Algemeen

NVTG erelid Siebe Rijploeg werd 87 jaar

Eén van de grondleggers en tevens oud voorzitter van de NVTG, Siebe Rijploeg, is op 15 augustus j.l. overleden.

Rijdend museum

De Nederlandse Vereniging Traditioneel Gerij (NVTG) werd in 2001 door een aantal echte liefhebbers van het authentiek gerij opgericht en tot 2006 was Siebe Rijploeg voorzitter van deze vereniging. Zijn credo was: ‘Houdt het rijdende museum gaande…”

Erelid

Als groot liefhebber van het authentiek gerij heeft Siebe Rijploeg een belangrijke rol gespeeld om dit rijdende museum daadwerkelijk gaande te houden. Als dank en waardering voor deze inzet werd hem bij zijn aftreden als NVTG voorzitter in 2006 het erelidmaatschap toegekend.

Briljant

Ook daarna bleef Rijploeg de NVTG zeker een warm hart toedragen. Zolang als mogelijk was, was hij samen met zijn vrouw Aaltje waarmee hij in bijzijn van kinderen, klein- en achterkleinkinderen in april hun briljanten huwelijk vierde, zeker enkele keren per jaar aanwezig bij NVTG evenementen.

Schijndel

Siebe Rijploeg werd op 3 oktober 1930 geboren in Groningen en overleed op 87-jarige leeftijd in zijn woonplaats Schijndel.

MenSport wenst zijn nabestaanden veel sterkte met het verlies van deze markante man, vader en opa.

Bron: NVTG

 

 

Voor het veulen is het afspenen een enorm stressvolle periode, waarin er verschillende problemen kunnen optreden, die meer dan eens met de voeding en spijsvertering te maken hebben.

Steeds minder drinken

Al enkele maanden na de geboorte begint de merrie het veulen steeds minder vaak te laten drinken. Ondertussen heeft het veulen al geleerd om met de moeder mee te eten, hetzij brok, hooi en/of gras. Op  ongeveer vijf maanden leeftijd wordt een veulen vervolgens van de moeder gescheiden, het zogenaamde afspenen.  Waar moet je op letten zodra je je veulen afgespeend hebt?

Niet teveel zetmeel!

Dat een veulen op jonge leeftijd al brok leert eten, betekent niet dat de extra energie die nodig is in de speenperiode uit brok moet komen. Brok bevat veel zetmeel. Door stress kan bovendien het spijsverteringsstelsel extra snel werken, waardoor de kans bestaat dat zetmeel in de dikke darm terecht komt. Diarree en koliek kunnen daarvan het gevolg zijn.

Goede kwaliteit ruwvoer

Een veulen van 5 maanden oud groeit snel en heeft veel energie nodig. Vanwege het boven genoemde risico van grote hoeveelheden krachtvoer, moet die energie uit ruwvoer gehaald worden. Het onbeperkt voeren van goede kwaliteit kuilgras of hooi is daarom verstandig. Na een ruwvoeranalyse wordt duidelijk hoeveel van welke voedingsstoffen het ruwvoer bevat, waarop de krachtvoergift en een eventueel supplement kan worden afgestemd.

Gras, gezelschap en beweging

Voor een veulen is gezelschap en vrije beweging een absolute must. Zeker na het spenen moet een veulen worden omringd door soortgenoten, al dan niet van zijn eigen leeftijd, om het ontbreken van zijn moeder op te vangen. Gras van een goed onderhouden weiland vormt daarbij een waardevolle energiebron, die een veulen kan helpen gezond door de moeilijke speenperiode heen te komen.

Maagzweren

Onder invloed van stress lijden veel gespeende veulens aan maagzweren. Het is lastig dit volledig te voorkomen, tenzij de manier van spenen wordt aangepast en het veulen geleidelijk  van de moeder wordt gescheiden. Qua voeding kan het helpen om een beperkte hoeveelheid luzerne bij de voeren (matig vanwege de scheve calcium/fosfor-verhouding). Luzerne heeft de eigenschap de zuurgraad in de maag iets te verlagen.

Bron: Hippos, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan

Foto: Remco Veurink

Droog, zonnig en warm was de zomer van 2018 één van de warmste zomers sinds 1903. Echter door het mooie weer is er ook veel minder regen gevallen, waardoor het gras langzamer groeit. Langzame groei en intensieve begrazing kan overbegrazing veroorzaken.

Overbegrazing

Overbegrazing betekent dat het gras zo kort afgegraasd wordt dat hergroei moeizaam is en suikergehalten kunnen toenemen. Voorkom overbegrazing en neem voldoende maatregelen om een mooie grasmat te behouden.

Tijd om te herstellen

Laat de paarden niet de hele zomer op hetzelfde perceel staan, maar zet de paarden na een bepaalde tijd op een ander perceel. Het advies van weidespecialisten is om de paarden naar een ander perceel te verplaatsen als het gras ca. 4 centimeter hoog is. Geef het gras ca. 21 – 28 dagen de tijd om te herstellen. Bij voorkeur dient het gras 8 centimeter of hoger te zijn, voordat de paarden weer toegang tot deze weide krijgen.

Hoge plekken voorkomen

Door de weide regelmatig rust te geven, krijgt het de mogelijkheid om te herstellen. Hierdoor wordt voorkomen dat er hoge plekken ontstaan die de paarden niet meer willen eten. Meestal ontstaan hoge plekken in het gras door mest-/urineplaatsen zijn, waardoor het gras minder smakelijk wordt of er groeien onkruiden die de paarden niet eten.

Gestresst gras

Erg kort afgegraasd gras met een tekort aan voedingstoffen, zoals kunstmest of water, kan veel suikers bevatten.

Beregenen

Indien de voorzieningen aanwezig zijn dan is beregenen een uitkomst om een mooie grasmat te behouden. 

 

Bron: Hippos, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan

Foto: Remco Veurink

mager
Paardis te mager

Vandaag de dag lees je veel over te dikke paarden. Maar er zijn ook paarden die juist heel lastig op gewicht te krijgen en te houden zijn. Wat doe je als je paard te mager is?

Verschillende oorzaken

Een paard kan door een scala aan oorzaken gewicht verliezen of al mager zijn. Onder andere de leeftijd en de kwaliteit van het gebit kunnen een rol spelen. Een medische oorzaak is ook mogelijk, zoals een slechte vertering en/of absorptie van voedingsstoffen, maagzweren, dunne darmontstekingen, darmzweren, etc.. Laat een mager paard of een paard dat gewicht verliest daarom altijd eerst medisch helemaal doorlichten, voordat je zelf met het rantsoen aan de slag gaat. Bij een rantsoen voor een mager paard zijn de volgende aandachtspunten van belang:

1. Ruwvoer 

Geef een mager paard een onbeperkte hoeveelheid goed hooi of voordroogkuilgras. Langstengelig en moeilijk verteerbaar ruwvoer is minder geschikt, omdat hier minder voedingstoffen in zitten. De kwaliteit en voedingswaarde kan per partij heel erg verschillen. Geef je paard (indien mogelijk) meer weidegang op een goed onderhouden weiland. Gras bevat meer energie en eiwit dan hooi en kuil. Van weidegang komen magere paarden het snelst weer op gewicht.

2. Krachtvoer met beleid

Als je meer prestaties van je paard verwacht, heeft hij ook een voedzamer rantsoen nodig. Wanneer ruwvoer niet meer voldoende is, kan krachtvoer worden bijgevoerd.  Zie het verhogen van de hoeveelheid krachtvoer echter niet als oplossing om je paard dikker te krijgen. De kwaliteit van het ruwvoer is veel belangrijker voor de gezondheid van je paard.

3. Plantaardige olie

Olie bevat 3 keer meer energie dan koolhydraten zoals suiker en zetmeel. Bovendien brengt het voeren van plantaardige olie geen risico op verteringsproblemen die bij gebruik van veel zetmeel wel voorkomen, zoals koliek en diarree. Introduceer plantaardige olie altijd langzaam, zodat het spijsverteringssysteem zich kan aanpassen en optimaal gebruik kan maken van de energie.

 

4. Ook eiwit is aandachtspunt

Niet alleen energie, maar ook eiwit is een belangrijk aandachtspunt bij magere paarden. Vaak hebben ze een deel van hun spieren verbrand; alleen een voldoende eiwitaanbod in het rantsoen kan deze weer helpen op te bouwen. Voor extra eiwit kan luzerne bijgevoerd worden. Verder is geweekte bietenpulp een goede en veilige manier om de voederwaarde van het rantsoen op te krikken.

Als het niet helpt….

Er zijn veel mogelijke medische oorzaken van vermagering, waarbij vaak, na klinisch onderzoek, specialistische inzet van een internist nodig is om bloed-urine-testen, mestonderzoek, maag/dunnedarm endoscopie, biopten van dunne/dikke darm en absorptie-testen van de dunne darm uit te voeren. Bij magere paarden wordt vaak te lang geprobeerd het probleem door middel van voeding te verhelpen, waardoor zieke dieren vaak in een verder gevorderd stadium bij de dierenarts worden aangeboden en daardoor moeilijker te behandelen zijn.

Bron: Hoefslag, overname zonder bronvermelding én schriftelijke toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan

Foto: Remco Veurink

 

 

 

0 231
Mark Weusthof Foto Facebook

Onze bekende vierspanrijder Mark Weusthof is één van de zeven kandidaten als rijdersvertegenwoordiger voor het FEI Driving Committee.

Athlete Representative

De rijdersvertegenwoordiger die uiteindelijk wordt gekozen voor deze functie als FEI Athlete Representative maakt dan deel uit van het FEI Driving Committee en kan meepraten over alle onderwerpen die met het internationale mennen samenhangen.

Online verkiezing

Zoals MenSport al eerder berichtte, vindt de online verkiezing hiervoor plaats vanaf 29 juli tot en met 23 september.

Sympathieke rijder

Mark Weusthof staat bekend om zijn sympathieke manier van rijden met zijn vierspan. Inmiddels was hij al zes keer op de wereldkampioenschappen actief en wil ‘met veel plezier de stem van andere paardensporters zijn’ en daarbij ligt Marks focus uiteraard vooral op de mensport. Daarnaast vindt hij ‘paardenwelzijn uiterst belangrijk’!

Opgegroeid tussen de paarden

Mark, geboren op 22 februari 1973, groeide thuis in Rossum op tussen de paarden. Op jonge leeftijd hielp hij zijn vader Theo al met het trainen en africhten van paarden. Daarnaast ging de hele familie Weusthof mee naar de nationale en internationale wedstrijden, waar zijn vader aan meedeed en waar ieder gezinslid een taak had.

Ervaring als groom

Als groom achterop, deed hij de eerste ervaringen op in de wedstrijden en in 1997 droeg vader Theo de leidsels over aan Mark maar bleef zelf nauw bij het vierspan betrokken tot hij in 1999, als gevolg van een noodlottig ongeval in zijn stallen, plotseling overleed.

St. Twents Vierspan

Voor Mark stond vast dat hij in de geest van zijn vader wilde doorgaan in de vierspansport. Met de steun van zijn familie, goede vrienden en de Stichting Twents Vierspan Theo Weusthof kon Mark zijn loopbaan voortzetten en ontpopte zich als een talentvol menner en instructeur.

Bron: Hoefnet/Facebook

Klik hier om te kunnen stemmen

Klik hier voor een video van Mark Weusthof 

Klik hier voor het CV van Mark Weusthof

 

Uiteraard is Nederland gelukkig niet het enige land waar tochten met authentiek gerij geliefd zijn.

Gecharmeerd

Ook in andere Europese landen, waaronder bijvoorbeeld Polen, is hiervoor veel belangstelling zoals op onderstaande video is te zien. Deze video is gedeeld door de Fransman Guy Matras, die zelf bijzonder gecharmeerd is van onze Nederlandse tuig- en menpaarden.

Internationale competitie

Deze video bevat beelden van de eerste dag van de internationale competitie van het traditioneel gerij om de trofee van Silezië. Silezië is een provincie in het Zuiden van Polen, gelegen tegen de Tsjechische en Slowaakse grens.

Handige menners én grooms

Getuige de video vind men daar onder de internationale deelnemers ook paardenmensen met gevoel voor stijl en sfeer. En daarnaast handige menners én grooms, vooral van de troika aanspanning…

Klik hier voor de video.

Bron: Facebook

 

Klassieke Paarden Stamboek
Klassieke Paarden Stamboek

Het College van Beroep voor bedrijfsleven (CBb) heeft wederom negatief beslist over een erkenning van het Klassiek Paarden Stamboek (KPST).

Echte Gelderse paard

Rudi van Lutterveld, voorzitter van het stamboek dat zich inzet voor het Klassiek Gelderlander Paard, en diens compagnon Anton van Lijssel waren in februari van dit jaar voor de derde maal naar het CBb gestapt voor erkenning van hun stamboek. Hoefslag Magazine berichtte indertijd over deze rechtszaak. Volgens beide heren is het echte Gelderse paard —het type dat in de jaren ’60 van de vorige eeuw volop in Nederland te vinden was— met uitsterven bedreigd sinds het KWPN in 1998 de eis voor een bepaald percentage (oud)-Gelders bloed heeft losgelaten.

Strijden

Daarom strijden zij al sinds 2010 voor erkenning van hun eigen stamboek, het KPST, tot op heden zonder het gewenste resultaat. Volgens het Ministerie van Economische Zaken en de Rijksdienst voor Ondernemers (RVO), waar stamboekerkenningen onder vallen, kunnen de Klassieke Gelderlander paarden van het KPST namelijk gewoon bij het moederstamboek van de Gelderse paarden —het KWPN— geregistreerd kunnen worden.

Derde keer

Het CBb ging voor de derde keer, ondanks een statuutwijziging van het KPST, mee met EZ en RVO en verwierp de bezwaren van KPST-voorzitter Lutterveld. Die heeft bij Hoefslag gemeld het er wéér niet bij te laten zitten. In het najaar gaat de nieuwe fokkerijverordening van kracht en Lutterveld wil van die gelegenheid gebruik maken om weer voor erkenning van zijn stamboek te pleiten.

Bron: Hoefslag, overname zonder bronvermelding én toestemming via webredactie@mediaprimair.nl niet toegestaan

Tekst: Albertine Nannings

Foto: Gemma Janssen

 

strontvlieg
Strontvlieg

We worden er niet goed van in de zomer. Overlast van vliegen. Eén van de vliegen treffen we vooral in de buurt van de mesthoop aan. De strontvlieg. Eigenlijk houden ze meer van koeienmest dan van paardenmest, zo blijkt.

Culinaire voorkeuren

Als we ze voorbij zien komen, zijn we er klaar mee. Maar als je het ‘stront-element’ wegdenkt zien ze er eigenlijk  best netjes uit. De mannelijke exemplaren zijn goudgekleurd, de vrouwtjes groen. En ook met hun culinaire voorkeuren is niets mis: ze leven vooral van de nectar van bloemen en zuigen geregeld een klein insect uit. Ze eten dus geen mest. Een stuk hygiënischer dan de huisvlieg, bijvoorbeeld, die zodra hij op ons voedsel landt, een piepkleine klodder spuug achterlaat.

Toepasselijke naam

En toch hebben strontvliegen geen al te best imago. Dat komt in eerste instantie door hun naam, natuurlijk. De wetenschappelijke Latijnse naam klinkt nog wel imposant: Scatophaga stercoraria. Maar in het Nederlands is geen van de drie alternatieven echt aantrekkelijk: strontvlieg, gele strontvlieg of drekvlieg.
Een toepasselijke naam is het wel: van april tot en met oktober zijn er in paardenstallen ontzettend veel strontvliegen aanwezig: de gouden mannetjes wachten met tientallen tegelijk boven op de mest op de komst van hun vrouwelijke soortgenoten. De vrouwtjes vliegen ondertussen rond met nog onbevruchte eieren en als die genoeg gerijpt zijn, vliegt ze (geholpen door haar reukzin) naar verse mest. Meestal vliegt ze tegen de wind in, zodat de geur extra sterk is.

Eieren

Zodra zo’n glimmend groen vrouwtje landt, ontstaat er een flink gedrang. De mannelijke strontvliegen vechten uit wie met haar mag paren. De winnaar neemt haar mee naar een rustige plek voor de paring, al gebeurt dat soms ook wel op de mest zelf. Daarna keren ze samen terug naar de plek waar ze elkaar ontmoet hebben, de hoop mest dus. Het vrouwtje legt in de mest haar eieren (elk ongeveer 1 millimeter groot), die kleine ‘zijvleugels’ hebben zodat ze niet in de drek wegzinken. Uit de eieren komen larven, die uitgroeien tot een nieuwe generatie strontvliegen. De larven eten, in tegenstelling tot hun ouders, wel van de mest.

Liever koeienvlaai

Strontvliegen zijn een voorbeeld van mestfauna: soorten die mest gebruiken als voedselbron of voor voortplanting. Ook mestkevers behoren (zoals hun naam al verraadt) tot de mestfauna. We mogen blij zijn met die mestfauna, want door hun eetlust helpen ze de mest sneller af te breken. Wat dat betreft is het ook geen goed idee om strontvliegen uit de stal proberen te weren: in feite zijn het uitstekende vuilopruimers, hoe vervelend hun constante gezoem soms ook is. Bioloog en vliegenexpert Paul Beuk: ‘Gele strontvliegen komen niet eens hoofdzakelijk op paardenvijgen af. Het liefst leggen ze hun eitjes in koeienvlaaien. Die bevatten meer vocht waardoor de eitjes eenvoudiger in de mest kunnen worden afgezet en de larven er makkelijker uit kruipen. In een harde vijg gaat dat lastiger. Dat is trouwens ook de reden dat je in de zomer veel minder strontvliegen ziet – de mest is dan te ver uitgedroogd.’

Kleine mestvlieg

Zelf is Beuk regelmatig op de manege te vinden. ‘Mijn dochter zit op paardrijles. Als ik haar ophaal, kijk ik altijd even in de kruiwagens met mest, om te zien welke vliegen er zitten.’ Een soort die hij trouwens ook vaak aantrof, was de kleine mestvlieg (Sphaeroceridae). ‘Van die kleine, zwarte vliegjes die je veel in de stal ziet. Die hebben er minder last van als een paardenvijg is uitgedroogd, juist door hun geringe grootte kunnen ze de poep makkelijker in en uit.’

Bron: Hippos

Foto: Stock

 

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

100,243FansLike
0VolgersVolg
6,895VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer