee, die sturen nog een rekening voor het annuleren van de wedstrijd!

NK Dressuur

Kan de KNHS het dan zelf wel goed? Werken zij wel volgens de reglementen? Nee! Als voorbeeld kijk ik dan naar het NK dressuur. Organisaties hoeven het bij een meerdaagse niet te proberen om een wedstrijd uit te schrijven over meerdere proeven met een finale en geen prijzen uit te reiken bij iedere rubriek. Op het NK had alleen de ZT had de eerste dag wel een prijsuitreiking voor de eerste 3 (1:4 reglementair)!

Als het over meerdere proeven gaat, hoe is het dan mogelijk dat bij de kleine finale LT iedereen met een schone lei begon? In de groep die doorging naar de kür telde de eerste proef wel mee en werd die opgeteld voor de einduitslag!

Prijzen moeten worden uitgereikt op 1:4, waarom dan niet op het NK?

Als ik aangeef dat ik geldprijzen uitreik moet ik dat ook doen en kan ik niet gebruiksvoorwerpen uitreiken en de waarde daarvan in mindering brengen op het prijzengeld, tenzij ze kunnen kiezen.

Niet reglementair

Dit vraagprogramma is goedgekeurd door de KNHS (en niet voor het eerste jaar dat de zaken niet reglementair verlopen). De juryleden die 36 combinaties mogen jureren, kregen er 48 zonder enig overleg, dat hoeft een organisatie niet te proberen.

Verenigingen en organisaties zouden direct een brief van de afdeling handhaving krijgen met een reprimande en een verzoek om uitleg als ze dit zouden doen!

Minder geld

Wat zou een oplossing kunnen zijn? De KNHS zou kunnen besluiten om weer een subtop afdeling op te zetten in de vorm van een vereniging of een stichting onder de KNHS. Dan kunnen er wel regels gesteld worden, maar dan moet er alleen wel weer een medewerker hiervoor in dienst komen (extra loonkosten). Als er minder subtop wedstrijden georganiseerd gaan worden levert dat de KNHS ook veel minder geld op.

Een klein rekensommetje leert dat er tegenwoordig 8-10 wedstrijden per week meer dan vroeger georganiseerd worden. Dat levert de KNHS per wedstrijd € 27,- meer op. Als de wedstrijd geannuleerd wordt in verband met te weinig starts levert dat altijd nog € 14,- op. De KNHS kan dus wel zeggen dat ze willen dat het aantal subtop wedstrijden moet afnemen, maar dat willen ze niet want dat kost ze minimaal € 10.000,- aan extra inkomsten en ook zij hebben dat geld hard nodig!

Meer eisen stellen

Is er een oplossing voor de wildgroei aan subtop wedstrijden? Nee, de wet werkt tegen je als je mensen verbiedt te organiseren. Je kan wel meer eisen gaan stellen aan de subtop onder welke voorwaarden men mag organiseren, verplicht op zand, goede parkeergelegenheid, ervaren organisatie en ga zo maar door.

Daarnaast zou het mogelijk moeten zijn om aanvragen van nieuwe organisaties te limiteren en ze bijvoorbeeld de eerste keer één wedstrijd toe te kennen. Laat ze eerst maar bewijzen dat alle randvoorwaarden in orde zijn. Prijsuitreikingen die lang duren, geen tussentijdse uitslagen, verkeerde protocollen geprint, verkeerde tellingen, allemaal zaken die tegenwoordig de revue passeren. Help die nieuwe organisaties als sportbond, geef ze een draaiboek en controleer ze daadwerkelijk na afloop en geef ze de verbeterpunten aan! Als er veel zaken niet in orde waren krijgen ze wederom één wedstrijd. Pas als een organisatie volgens de KNHS voorwaarden werkt kunnen ze meer wedstrijden aanvragen.

Meer juryleden opleiden

Waarom worden er niet gewoon meer subtop juryleden opgeleid? Je hoeft geen LT/ZT te jureren, je kan ook andere klassen jureren. Wat is de reden?

Ze verschuilen zich achter een beslissing van het Forum (die geen beslissingsbevoegdheid heeft maar een adviesfunctie) van 5 jaar geleden! Ze hebben wel de voorwaarden die het Forum had voorgesteld enkele malen aangepast!  Daarbij wordt voor het gemak maar vergeten dat in de afgelopen 5 jaar er al 6 juryleden afgevallen zijn om verschillende redenen.

Wat is er mis met een groep nieuwe enthousiaste juryleden op te leiden? Helemaal niks. De eisen zijn zwaar genoeg, de nieuwe juryleden hebben allemaal zelf het niveau gereden en willen graag jureren. Zorg voor meer keuze, juist in de omgeving van de locaties, dan hebben de ruiters ook niet iedere wedstrijd dezelfde juryleden, dat is voor iedereen prettig.

Er is een grote groep juryleden niet inzetbaar om verschillende redenen; schoon de lijst op en zorg dat de juryleden die subtop willen jureren ook inzetbaar zijn.

Geen beslissingen nemen

Het grootste probleem is dan ook dat de KNHS een management heeft dat geen beslissingen neemt of durft te nemen. Dat schijnt namelijk erg moeilijk te zijn! Er liggen ontzettend veel klachten van organisaties waar niks mee wordt gedaan!

De medewerkers van de diverse afdelingen zijn geweldig, die doen ontzettend hun best om binnen hun mogelijkheden iedereen te helpen, maar ook zij kunnen geen ijzer met handen breken als ze gebonden zijn aan regels die gedateerd zijn.

De organisaties hebben het beste met de sport voor en steken er ontzettend veel tijd in om voor de ruiters wedstrijden te organiseren. Helaas staat die laatste groep steeds vaker “met de rug tegen de muur” en stopt uit frustratie met het organiseren. Hierdoor zijn er al diverse goede locaties/organisaties afgevallen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?!

De subtop wijzigt langzaam waardoor de subtopper een subtobber aan het worden is!
Zolang de KNHS geen beslissingen neemt zal er ook niks wijzigen en heeft klagen geen zin. Dan rest de nostalgie van het verleden…

Esther Scholte Albers-Fleury
Subtop organisatie, Subtop jury en Internationaal GP amazone

Niets uit dit artikel mag worden overgenomen zonder bronvermelding en toestemming van de auteur.

Foto: Remco Veurink

dressuur

Op Facebook laat para-dressuurruiter Esra de Ruiter weten dat ze ‘met haar bek vol tanden’ staat als het gaat om juryverschillen in de para-sport. Tijdens de KNHS-Witte van Moort cup was er zelfs een ruiter die een verschil had van 13,69%. “Het bestaat niet dat dat kan.” aldus De Ruiter.

Klassieker type

“Ik heb het meer over de algemene juryverschillen dan over die van mijzelf,” vertelt de talentvolle amazone aan Hoefslag. “Ik heb een wat klassieker type paard en dat wordt door sommigen wat minder gewaardeerd dan de moderne paarden die heel functioneel gebouwd zijn voor de dressuur. Mijn paard is dat niet, maar dit is wat ik heb. Hij is zoals hij is en ik doe mijn uiterste best hem zo goed mogelijk te rijden. Als je met een wat minder functioneel type dit toch correct kan rijden, wordt dat soms beloond en soms niet. Jureren is wel objectief maar ergens kun je niet voorkomen dat er een persoonlijke smaak in zit. Dat is best wel vervelend.”

Witte van Moort cup

“Gisteren was ik in Berkel-Enschot,” gaat De Ruiter verder, “daar waren enorm veel deelnemers. Het was echt een grote wedstrijd. Toch zag ik later op de jurylijst dat er bij heel veel mensen een enorm verschil was tussen verschillende jury’s. Ik vind 5% al heel veel, maar er was iemand met en verschil van 13.7%. Het bestaat niet dat dat kan. Als er zoiets gebeurt is het als ruiter soms heel moeilijk te begrijpen hoe dat komt. Hoe weet je nu wat je thuis moet gaan verbeteren als je twee totaal verschillende resultaten terugkrijgt?”

Altijd wel verschil

De Ruiter geeft toe dat het normaal is dat er altijd wat verschil zit tussen verschillende juryleden. “Juryleden zitten niet allemaal op dezelfde plek, dus ze zien ook niet dezelfde dingen. Het kan zijn dat een proef er van de ene kant anders uit ziet dan van de andere. Een beetje juryverschil is dus niet heel gek. Toch is het wel raar als je scores terugkrijgt alsof je twee verschillende proeven hebt gereden. De amazone gisteren was volgens de ene jury eerste en volgens de andere laatste geworden met haar proef.”

Motivatie

“Als dit gebeurt, doet dit je motivatie als ruiter ook niet echt goed. Wanneer je niet weet waar je het moet zoeken, dan is het ook niet meer leuk. Zeker als je ook uren naar een locatie moet rijden en je dan een score krijgt die je plaats heel erg drukt. Als ik meer dan 7% verschil hebt, dan weet ik gewoon niet wat ik er mee aan moet. De lol is er dan wel echt af.”  

De amazone geeft aan dat de mogelijkheid bestaat een melding te doen bij de KNHS. “Of je kunt met de jury in gesprek gaan, maar wat hier precies mee gedaan wordt, weet ik niet. Ik zou zelf heel graag willen weten waar die echte grote verschillen nu vandaan komen en hoe je hier als ruiter nu correct op moet reageren.”

Trainingen

De amazone vraagt zich af wat de juryleden nou eigenlijk willen zien. “Zou er niet eens een keer een soort van openbare proeventraining kunnen komen met een aantal juryleden? Dan kun je horen wat zij vinden en wat je moet verbeteren. Bij veel trainers kun je dit wel doen, maar hoe waardevol zou het zijn om van vooraanstaande para-juryleden te horen wat zij nou eigenlijk willen zien. Het rijden van een proef is wel echt een vak apart.”

Wel iets zeggen

Ik moest even nadenken wat ik nu precies in mijn oorspronkelijke bericht op Facebook zou zetten,” geeft De Ruiter toe. “Ik wil er wel iets over zeggen, maar tegelijkertijd niemand beledigen of benadelen. Aan de andere kant is het natuurlijk zo dat als er helemaal niets over gezegd wordt, er ook niets aan gedaan kan worden. Ik wil vooral opbouwende kritiek geven en vragen om meer transparantie en duidelijkheid, waardoor je als ruiter écht weet waar je aan toe bent en waar je naartoe moet werken.”

Lees ook: Esra de Ruiter zoekt paard: “Ik ben overal gelukkig mee”

Bron: Hoefslag, overname zonder schriftelijke toestemming via webredactie@mediaprimair.nl én bronvermelding niet toegestaan

Foto: DigiShots

De nu elfjarige Chayni Chamberlain deed op negenjarige leeftijd al mee in een wedstrijd waar ze een miljoen Amerikaanse Dollars kon winnen. Ze toonde daar haar verbazingwekkende vaardigheden als westernruiter met een paard waarvan de meesten slechts durven dromen.

Samen met haar team lijkt ze niet te stoppen omdat ze constant succes boeken. Hierdoor heeft ze veel enthousiaste fans. Ze vormt een geweldige combinatie met haar paard Flowingbunny (FlowJo).

Maar er is één ding waarmee velen het niet eens zijn: Chayni draagt geen veiligheidscap. De vraag of minderjarigen bij de barrel race verplicht een helm zouden moeten dragen. Het is niet de vraag of Chayni voldoende talent of capaciteiten heeft, want het is duidelijk dat ze goed is in wat ze doet, maar is haar veiligheid hier niet in het gedrang?

Het dragen van een helm in de traditionele westernscene, waar iedereen zijn hoofd met een cowboyhoed bedekt, is lastig omdat je de traditie doorbreekt. Dat een hoed een cruciaal onderdeel is van de westerntraditie snijdt geen hout als je bedenkt dat veiligheid voorop moet staan.

Voorstanders van ‘safety first’  zien in dat barrelrace ook net zo goed kan met helm in plaats van hoed; tegenstanders willen liever niet voor watje worden uitgemaakt.

Bron: theeasybreezy / Hoefslag

Foto: On the Rodeo Road/Nicole Aichele

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 17)

 

 

 

0 2268

Er zijn mensen die beweren dat een instructeur maar een beetje kan betekenen voor een ruiter.

Argument hiervoor is: tot op zekere hoogte is er nog iets te bereiken door de instructeur om de vaardigheden van de ruiter te veranderen maar de meeste resultaten zullen toch van de ruiter zelf moeten komen. Het is tenslotte zo dat de ruiter zelf de keuze maakt (of niet kan maken) om te doen wat geïnstrueerd wordt. Wat kan de instructeur dan nog verder doen?

Het is natuurlijk waar dat de meeste ruiters moeilijke momenten ervaren tijdens het leerproces en nèt iets anders gefrustreerd raken dan bij andere sporten, simpelweg door de manier van paardrijden, het over de hele linie zo is dat ruiters niet alle moeite doen om te verbeteren.

De meeste van ons rijden vanwege een levenslange passie voor paarden.  We willen onze paarden een dienst bewijzen door de beste ruiter te zijn. Meestal in de eerste plaats gemotiveerd omdat we het goed willen doen en we het fijn vinden om goed te bewegen. We willen het op een correcte manier doen.

Dus, aangenomen dat de ruiter oprecht geïnteresseerd is in het goed leren rijden, wat kan een instructeur dan nog doen om dit dan nog te verbeteren?

Goede instructeur

Een goede instructeur heeft de eigenschap regelmatig positieve invloed te hebben op hun leerling. Hij maakt het verschil voor hun in één simpele les. Hij is in staat de leerling naar huis te sturen met concrete feedback die het mogelijk maakt om zich onafhankelijk verder te ontwikkelen.

Welke eigenschappen?

Het begint bij het niveau van de leerling

Een goede instructeur herkent direct de bekwaamheid van de ruiter en geeft aanwijzingen die geschikt zijn voor dat niveau. Bij een beginner zijn de opdrachten misschien nog iets te moeilijk en moeten gemakkelijker gemaakt worden zodat hij niet overvraagd wordt en ook succes kan boeken.

De instructeur kan focussen op één of twee punten die geleerd moeten worden tijdens die les. Van meer gevorderde studenten kunnen meer en bijzondere vaardigheden verlangd worden. In beide gevallen (en alles ertussenin) : van de instructeur wordt een benadering verwacht die de behoefte van de leerling tegemoet komt.

Basisprincipes van de basis goed uitleggen

Er is niets moeilijker dan proberen uit te leggen dan wat de basis is van goed leren rijden. De ervaring die de ruiter heeft is niet relevant, als er iets is dat moet worden verbeterd dan heeft het geen zin om verder te gaan voordat de basis goed is. Het paard moet leren of de ruiter moet leren en een goede instructeur zal in beide gevallen weten wat hij moet doen. Zelfs de meest gevorderde oefeningen beginnen met een goede basis.

De juiste taal

Communicatie is de sleutel. Vooral voor iemand die in het midden of aan de kant van de rijbak staat terwijl de leerling constant in beweging is.  De instructeur kan het gedrag van de leerling veranderen met woorden, o.k. wellicht ook met geluiden, uitstraling, gebaren,  zich verplaatsen van links naar rechts! Maar er is geen alternatief voor gevarieerd en goed taalgebruik om effect te hebben.

Ervaring

Een oud gezegde luidt: er is een verschil tussen weten en doen. Deze waarheid moet niet onderschat worden, zeker niet bij een beginnende ruiter. Zich kunnen inleven in wat hij doormaakt, hierop inspelen en een weg weten te vinden.

Probleemoplosser

Veel topniveau instructeurs spreken over de mentale middelen die nodig zijn om problemen op te lossen. Maar die middelen zijn niet beslissend alleen voor ruiters, een goede instructeur heeft een groter probleem: oplossingen die ze hebben gebruikt onder verschillende omstandigheden met verschillende ruiters. Ervaring is de sleutel, niet alleen gezien vanuit perspectief van het rijden maar ook vanuit het lesgeven.

Doelen stellen maar ook ervan af te zien

Er is een mate van flexibiliteit betrokken bij goede instructie. Ondanks dat zowel instructeur als leerling constant in een evaluatie-modus zouden moeten zijn, is de sleutel om nieuwe doelstellingen te bereiken, de wil om het te behalen einddoel te veranderen zodra dit nodig blijkt. Ook al is er een lesplan gemaakt voor die dag: komt er tijdens de les een compleet andere off-topic situatie, dan zal een goede instructeur dit aanpakken zonder dat dit vooraf gepland is.

Geduld

De instructeur is geduldig, niet alleen met de ruiter maar ook met het paard. Daarnaast leert hij de leerling hetzelfde geduld te hebben voor wat betreft het trainen van het paard.

Rechtvaardig

De trainer hanteert hoge normen en waarden voor het welzijn en de zorg van het paard en hij weet de leerlingen te overtuigen dit ook te doen.

Wellicht zijn er nog voldoende andere manieren om aan te tonen of een goede instructeur essentieel is.

Bron: horselistening

Foto: Jessica Pijlman

De winterperiode is weer aangebroken en het is voornamelijk in deze tijd van het jaar dat ik vooral in het buitenland veel gevraagd word voor de bijscholing van gediplomeerde instructeurs. Opmerkelijk daar ik zelf geen enkel papier aangaande rijinstructie in bezit heb. Zelfs op de Cadre Noir was ik een regelmatige gast. Waar ik ook kom, het verbaast mij altijd weer hoe de deelnemers ooit aan hun papier van instructeur zijn gekomen, daar hun niveau wat betreft kennis in het zadel voor een gediplomeerde persoon zeer gering is.

Bij ons is de hippische beroepsopleiding in Deurne in de problemen. Financieel lukt het niet meer, maar wat mij het meeste stoort is dat de oorspronkelijke opleiding verworden is tot een mbo-opleiding waar men ook iets met paarden doet. Dat is overigens niet iets van de laatste jaren. Een kleine zes jaar geleden heb ik contact opgenomen met Deurne om voor te stellen of dat we een uniforme rijstijl en lesgeven zouden kunnen hanteren. Dit was onmogelijk werd mij verteld. Mij werd toch de gelegenheid gegeven om op de school een week (vijf dagen) te mogen werken. Op de laatste dag reden de door mij getrainde leerlingen samen met twee door mij getrainde jonge ruiters die op internationaal niveau succesvol waren. En een ieder zat na vijf dagen al hetzelfde op het paard dus uniform.

Tijdens het contact met de leerlingen bij het rokersbankje bleek dat het paardrijden een onderschikte plaats had verworven in de opleiding. Na een voor mij heel fijne week in Deurne heb ik nooit meer iets gehoord, wellicht door de schrik van de betrokken leiding. Met dit in het achterhoofd ben ik er in het geheel niet rouwig om dat Deurne zijn deuren moet sluiten. Instituten die zichzelf in stand houden door het uitvinden van allerlei educatieve pretpakketten, die rijtechnisch geen enkele kwaliteitsgarantie bieden, verdienen niet beter. Dat zelfs topruiters en toptrainers zichzelf moeten verlagen tot het volgen van een van deze pretpakketten (Masterclasses) omdat men anders verzekeringstechnisch niet in orde is, is van de gekke. Je hebt dan ook als topper weinig zelfrespect als je je in deze flauwekul laat meeslepen.

Albert Voorn

 

0 381

Manegehouders op werkbezoek bij de Politie Haaglanden hebben kennis gemaakt met een nieuw wapen in de strijd tegen paardenpoep op de openbare weg. De nieuwste vinding neem je mee tijdens de rit. Laat een paard onderweg iets vallen, dan stapt de ruiter uit het zadel, pakt de zak, schuift met een speciale schuiver de vijgen er in, stapt weer in het zadel en gooit de zak even later in de vuilnisemmer. Klaar is Kees.

Ik zal de laatste zijn te ontkennen dat paardenpoep op de openbare weg niet bepaald positief bijdraagt aan het imago van de ruitersport in onze samenleving. Al besef ik dat diezelfde samenleving op de openbare weg een veel grotere vervuiler is, als je ziet wat er dagelijks uit de auto wordt  gegooid en vlak ook hondenbezitters niet uit. Af en toe een paardendrol op de openbare weg is niet het probleem. Anders wordt het in de directe omgeving van  veel bezochte ruitersportaccommodaties. Als daar paarden onder de man af en aan gaan, mag je als omwonende best verlangen dat de manegehouder of de vereniging er op gezette tijden de bezem en schop bijhaalt om de rotzooi op te ruimen.

Kan de paardenwereld een dergelijk corvee niet opbrengen, dan wordt het op den duur wel via een plaatselijke verordening  geregeld  en moet je maar afwachten welke maatregel de ruiterwereld krijgt opgelegd. Paardenverstand ligt namelijk niet voor het opscheppen bij gemeentebesturen. Maar weinigen in de raadszaal zullen beseffen dat het niet zonder risico is als een ruiter in het verkeer verplicht wordt van zijn paard te komen, met zijn arm door de teugel gestoken op zijn hurken de verse poep in een zak te stoppen om vervolgens weer op te stijgen en zijn rit te vervolgen. Weinig paarden blijven daar rustig onder in het verkeer. Stel je voor dat het ergens van schrikt en aan de kletter gaat? Dan is er pas echt stront aan de knikker.

Ton Corbeau (hoofdredacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Ton_Hoefslag)

0 308

Dat we tweede werden in de landenwedstrijd van Dublin met zo’n jong team in zo’n sterk veld is een ongelofelijke prestatie. De dubbele nulronde van Tobalio is een van de hoogtepunten in mijn ruiterloopbaan. Ook als team was het super. Het doet je als 57-jarige veteraan goed om met zo’n jonge generatie springruiters te rijden. De sfeer was super, de collegialiteit enorm.
Donderdagochtend ging in het hotel het brandalarm af. Wij met zijn allen via de trappen naar buiten, waarbij mijn vrouw Irma haar voet verzwikte en in het trappenhuis flink ten val kwam. De rest van het concours was zij in een rolstoel aan de zijlijn gekluisterd. Ik had dus niemand om Tobalio wedstrijdklaar te maken. Gelukkig gaat het alweer wat beter met haar. Leon Thijssen en zijn groom Paul hebben mij met Tobalio in de aanloop naar de landenwedstrijd erg geholpen. Die saamhorigheid op concours gaf Dublin voor mij nog eens een extra dimensie. Tobalio is het meest moeilijke karakter dat ik ooit heb gereden en ik heb door de jaren heen toch heel wat moeilijke paarden onder me gehad. Toch ben ik meneer Visser eeuwig dankbaar dat ik hem mocht gaan rijden al heb ik Tobalio meer dan eens diep in de ogen gekeken als hij zijn kont weer eens tegen de krib gooide. Van zulke ogen neem je geen afscheid. Het is een heel apart paard, dat als je hem in zijn waarde laat en niet op zijn huid zit, enorm kan springen.  Ik heb het afgelopen seizoen voor Nederland in drie landenwedstrijden mee mogen doen. Zowel in La Baule, Hickstead als Dublin sprong hij naar het beste teamresultaat.

Grondtraining en vrijspringen

Je mag als springruiter nog zo ervaren zijn en nog zoveel paarden hebben gereden, paarden blijven altijd verrassen. Je bent nooit uitgeleerd. De essentie van paardrijden is voor mij dat de ruiter zich ten allen tijde aanpast aan het paard en alles doet om te voorkomen dat tijdens de rit en de sprong de balans wordt verstoord. Je mag je paard geen moment in de weg zitten. Tobalio zit ik zo min mogelijk op zijn rug. Rijden heeft geen enkel effect op hem. Hoe minder ik erop klim, hoe beter hij in zijn vel zit. Tobalio heeft mij geleerd dat grondtraining aan de longe en vrijspringen veel effectiever zijn dan steeds maar weer in het zadel stappen. Wat Irma en ik met Tobalio doen, doen we ook tegenwoordig ook met de andere paarden. Ook die reageren beter. Alleen erop gaan zitten als het echt nodig is heeft mij geleerd dat veel training onder de man in feite onzintraining is, oftewel training die nergens toe leidt.

Albert Voorn

0 805

Het was een ijskoude decemberdag in 2009. De eerste bezichtiging voor de KWPN hengstenkeuring vond dat jaar in Deurne plaats. Op voorhand waren de verwachtingen hooggespannen. De fokleider van Oldenburg en Esben Møller van het Deense Blue Horse waren speciaal naar Deurne gekomen om de vooruitgesnelde roem van de nafok met eigen ogen te aanschouwen. De verwachtingen werden ten volle ingevuld. De kinderen van Vivaldi zorgden ondanks de kou voor een behaaglijk gevoel: aansprekende, opwaarts gebouwde, hoogbenige paarden die excelleerden aan de hand en tijdens het vrij bewegen. Geheel in de schaduw hiervan stond het optreden van de paar nakomelingen van Vivaldi’s leeftijdgenoot Voice. De jury sprak zelfs negatief over zijn nafok, die weinig aansprekend was en matig kon bekoren in beweging.

Dezelfde genen

Hoe anders liggen de kaarten 3,5 jaar later. De hype rond Vivaldi is bekoeld. De hengst, die zijn opleiding genoot bij Hans Peter Minderhoud, brak niet door in de Zware Tour en is voorlopig uit de sport. Voice belandde uiteindelijk op dezelfde stal en behoort na enkele optredens met Edward Gal tot de beste Grand Prix-paarden die ons land rijk is. Parallel hieraan verloopt de interesse van de fokkers. Waar drie jaar geleden de fokkers Voice massaal links lieten liggen, stroomt vandaag de dag in Harskamp de mailbox vol met dekverzoeken. En dat terwijl beide hengsten nog altijd dezelfde genen doorgeven als aan hun eerste jaargangen.
Vivaldi heeft nog immer een veel grotere nafok. Het verschil is zelfs gigantisch wat de hengstenselectie betreft. De zoon van Krack C kreeg tot heden 33 hengsten in de tweede bezichtiging, waarvan er zeventien werden aangewezen. Onder het zadel volgde vervolgens een flinke schifting naar vier gekeurde KWPN-zonen. Van Voice kunnen daarentegen niet meer dan twee hengsten voor de tweede bezichtiging worden genoteerd.
Je zou willen dat deze cijfers anders lagen. Het bloed van Voice, die ook nog de waardevolle De Niro als vader heeft, zou veel beter vertegenwoordigd moeten zijn in de populatie. Een goed sportpaard betekent zeker niet altijd een goede fokhengst, maar als Edward Gal enthousiast vertelt dat Voice een ongekende motor heeft en het gevoel geeft dat hij altijd wil blijven gaan, zijn juist dat de eigenschappen die als muziek in de oren klinken.

Nederlandse Sandro Hit

Het gaat me te ver om Vivaldi al af te doen als de Nederlandse Sandro Hit. In combinatie met Ferro- en, opvallend genoeg, Havidoff-bloed blijken er waardevolle paarden van hem te komen. Toch is dit opnieuw een les. Laat je geen rad voor de ogen draaien door aansprekende, hoogbenige, opwaarts gebouwde grootdravers aan een touwtje. Pas met kracht vanuit de achterhand, het vermogen tot sluiten en een juiste instelling wordt de wedstrijd gewonnen.

Peter van Pinxteren (redacteur Hoefslag, ook te volgen via twitter: @Peter_Hoefslag)/foto: DigiShots

0 65

‘Ik ben van mening dat het direct verboden moet worden dat ruiters voorgekwalificeerd kunnen zijn voor de Grote Prijs. Het is fantastisch om naar de beste paarden van de wereld te kijken, zoals afgelopen zondag op CHIO Aken. Maar sportief gezien is het absoluut onacceptabel dat iemand zich niet hoeft te kwalificeren, terwijl anderen zich eerst in een zware proef moeten plaatsen. Het kan niet zo zijn dat je als oud-winnaar of medaillewinnaar zo maar mag starten, net als dat een EK voetbalploeg niet automatisch gekwalificeerd is voor de finale en een Wimbledon winnaar ook gewoon het hele traject moet doorlopen.

Big Star

Als een evenement begint, moet je elkaars gelijke zijn qua kwalificatie en het aantal wedstrijden dat je moet rijden. Je bent in de paardensport al niet elkaars gelijke omdat niet iedereen op een Big Star zit, maar je moet ruiters ook niet bevoordelen. Deze ongelijkheid in de sport is zolang ik paardrijd een doorn in mijn oog en na CHIO Aken vind ik dat ik dit nog eens moet aanzwengelen in de hoop dat er iemand bij de FEI hier oren naar heeft. Het is bovendien een stap in de goede richting om de sport inzichtelijker te maken voor het grote publiek.
Sport hoort gelijk te zijn.  Natuurlijk heb ik genoten van de Grote Prijs-winnaar Big Star, dat is iets fenomenaals om naar te kijken. Hij heeft echter maar één kleinere proef te hoeven lopen en kwam dus zondag fris aan de start. Dat is een heel ander traject dan de paarden die eerst de landenwedstrijd hebben moeten lopen, waarbij twee manches lang het maximale gevraagd wordt qua hoogtes en breedtes van de hindernissen.

Geblesseerd en toch geplaatst

Ik pleit ervoor dat iedereen op een CSIO concours zich via de landenwedstrijd moet kwalificeren voor de Grote Prijs. Daar moeten dus ook individuele ruiters aan de start komen, zodat ze dezelfde proef onder dezelfde inspanningen rijden. Oftewel gelijke omstandigheden voor iedereen.  Een concours hoeft niet bang te zijn voor de afwezigheid van topcombinaties. Als een Grote Prijs is afgelopen of Wimbledon is voorbij denkt niemand: Big Star was niet in de barrage of Federer speelde niet in de finale. Nee, men denkt terug aan hoe mooi de sport was. En het mooie van sport is dat er steeds verschillende mensen bovenaan staan. Het moet niet eentonig zijn.
Verder vond ik het verbazingwekkend dat paarden die niet inzetbaar waren voor de landenwedstrijd vanwege blessures of omdat ze niet fit waren, toch geplaatst waren voor de Grote Prijs op zondag en daar aan de start kwamen. Gebeuren daar in Aken wonderen of zo?

Albert Voorn

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,528FansLike
0VolgersVolg
6,993VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer