Authors Posts by lizbarclay

lizbarclay

55 BERICHTEN 0 reacties
Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging 'terug naar haar roots in Gelderland' toen ze het boek 'The farmer, The Coal Merchant, The Baker' schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

atjan hop blog liz barclay
Foto: Marcel Knaapen

Hé, weer een like-je van Atjan Hop. Wie is dat? Maar eens even googlen. Oh, wauw, cool. Hij werkt met Lipizzaners.

Ff Maarten Appen. “Hoi, ken jij Atjan Hop?” “Jaa, Heul goed!” “Ik wou hem benaderen voor een blog, wat denk je?” “Vindt ie vast leuk.”

Berichtje naar Atjan: “Goeiemorgen, Atjan, ik blog voor de Hoefslag. Zou ik je mogen bezoeken voor een gesprek?”

Berichtje terug. “Tsjonge…blush.” “Ik vind je keuze om met Lipizzaners te werken zo bijzonder en daar zou ik graag over willen schrijven.” “Tsjonge…blush-part2.”

Er volgt een ontspannen en enthousiaste uitwisseling op messenger, wat sfeerbepalend is voor ons gesprek dat twee weken later plaatsvindt.

Energiek en gepassioneerd

De laatste dag voordat ik weer terug vlieg naar Engeland sta ik buiten het station in Leiden met al m’n bagage te zoeken naar een man in rijbroek. Dat is het enige herkenningspunt dat ik heb. En ja hoor, daar komt hij energiek aanlopen. Een vrij gedrongen man met een open gezicht en warme glimlach.

atjan hop blog liz barclay

In de auto op zoek naar een tentje voor ons gesprek is een vraagje voldoende om Atjan aan de praat te krijgen. Hij weet waarvoor ik kom en zijn passie en enthousiasme zorgen ervoor dat iets waar we zo’n tweeenhalf uur voor hadden uitgetrokken, grandioos uitloopt zonder dat we er erg in hebben.

Drang om te leren

Bij een kopje koffie in een sfeervol koffiehuisje vlakbij vervolgt Atjan zijn verhaal wat in eerste instantie klinkt zoals m’n eigen jeugd. Hoe hij, zonder dat er nou iemand in de familie echt paardengek was, zo heel graag pony wilde rijden en zijn weg vond naar de plaatselijke manege. Hij kon daar uren zitten luisteren naar de inspirerende vrouw die er de lessen gaf. Gek genoeg vertelde deze vrouw hem pas veel later dat ze nooit had begrepen hoe diep zijn verlangen was om een goed paardenman te worden.

Ik vraag aan Atjan: “Dus, ook al kom je zo enthousiast en extrovert over, als je naast je ‘meerdere’ zit, om het zo te zeggen, dan word je zomaar introvert vanuit die enorme drang om te leren?” “Ja…eigenlijk wel, ja.”
Verbeeld ik het me of zie ik haast een soort verlegenheid over zijn gezicht trekken?

Twee ansichtkaarten uit Wenen

Toen Atjan een jaar of vijf was bracht zijn tante twee ansichtkaarten voor hem mee uit Wenen van de Spaanse Rijschool. “Ik heb ze nog steeds, ik vond ze zo prachtig.” Misschien is zijn liefde voor dit bijzondere stoere paardje, de Lipizzaner, toen begonnen.

Alhoewel zijn ouders weinig van zijn paardenliefde begrepen, hebben zij hem wel altijd gesteund en zoveel mogelijk geholpen.

atjan hop blog liz barclay

Naast zijn lessen op de manege verraste zijn vader hem bijvoorbeeld zomaar met een reisje naar Wenen om het sprookje van de Lipizzaners met eigen ogen te aanschouwen. Atjan was toen een jaar of 17. “Zo gauw we naar binnen konden, zat ik daar dagen achtereen op het balkon van de rijzaal naar de training te kijken. Op de laatste dag reden er twee ruiters die mij daar weer zagen zitten. Een van hen was Oberbereiter Hans Riegler. Op een gegeven moment keek hij mij aan en knikte. Er was echt oogcontact. Dat is me altijd bijgebleven. Zo’n moment is een juweeltje.”

Met de zilveren rand

Toen Atjan een paar jaar eerder op Jumping Amsterdam bij de boekenstand van meneer Boogaard het boek met zilveren rand over de Lipizzaners zag liggen, gebeurde er ook zoiets. Naast meneer Boogaard stond de befaamde Lipizzanerman Jacques Pieterse over wie Atjan wel gehoord had en hij zag vanuit zijn ooghoek hoe meneer Boogaard meneer Pieterse een stoot met zijn elleboog gaf. Zo van: ‘moet je dat jong nou eens kijken’.

“Ik zag dat als jochie en het is me altijd bijgebleven. Jacques werd uiteindelijk mijn inspirator en een dierbare vriend.”

Iedere keer als Atjan zoiets vertelt, zie ik weer die haast vertederende verlegenheid. Hij wordt dan weer dat jongetje dat zo heel graag iets wilde, maar nog niet wist hoe.

Studie rechten

Atjan komt uit een familie waar het gewoon is om naar de universiteit te gaan en omdat hij het gymnasium doorvloog, vond vooral zijn moeder het een goed idee dat hij rechten ging studeren. “Tja, ik ben een gesjeesde student. Ik was er bijna en toen was ik opgebrand, het paste gewoon niet bij me. Achteraf gezien had ik geschiedenis moeten studeren, maar dan zei m’n moeder weer dat lesgeven toch niet echt wat was om je brood mee te verdienen.”

Hij kwam in de financiele wereld terecht, terwijl alle vrije uurtjes met trainen en lesgeven werden doorgebracht, maar besloot een aantal jaren geleden de knoop door te hakken en verdient sindsdien zijn brood als professioneel paardenman.

Trainen in Lipica

Weer terug naar zijn studententijd. Atjan wist in z’n vrije tijd voldoende bij te verdienen om twee of drie keer in het jaar voor een paar weken in Lipica te trainen waar hij zich de fijne kneepjes van de klassieke dressuur, zoals die met de Lipizzaners beoefend wordt, heeft eigen gemaakt. Dit onder toeziend oog van Ladi Fabris, destijds internationaal dressuurruiter en later FEI-jurylid en bondscoach voor de jeugd.

Vervolgens kreeg hij in Nederland les van Arie Schram, die hem onder andere punctueel leerde rijden. Van de Portugese leermeester Pedro de Almeida leerde hij de verfijning in de zwaardere oefeningen.

Een levenswerk

Zijn liefde voor de Lipizzaner bleef groeien, niet alleen als paardenman, maar ook als onderzoeker. Hoe langer hij met ze werkte, hoe meer hij over het verleden van dit paardenras wilde weten. Hij kocht alles aan boeken wat los en vast zat. Hij spitte langzaam maar zeker de hele geschiedenis, ook de geschiedenis van de fokkerij, door, wat hem langzaam maar zeker een specialist op dat gebied maakte.

Zelfs in Piber was er enorme waardering voor wat je haast een levenswerk zou kunnen noemen. De plek waar het belangrijkste deel van de fokkerij van de Lipizzaner zich heeft voltrokken, maar ook helaas door de Tweede wereldoorlog enorm veel verloor, heeft met de hulp van Atjan het fokprogramma voor de Lipizzaner weer in ere kunnen herstellen.

Secretaris van de fokcommissie

Achttien jaar lang was Atjan secretaris van de fokcommissie van de Internationale Lipizzanerfederatie (LIF).
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Uiteindelijk bracht hij de hele geschiedenis van de Lipizzanerfokkerij in kaart heeft daarmee de schade wat betreft zijn interesse in geschiedenis wel ingelopen. In 2012 is Atjan benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn onderzoek in en inzet voor de fokkerij, fokkerijgeschiedenis en stamboekvoering van de Lipizzaner.

Lees later deze week het vervolg van het gesprek dat ik had met Atjan Hop.

Liz Barclay

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland

Mijn jaarlijkse weekje Nederland viel dit jaar samen met de KWPN hengstenkeuring in Den Bosch. Bij mijn aankomst op Schiphol stond Maarten van Stek al in aankomsthal 2 te zwaaien.

Zo heel fijn om opgehaald te worden! En dan ook nog door een man die op twee benen rondloopt, alsof er niets gebeurd is. Maarten brak vorig jaar bij een val met zijn paard zijn been op twee plaatsen, maar gelukkig zit hij sinds een aantal maanden weer in het zadel.

Er viel die avond veel bij te praten en dat gebeurde bij een heerlijk bord boerenkool met worst. En natuurlijk, het ging bijna de hele tijd over paarden. Maarten is altijd heel geduldig met me en beantwoordde ook dit keer uitgebreid de vragen die ik voor hem had opgespaard.

Samen naar de Dijckhoeve

De volgende ochtend scheen de zon prachtig over het vlakke land met zo hier en daar een vleugje wit van een onverwachts hagelbuitje. Maarten wees naar de nieuwe binnenbak op het prachtige complex van Sportstal Dijckhoeve. Een bak die haast Amerikaans aandoet met z’n doorzichtige wanden. Luchtig en toch beschermd rijden is een luxe die wij hier nog weinig zien.

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland

En toen kwam dat moment dat ik Maarten weer op zijn William zag stappen. Ik had me zo voorgenomen om geen traantje te laten. Mislukt. Een heel jaar weggevaagd alsof er niets gebeurd is. William zag er zelfs beter uit dan ooit tevoren. Wissels klinkklaar en passage en piaffe zoveel zuiverder en reglmatiger, hoe kan dat toch?

Team William

Iedereen noemt zich een team tegenwoordig. In dit geval noemt niemand zich iets. Ze doen het gewoon en dat is dat. Marc, Miriam en Feline. Marc, Maarten’s man en allertrouwste toeverlaat, onvermoeibaar en de stabiele lijn op de momenten dat dat nodig is. Mirjam, de trouwe vriendin en leerling, die Maarten na zijn val overal mee naar toe gesleept heeft gedurende zijn revalidatie nadat knie, voet en onderbeen weer aan en in elkaar gezet waren.

Blog Liz BarclayNederland Paardenland

Feline, nog zo’n trouwe vriendin en leerling, die de zorg en het rijden van William op zich had genomen, en hoe!

Dit prachtige proces van geven en nemen op een zo natuurlijke manier was zo voelbaar, daar in de binnenbak op de Dijckhoeve. Maarten was aan het uitstappen toen Miriam binnenkwam op haar merrie. De gedrevenheid en enthousiasme van Maarten maakten van Miriam en Diamond Girl (v.Negro) binnen de kortste keren in een zelfverzekerd paar. Daardoor begon de merrie zoveel soepeler te lopen, dat het een genot was om te zien.

Wat een zit!

Feline had ook nog een les voor ik naar de Achterhoek zou vertrekken. Vorig jaar had ik Maarten haar paard zien rijden. Feline Wiltenburg-Ginsel heeft zich gespecialiseerd in het geven van zitlessen. Als ik hier zou wonen, stond ik bij haar in de rij.

Feline zit werkelijk mooi en stil met benen die zoveel langer lijken dan ze zijn, zo knap en om jaloers op te worden. Daarbij heeft zij een warme persoonlijkheid waardoor je je onmiddellijk op je gemak voelt en ik kan me zo voorstellen dat haar zitlessen alleen daardoor al bij de ruiter een ontspanning creëren waardoor alle ledematen veel makkelijker op hun plek kunnen vallen.

Door naar de Achterhoek

De vader mijn vriendin Elze was voorzitter van ponyclub de Viersprong in Toldijk. De mijne werd er penningmeester. Later zaten we samen op Landelijke Rijvereniging de Zevensteen in Steenderen. Haar schoonvader, Hans Vleemingh, was er instructeur. We hadden zoveel lol en we leerden er doorzetten. Geen binnenbak en alle wedstrijden nog op gras, dus vaak baggerden we regelmatig stijlvol door de modder.
Als ik bij Elze aankom, dan voelt het als thuis. Samen gaan deze twee vriendinnen voor het leven al jaren een paar dagen naar de hengstenkeuring in Den Bosch.

We waren nog niet binnen, of we hadden de twee grote armen van Roeland Elshuis om ons heen. Elshuis is een goede vriend van Elze en paardenman in hart en nieren. Ik vroeg natuurlijk onmiddellijk naar zijn hengst King Schufro die vorig jaar voor het verrichtingsonderzoek was aangewezen.

Roeland vertelde dat hij toch besloten had een andere weg te bewandelen en dat de hengst nu bij Remy Bastings stond.

Elkaar vertrouwen met een handdruk

Een telefoontje later zaten Roeland, Remy en ik samen aan een tafeltje bij de KWPN-stand. Roeland had me al verteld dat Remy in Deurne instructeur was geweest en, echt, ik kijk tegen dat soort mensen op.

Er was nog iets waar ik gedurende dat gesprek tegenop keek. Roeland heeft Remy mede-eigenaar van King Schufro gemaakt zonder geld uit te wisselen. “Ik heb misschien een goed paard gefokt, maar ik heb wel een ruiter nodig die hem kan maken.”Ik keek naar twee mannen die alle twee eerlijkheid uitstraalden en beiden bereid waren om elkaar met een handdruk te vertrouwen.

“Tja, dat moeten we dan nog gaan bewijzen als het een keer niet zo goed gaat tussen ons,” zei Remy met een knipoog.

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland remy bastings

Hoe klein is de paardenwereld!

Toen ik Remy naar zijn verleden in de paardensport vroeg, vertelde hij dat hij een jaar bij Johann Hinnemann had gezeten. Laat ik nou in een van mijn vorige blogs over de toevallige ontmoeting met de Olympische amazone Leonie Bramall hebben geschreven, in diezelfde tijd ook werkzaam bij Hinnemann. Remy glunderde nog toen hij over de Olympische Spelen in Atlanta vertelde, waar hij haar en haar paard had bijgestaan als groom en oog op de grond.

Ouderwetse zelfdiscipline

Ik nam de vrijheid om nog even naar de mening van Remy te vragen over een aantal ontwikkelingen in de paardensport die ik, of niet zo goed begrijp, of zelf misschien niet zo geslaagd vind. Over het wig dat tussen klassiek en ‘modern’ rijden was hij heel duidelijk. “Je doet wat bij het paard past en wat dat is maakt mij niet uit, zolang het paardvriendelijk is.”

Over de verkorte Grand Prix proef: “Heb ik nog niet gereden, dus kan ik niets over zeggen. Hoeft niet verkeerd te zijn.” En over het weghalen van de laatste drie cijfers op het protocol: “Als het goed is, zit dat er bij ieder cijfer van de jury in.”

Wel vond hij dat aan de discipline van de jonge generatie paardenmensen nog wel eens wat mankeert en dat werd er nou juist in Deurne met de paplepel ingegoten.

Hier sprak een paardenman die nog een beetje van ‘de ouwe stempel’ is, maar wel met een moderne kijk en niet bang voor veranderingen, als ze de sport ten goede komen.

Nog even over de keuring

Remy is ook niet bang om de verantwoording te nemen voor zijn mening. “Ja, dat mag je van mij schrijven. Er zullen betere ruiters en ook betere ruiterbegeleiders moeten komen om de hengsten een eerlijker kans te geven gedurende het verrichtingsonderzoek, zodat de hengsteneigenaren hun hengst niet met ingehouden adem hoeven achter te laten.”

Ook is Remy duidelijk over de manier waarop sommige hengsten in Den Bosch getrixt voorgesteld worden en hoe regelmatig de grootste stap en meest spectaculaire draf gewaardeerd worden, terwijl dat helemaal niet hoeft te zeggen dat dit op lange termijn de beste sportpaarden of best verervende hengsten zijn.

Nog een leuke ontmoeting

Terug op de tribune herkende ik zomaar Linda Leeflang van een foto die ik van haar mocht gebruiken voor een eerdere blog. Het vak van paarden klaarmaken voor de hengstenshow en het voorbrengen zijn onderdelen van de paardenwereld waar in de paardenjournalistiek naar verhouding weinig aandacht aan besteed worden, terwijl het vakmansschap bijzonder is.

Ook met haar mocht ik een gesprekje hebben. Een leuke ontmoeting met een spontane jonge vrouw, maar daar schreef ik de vorige keer over in mijn blog ‘Nederland Paardenland – deel 1’.

Liz Barclay

Hengstenkeuring Den Bosch met meer drama dan ooit.

blog liz barclay

Toen we op vrijdagochtend voor de hengstenkeuring aan kwamen rijden bij de Brabanthallen in Den Bosch stonden de bordjes ’uitverkocht’ al aan de weg. Tja, de Black Magic Show, daar ging half paardrijdend Nederland de weg wel voor op.

We zaten nauwelijks op de tribune of nummer 317, de hengst Le Formidable (v. Bordeaux), kwam binnen. “Zitten we nou meteen al naar de kampioen te kijken?,” zei ik half grappend voordat er al geklapt werd. Later, toen ik Lorna Wilson tegenkwam van Elite Stallions UK (zie deze vorige blog) bevestigde zij dat gevoel.

Met kop en schouders

Deze vakkundige vrouw, die haar kennis al jaren heel slim vanuit Nederland en Duitsland mee terug naar Engeland genomen heeft, vond de afstammelingen van Bordeaux er met kop en schouder bovenuit steken. Dat vond de keuringscommissie trouwens ook met vijf zonen door naar het verrichtingsonderzoek.

Zelf viel ik helemaal op Lloyd, een jonge Governor (vm. Charmeur). Misschien niet de allergrootste showbink, maar wel een krachtpatser die in mijn ogen prachtig liep. Ik blijf vinden dat die showbinken misschien prachtige wedstrijdpaarden zijn, maar voor de fok wil ik toch bij mijn bescheiden mening blijven dat een extravagante draf misschien niet altijd het beste is voor op de lange duur. Als de galop goed is kun je de draf maken, heb ik altijd geleerd.

Afscheid Glock’s Johnson

Naarmate de dag verliep werd het drukker. De hengstenkeuring is tegenwoordig meer dan alleen maar af- en doorverwijzen. De mensen willen romantiek en daar zit het drama onlosmakelijk aan vast. Dit jaar helemaal en het begon met het afscheid van Glock’s Johnson.

Hoe Hans Peter Minderhoud z’n toespraak nog min of meer droog heeft afgekregen, geen idee. Het is ook wat om te weten dat je na al die jaren succes, wat alleen maar kon door dag in dag uit samen keihard aan de slag te gaan, voor een publiek wat uit z’n dak gaat nog even te moeten vertellen wat je samen met de ‘koning’ allemaal wel niet hebt meegemaakt.

Hoeveel paarden worden er niet onder het gat van ruiters weggehaald en verkocht als er maar genoeg flappen voor terug komen. Vaak ook juist als de top in zicht of net bereikt is. Door het sponsorschap is er veel mogelijk geworden, maar de andere kant van het verhaal is die afschuwelijke afhankelijkheid.

Black Magic

Daar zouden we later op de avond nog een keer mee geconfronteerd worden, en hoe! De camera moest natuurlijk close-up op het emotioneel vertrokken gezicht van Edward Gal toen hij, na samen met Hans Peter en de twee zwarte hengsten de show gestolen te hebben, Totilas binnen zag komen.

Ik werd er eerlijk gezegd een beetje naar van. De druk moet voor deze twee paardenmannen die dag zo immens zwaar zijn geweest.

Maar de Black Magic deed zijn werk. Met z’n allen hebben we gestampt, geklapt, gefloten en gejuicht voor paard en mens als nooit tevoren.

Het gaat om geld

Laten we wel even eerlijk blijven. Het gaat natuurlijk allemaal om geld. De paardenfokkerij en handel nemen in Nederland een aanzienlijke plaats in de economie in. In 2014 exporteerde Nederland voor 273 miljoen euro aan paarden naar het buitenland. De gemiddelde prijs die een Amerikaan voor een Nederlands paard betaalt is 66 duizend euro (heb ik gelezen op NRC.nl). Als aan het eind van de tweede dressuurdag bij de Select Sale een niet-doorverwezen hengst voor zo’n 20.000 euro van de hand gaat, roept iedereen, ‘oh, wat goedkoop!’

Het KWPN kent zijn pappenheimers. Wij houden van paarden, van hun beweging, hun uitstraling. En we hebben daar ongelofelijk veel voor over. Als deze twee topruiters voor ons hun ziel blootleggen op zo’n avond, dan zijn de kaartjes allemaal verkocht en floreert achter de schermen de handel. In paarden en in kwakjes.

Ik bekritiseer niet, ik noteer. Maar ik heb het er soms wel moeilijk mee.

Nog meer tranen

Op het moment dat Le Formidable tot kampioen dressuurhengsten door de jury werd benoemd, liep Jeroen Witte met de Bordeaux-zoon vlak bij ons langs de tribune. Deze stoere voorbrenger sloeg zijn grote knuist voor zijn ogen en je zag daar weer hoe ongelofelijk veel er in deze dagen gestopt wordt. Hoe de spanning oploopt na maanden werk en druk op de ketel.

Alles wat er in de voorafgaande maanden aan zorg is ingestopt, moet in een dag op z’n plek vallen. Het is zo’n ander vak dan wedstrijden rijden, waarbij de ruiters meestal altijd een langere band met hun paard kunnen opbouwen.

Linda Leeflang

Vandaar dat ik het leuk vond om nog even met Linda Leeflang te praten. Een van de weinige vrouwen die hengsten klaarstoomt voor deze keuring. Ik had vorig jaar even contact via messenger met haar gehad omdat ze King Schufro van Roeland Elshuis (nu bij Remy Bastings, zie volgende blog) voor de keuring had klaargemaakt en zag haar lopen met Liverpool (v. Apache) die doorverwezen werd voor het verrichtingsonderzoek.

Deze jonge spontane vrouw met een bonk energie die zo duidelijk van haar afstraalt, geniet van haar vak. Ze vertelde hoe ze juist zo fijn kan werken met een wat rillerig type hengst. Dertien paarden op stal en ze werkt ze allemaal zelf.

Linda is ook nuchter. “Als ze echt moeten lopen dan laat ik dat graag aan mijn vrienden Jordy en Teunis Andeweg over. Die kunnen dat veel beter dan ik, maar in de kooi doe ik het graag zelf. Die hengsten kennen me natuurlijk ook al een tijdje en dat werkt op die manier beter.”

Nooit loslaten

Wij kijken naar de hengsten en mogen de mensen in hun witte pak niet vergeten. Niet alleen halen zij het beste uit de hengsten. Kijk maar hoe ze een rillerige of een wat flegmatieke hengst ‘helpen’ om op het juiste moment te ‘stralen’’. Maar ook hoe die vier keuringsdagen ieder jaar weer vrijwel zonder ongelukken verlopen.

Dat heeft helemaal te maken met de vakkunst en behendigheid die deze paardenmannen en vrouwen laten zien. Met rooie koppen en buiten adem weten ze altijd weer op de goeie plek te staan om vooral de voorbenen van deze uitbundige, vaak ook gestreste, jonge hengsten te ontwijken, zonder ook maar ooit dat touwtje los te laten.

Bij de tuigpaardhengsten wordt er daar door dat extreem felle voorbeen nog een enorme schep boven opgedaan. Ik kijk daar met zoveel respect naar.

Paardenmensen mogen huilen

Ik kijk dus niet alleen naar al die glanzende paardenlichamen maar net zo goed naar het ultieme

vakmanschap dat gedurende dit festijn in de Brabanthallen is verzameld. En geniet daarvan.
En als er dan afscheid genomen moet worden of er wordt er eentje kampioen dan mogen van mij die paardenmannen huilen. Blij dat die stoere kerels het kunnen…

Liz Barclay

dressuur algemeen subtop

Vorige week had ik een vriendin aan de lijn. ‘Ik baal als een stekker. Ben je de hele week druk aan ’t werk en verheug je je op je wedstrijd op je vrije dag. Krijg je allemaal zessen zonder enig commentaar. Dat was dan je weekend.’ Ik voelde met haar mee.

Ik weet, als een proef uit allemaal zessen bestaat, is de regel voor de jury: er is niks echt verkeerd en ook niks echt heel goed, dus er valt weinig over te zeggen en het hoeft officieel niet. Tenminste zo is dat hier in Engeland en naar ik aanneem ook in Nederland.

Maar toch, het blijft knagen: het afhankelijk zijn van het humeur of de smaak van een jurylid. Het afhankelijk zijn van het humeur van de overige deelnemers. Het je soms best eenzaam voelen.

Vreemde eend in de bijt

Toen ik na een aantal jaren geen wedstrijden te hebben gereden, begin jaren negentig voor het eerst aan een wedstrijd in Engeland deelnam, miste ik zo de sfeer van de Landelijke Rijvereniging. Alles was hier gescheiden. Alleen op de samengestelde wedstrijden zag je naast de dressuurbanen ook een springparcours.

En er was op de dressuurwedstrijden geen saamhorigheidsgevoel. Een vreemde eend in de bijt, zo voelde ik me.

Dat was ik natuurlijk ook. Ik gaf al wel een tijdje les op een van de ponyclubs, maar kende weinig actieve wedstrijdruiters.

Die dag won ik beide L-proeven, maar er was niemand om me te feliciteren. Bij het secretariaat haalde ik beide puntenlijsten op, met de linten eraan vastgeniet, en vertrok.

Nederlandse wedstrijdcircuit

Door de jaren heen, op mijn reis naar de Prix St. Georges, wende ik eraan dat er in Groot Brittannië nou niet echt een collegiale sfeer hing op de wedstrijden. Ik leek altijd degene die contact maakte, hulp aanbood waar nodig, met misschien een gepast grapje tegen een wat gestreste deelnemer om de druk een beetje van de ketel te halen.

Oke, als je drie of vier uur in de vrachtwagen moet zitten voor een wedstrijd, dan is de kans groot dat weinig ruiters elkaar kennen. Nederland is zo’n stuk kleiner en het hele wedstrijdcircuit zoveel bereikbaarder.

Individualistisch

Toch, en dan hoor ik weer mijn vriendin vertellen, denk ik dat ook hippisch Nederland een verandering heeft doorgemaakt. Inmiddels zijn ook hier spring- en dressuurwedstrijden vaak gescheiden en is de sfeer individualistischer. Men heeft minder interesse in elkaar.

Mijn vriendin vertelde het trieste verhaal dat zij op een landelijke wedstrijd aan het eind van de dag nog haar proef moest rijden, terwijl bijna iedereen was vertrokken. Sterker; de organisatie was verderop begonnen de banen af te breken. Ik kon me goed voorstellen wat een anticlimax dat geweest moet zijn.
Vroeger was het verplichte wachten op de parade, en ook het rijden ervan, niet altijd even leuk. Toch had het wat. We waren een groep, we keken naar elkaar, hielpen elkaar en leefden met elkaar mee.

Gezonde zenuwen

Ik heb me in de dressuurring altijd op m’n gemak gevoeld. Ik bereidde me goed voor en kon er ook uitstekend mee leven als er eens een dag tussen zat waarop het wat minder ging. Gek genoeg hielp juist die instelling om vrijwel altijd met een paar winstpunten en een plaatsing terug naar stal te rijden.

liz barclay blog

Ik ben gezegend met, wat ik noem, gezonde zenuwen. Ze hielpen me om met een dosis zelfvertrouwen door de moeilijke momenten gedurende een proef heen te rijden zonder emotioneel aan diggelen te gaan. Wat onmiddellijk een geruststellend effect had op mijn paarden.

Strak harnas

Niet iedereen heeft het geluk ‘gezonde zenuwen’ te hebben. Of het aangeboren is, of te maken heeft met zelfdiscipline, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat wat ik in de dressuurring wel kon, me op school helemaal niet lukte. Faalangst is een verschrikkelijk ding. Iets dat sommige ruiters juist in de wedstrijdring in de houtgreep krijgt, waardoor ze nog niet de helft voor elkaar krijgen wat ze thuis met gemak uit hun mouw schudden. En als ze eenmaal in die spiraal zitten, komen ze er maar met moeite uit.

Niet iedereen kan zich een sportpsycholoog veroorloven en voor sommigen blijft de wedstrijdsport zo’n strak harnas dat de negatieve ervaringen zich blijven opstapelen. Met als gevolg een paard dat de wedstrijdring ook al heel snel als iets negatiefs begint te ervaren.

Kritische blikken

Petje af voor degenen die zich hier doorheen weten te worstelen. Ik heb het met een aantal van mijn pupillen van dichtbij meegemaakt en ze gedurende dat proces kunnen bijstaan. Iedere keer dacht ik: Waarom nou juist als je ziet dat bij iemand de zenuwen door de keel gieren, zijn er al die kritische blikken aan de kant? Waarom die nare opmerking over dat ‘ongehoorzame’ paard? Net toen die ruiter langskwam en het kon horen?

Dan denk ik toch weer terug aan mijn jonge jaren in de Achterhoek. Wat hadden we een lol. Je kunt je hele familie aan de kant hebben staan, maar pas als je door je eigen soort gewaardeerd, geaccepteerd en geholpen voelt; op dat moment kun je zoveel meer…

We All Ride

Een tijdje geleden las ik over de nieuwe ontwikkeling om thuis je proef te kunnen rijden voor een online jurylid. We All Ride, een idee van Rens Plandsoen en Renee de Graaf. Dat bestaat in Engeland al wat langer en vanwege de lange afstanden is het hier een geweldige oplossing.

Naast heel wat enthousiaste reacties kwam er ook kritiek. Social media was weer een beetje kort door de bocht, het was niet eerlijk of niks waard. Want als je je paard niet kunt laden of het wedstrijdelement niet aankan, wat is het dan eigenlijk?

Ik ben het er niet mee eens, ik vind het een super idee. Het past in deze tijd waarin door de digitale ontwikkeling zo heel veel meer mogelijk is geworden. Het is een geweldig alternatief voor ruiters die wel door een officieel jurylid beoordeeld willen worden. Om te zien of ze op de goeie weg zitten, maar, om wat voor reden dan ook, niet naar een wedstrijd kunnen of willen.

Minder paardenleed

We All Ride kan worden gebruikt als een overbruggingsperiode voor de onzekere ruiter. Of het kan een optie zijn voor ruiters die zich op wedstrijden doodgewoon niet in in hun element voelen. Daarmee kan een hoop paardenleed worden voorkomen. Dat vind ik zelf nog het mooiste.

En het zou, als we door gaan zetten met ons gevecht tegen de opwarming van de aarde, ook nog wel eens de enige manier kunnen worden. Als er zodirect er geen druppel diesel meer verkrijgbaar is om in de tank van onze vrachtwagens te gooien. Een millieuvriendelijk vrachtwagentje op groene elektriciteit lijkt me nog erg ver van ons bed.

Liz Barclay

oostvaardersplassen blog liz barclay

De Oostvaardersplassen: het begon met vogels. Toen moesten de grote grazers het gebied nog geschikter maken voor nog meer verschillende vogelsoorten. En toen werd het heel langzaam een ‘rewilding project’ zonder dat iemand het eigenlijk in de gaten had.

En toen verdwenen heel langzaam sommige vogelsoorten, terwijl het gebied kapot werd gevreten door een totaal uit de hand gelopen hoeveelheid grote grazers.

Maar hopelijk is het gedaan met de Oostvaardersplassen in de huidige staat. Woensdag 5 december is de rechtszaak.

Edelherten

Even terug met een citaat uit een document van Vereniging het Edelhert, getiteld: ‘De Oostvaardersplassen, de grote grazers en de icmo2 afspraken; beantwoording vragen van de adviescommissie beheer oostvaardersplassen.’

In de nieuwsbrief No. 1 van Rijksdienst IJsselmeer Polders (RIJP) uit April 1991 wordt gesproken over het plan voor het uitzetten van 40 edelherten in het internationaal bekende Natuurgebied de Oostvaardersplassen(OVP).

De toenmalige Beheeradviescommissie denkt aan minstens 250 herten maar, zo staat vermeld:

‘Mochten de grenzen van de draagkracht van het gebied worden overschreden dan zullen de aantallen runderen, paarden en edelherten in onderlinge samenhang worden beperkt.’

Hands-off beheer

In 1996 werd het OVP-gebied overgedragen van de RIJP naar Staatsbosbeheer (SBB). Tevens werd een beleidswisseling doorgevoerd. Staatsbosbeheer ging, zonder enig overleg over van het toegezegde ‘beheer naar draagkracht’ naar het zogenoemde ‘hands-off beheer’.

Hierdoor bleven de aantallen grote grazers groeien, waarbij door gebrek aan voedsel en beschutting in de afgerasterde OVP, er ieder jaar weer een steeds grotere wintersterfte ontstond, zonder verder beheer.

oostvaardersplassen liz barclay

Kopergebrek en ataxie

Op 25 oktober 2004 schreef Prof. Dr. C. Wensing als hoofd Wetenschappelijke Adviescommissie Oostvaardersplassen in een brief aan de directie van Staatsbosbeheer het volgende: ‘Werk aan een completer habitat. Door de eenzijdige zomerhabitat ontbreken in de winter voor de hoefdieren mogelijkheden om gebruik te maken van andere voedselbronnen. Wellicht is bijvoorbeeld het kopergebrek, en de daardoor veroorzaakte ataxie bij edelherten, te voorkomen door een bredere voedselkeuze.

Dit bericht geeft aan dat er in 2004 al problemen bekend waren bij de destijds aanwezige stand van 665 runderen, 880 paarden en 1550 edelherten.

Rewilding is in!

Rewilding is in! Kijk bijvoorbeeld maar even op de website Rewilding Europe, gevestigd trouwens in…Nijmegen. Er zijn projecten in Portugal, Roemenië, Kroatië, Polen, Zweden; allemaal landen met nog enorme gebieden ongerepte natuur waar de ruimte is om grote grazers, wolven en katachtigen zonodig opnieuw te introduceren voor een gevarieerder stuk natuur.

Directeur Staatsbosbeheer Sylvo Thijsen is, naar ik heb begrepen uit zijn connecties en werkzaamheden bij bijvoorbeeld advies- en ingenieursbureau Sweco, ook een rewilding fan…

De stikstof brigade

In een artikel in dagblad Trouw uit 2014 verbaast ecoloog Han Olff zich over de enorme vruchtbaarheid van de OVP. Hij geeft aan dat veterinaire behandeling van grote grazers zijn onderzoek zouden belemmeren doordat het toedienen van medicijnen het ecologische evenwicht zullen verstoren.

Koren op de molen van de rewilding fans, natuurlijk. Oh, was directeur SBB Sylvo Thijsen ook niet…?

Toekomst van de OVP

De RDA, Raad voor Dieren aangelegenheden, beschrijft zichzelf als een onafhankelijke raad van deskundigen. Kijk zelf maar op de website. De RDA is betrokken bij het advies over de toekomst van de OVP.

Nieuw lid van de RDA is Jan Willem Erisman, professor aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn leerstoel is integrale stikstof studies gefinancierd door het WNF, ook betrokken bij de OVP. De OVP blijft interessant voor zoveel onderzoeken dat bijna iedere professor en natuurorganisatie de ander de hand boven het hoofd houdt.

‘Hoe meer volgers, hoe beter voor de grote grazers in de OVP.’

Ook interessant: voorzitter van de RDA (weet je nog, onafhankelijk) is Mr. DRS. J. Staman. Laat die nou ook penningmeester bij de Stichting Natuurlijke Processen geweest zijn. Ga naar hun website en de eerste naam die je ziet is die van Frans Vera.

oostvaardersplassen liz barclay

Belangenverstrengelingen

En zo kan ik nog heel lang doorgaan. De verbanden en belangenverstrengelingen zijn buiten proportie. En altijd maar weer die terugkerende naam: Frans Vera.

Maar dan wordt dit blogje te lang en heel saai. Als je dit leest en meer wilt weten, wordt dan volger van Stichting Cynthia en Annemieke. Op hun Facebook pagina staan nog meer superlogische grafieken waar je heel veel van kunt leren. En echt, hoe meer volgers, hoe beter voor de grote grazers in de OVP. Ook al ben je het niet altijd helemaal met elkaar eens, samen sterk!

En nu vooral met het oog op 5 december.

De rechtszaak

Er staat een hek om de OVP. De dieren kunnen er niet uit, de mensen mogen er alleen via zeer beperkte routes in en SBB kijkt heel goed of iedereen zich daar wel aan houdt. Door dat gebrek aan sociale controle, en doordat zoveel partijen er baat bij hebben om de OVP met de grote grazers als wilderness in stand te houden, gebeuren dingen in de OVP die ethisch gezien absoluut niet door de beugel kunnen.

Hopelijk gaat daar door de enorme inzet van Stichting Cynthia en Annemieke op 5 december verandering in komen.

Dan dient namelijk de rechtszaak, aangespannen tegen de Staat der Nederlanden, Staatsbosbeheer en de Provincie Flevoland en voorbereid door de advocaten Samantha Andriesse en Bas Jongmans (pro deo!) met een rapport van meer dan 500 pagina’s.

Dit wordt hopelijk het moment van de waarheid en het begin van het einde van de grote grazers in de OVP.

Nog enkele cijfers

Winter van 2008-2009: totaal 1200 dode dieren
Winter van 2009-2010: totaal 1093 dode dieren
Winter van 2010-2011: totaal 750 dode dieren
Winter van 2011-2012: totaal 1490 dode dieren
Winter van 2012-2013: totaal meer dan 2000 dode dieren.
Winter van 2017-2018: over de 3000!

Volgens Frans Vera, Han Olff en volgelingen zijn de Oostvaardersplassen een uniek vruchtbaar gebied waar we niet aan moeten morrelen.

Ziek!

blog liz barclay

Zoals je in de eerste blog over Lorna Wilson hebt kunnen lezen, zit zij niet bepaald stil. Haar bedrijf lijkt door haar inventieve denken, en niet te vergeten dat van haar partner Eddie Hosegood, in een niet stuiten groeistuip te zijn gekomen.

Dit jaar zette Lorna in haar eentje ook nog eens het hele keuringsprogramma in Engeland op z’n kop. Zij geeft fokkers de mogelijkheid om op 11 plekken door het hele land verspreid hun fokproduct te laten keuren. Door aan de Europese stamboeken verbonden juryleden, net zoals de KWPN dat doet.

Daarnaast worden er serieuze stappen genomen om een ICSI laboratorium te bouwen op Newton Stud. ‘Met Brexit voor de deur moet je pro-actief denken’, zegt Lorna met een ondeugend grijnsje.

Keurig in het wit

Twee jaar geleden vertelde een aardige meid, die ik een tijd les heb gegeven, dat zij met haar merrie en veulen naar een open dag op Newton Stud was geweest. Daarna zag ik op Facebook prachtige foto’s langs komen van een keuring, ook weer op Newton Stud.

Eindelijk! Iets waar Engeland nog geen kaas van had gegeten, want hier op keuringen krijgen weinig paarden een kans om zich van hun beste kant te laten zien. Op deze foto’s zag ik goeie lopers en keurig in het wit. Net zoals op de keuringen in Nederland.

Juryleden van het desbetreffende stamboek werden ingevlogen. Professionele lopers ingehuurd. Geaccepteerde veulens kregen hun officiele stamboekpapier en hun chip.

Registration tour

Dit jaar vonden er op 11 plekken door heel Engeland van dit soort professionele warmbloedkeuringen plaats. Ook daar had Lorna nog even tijd voor gemaakt. Wat zij was begonnen, kon, nee, moest groter. Zodat meer fokkers gemotiveerd zouden worden om goede kwaliteit te fokken, door de mogelijkheid een stamboek te kiezen. Door de officiele juryleden uit dat land van dat stamboek gekeurd te worden en de bijbehorende papieren, chip en wat al niet meer te verkrijgen.

Daarbij werd er een sales programma opgezet. En zo werd de ‘Elite Foals UK Registration Tour’ geboren.

In haar uppie

En met succes. Wat Lorna helemaal in haar uppie is begonnen, zou het begin kunnen zijn van de eerste succesvolle registratie voor sportpaarden. Er is al zoveel geprobeerd, van een database tot de Futurity. Niets is ooit echt van de grond gekomen.

In Engeland zijn tientallen registraties mogelijk, maar niets geeft een fokker of potentiele koper van een veulen enig idee van wat de kwaliteit nou echt is.

Dressuuramazone Anna Ross

Veulenen, insemineren, embryos flushen en overplaatsen, het kan allemaal op Newton Stud. Er staan zo’n 70 draagmerries, geleend of geleased. En als je zo’n programma hebt voor draagmerries, ben je wel gek als je daar niet ook zelf van profiteert.

Lorna heeft tien fokmerries en dan nog tien andere samen met dressuuramazone Anna Ross. Zij is inmiddels van Wiltshire verhuisd naar een stal op een paar kilometertjes afstand van Newton Stud.
Anna traint en rijdt de donormerries, die zonder onderbreking hun wedstrijdseizoen kunnen afmaken, doordat de embryo transfer zo dicht bij huis plaats kan vinden.

blog liz barclay

ICSI laboratorium

Newton Stud is voortdurend in beweging. Het volgende plan is een ICSI laboratorium in de schapenstal. Lorna ziet de bui van de Brexit heel scherp hangen (denk aan de prijs van sperma) en probeert zoveel mogelijk de nadelige gevolgen voor haar bruisende bedrijf voor te zijn.

Daarom heeft zij inmiddels ook de RCVS goedkeuring bemachtigd om een paardenarts uit Argentinië aan te trekken. Zij is daar intensief betrokken bij onderzoek naar het impregneren van een eicel buiten de baarmoeder met een enkel zaadje. Samen met Irma Rosati, die dit voorjaar zo druk was dat er duidelijk een tweede arts bij moest komen, gaat zij dit onderzoek op Newton Stud voortzetten.

Niet bij te houden

Het is nog niet zo heel lang geleden dat je het bij je hengstenkeuze in Engeland moest doen met even in de stal kijken naar een prachtig glanzend dier. Dat kwam die stal nauwelijks uit en kon daarom nog geen fatsoenlijk stap- of drafpasje laten zien.

Lorna heeft in luttele jaren een ongelofelijke sprong gemaakt. Door heel veel huiswerk te doen, keuringen in heel Europa te bezoeken, de grote jongens in de hengstenhouderij te benaderen en zeer gedurfd te investeren. Maar ook door heel eerlijk en met respect met haar werknemers om te gaan. Niemand wil eigenlijk meer weg, als ze er een keer zijn. Daarbij durft zij inventief te denken; samen met Eddie, natuurlijk.
Op kantoor vertelde Storm, onder meer verantwoordelijk voor de PR voor Newton Stud, lachend: ‘Lorna en Eddie mogen van ons nooit op de zelfde dag vrij hebben. Als die twee samen gaan brainstormen, dan weet je niet wat er gebeurt. Ze zijn niet bij te houden!’

blog liz barclay

‘Boyfriend in a box’

De dag na mijn bezoek van vorige week aan Newton Stud, stuurde ik Lorna nog een paar vragen. Een daarvan was, of ze in de toekomst misschien in een eigen hengst zou willen investeren. ‘Nee zeg! Wij houden hier van ‘boyfriends in a box’, veel rustiger dan al dat testosteron!’

Eigenlijk heb ik nog veel meer te vertellen, maar dat bewaar ik voor mijn volgende bezoekje. Dan is de schapenstal klaar voor het ICSI-programma. ‘Yes, come back any time!’ Wat een vrouw, die Lorna, dynamiek, zakelijk, maar ook, vrolijk en o zo gastvrij.

 

blog liz barclay newton stud

Drie jaar geleden, op de hengstenkeuring in Den Bosch, hoorde ik voor mij twee dames in het Engels met elkaar praten. Een van die dames was Lorna Wilson uit Devon. Ik maakte een praatje en zij vertelde mij net voldoende om te weten dat dit iemand was met een sterke visie en een enorme drang om van de Nederlandse en Duitse stamboeken te leren hoe ze haar eigen fokprogramma aan moest pakken.

Ik werd meteen stiknieuwsgierig en vroeg haar of ik een keertje langs mocht komen. ‘Tuurlijk, laat maar weten’.

Keuringen door het land

Ondertussen zette Lorna dit jaar in haar eentje ook nog eens een keer het hele keuringsprogramma in Engeland op z’n kop. Zij gaf fokkers de mogelijkheid om op elf plekken door het hele land verspreid, hun fokproduct te laten keuren, door aan de Europese stamboeken verbonden juryleden. Net zoals de KWPN dat doet.

Vorige week stond ik eindelijk bij haar op de stoep. Newton Stud, ook het thuis van sperma-agentschap Elite Stallions, is een bedrijf dat ze enkele jaren geleden kocht en dat geeft haar toegang tot het sperma van honderden hengsten, de crème de la crème, uit heel Europa.

Ik wist niet wat ik zag! Dit leek op een hengstenhouderij zoals ik tot nu toe alleen in Nederland heb gezien. Het heuvellandschap verried weliswaar dat we in Engeland waren, maar dat was dan ook alles.

Van taxateur naar de paardenfokkerij

Mijn vermoeden was juist. Lorna Wilson, 38 jaren jong, heeft een enorm goed stel hersens die ze ook heel graag gebruikt. Zij begon haar professionele leven als taxateur en ze reed paard als hobby. Maar, eerlijk en nuchter als Lorna is, over haar eigen rijkunst was ze niet zo heel erg enthousiast. Dus dat doet ze ook niet meer.

Fokken wou ze. In 2001 kocht ze de fokmerrie Nicole (Indoctro X Pion) bij wie ze een aantal veulens fokte. Drie ervan werden Grand Prix.

250 hectare

Zeventien jaar later sta ik op een bedrijf van zo’n 250 hectare (‘hoeveel precies weet ik echt niet’, zegt Lorna lachend), met een prachtig open loopboxen complex, waar enorme hoeveelheden merries ieder jaar geïnsemineerd worden. Ook worden zo’n 70 draagmerries ‘gefopt met een kind van een ander’ door embryo transfer.

Het agentschap Elite Stallions kocht Lorna van de vorige eigenaren, voor wie ze al een tijd werkte. Dit was in 2014 een enorme stap, waardoor Newton Stud in een groeistuip terecht kwam, die niet meer lijkt te stuiten.
De hoeveelheid tophengsten waaruit je hier op Newton Stud kunt kiezen is enorm. Alles van Schockemöhle, Nijhof, Blue Hors, Ludger Beerbaum; het houdt niet op.

Daarbij komt de goede neus van Lorna goed van pas. Je kunt op haar advies vertrouwen. Dat heeft ze al lang en breed bewezen.

Nauwe laantjes van Devon

Ik reed min of meer tegelijk met een trailer het voorerf op. Een keurige dame met een parmantig blond staartje was net zo opgelucht als ik, dat we Lorna hadden gevonden. Beiden hadden we nogal rond gedwaald door de nauwe laantjes van Devon. Newton Stud ligt aardig verstopt.

Deze dame kwam de merrie van haar dochter, die inmiddels in het buitenland werkt, ophalen. Die fase voor moeders dat de kinderen de deur uit zijn, maar mama nog wat ‘losse steekjes’ moet ophalen.

Nadat het drie keer bij de plaatselijke dierenarts niet lukte de merrie drachtig te krijgen, was de familie ten einde raad met de merrie naar Newton Stud vertrokken. Daar bleek dat de merrie een infectie in de baarmoeder had. De behandeling door de aan het bedrijf verbonden paardenarts Irma Rosati, oorspronkelijk uit Italië, leek succesvol en de merrie ging nu weer mee naar huis om in het voorjaar, bij de eerste hengstigheid, weer terug te komen.

Veiligste optie

Nou ben ik niet zo op m’n mondje gevallen en toen de aardige dame begon over thuis veulenen, zonder enige ervaring, maar wel met het sperma van een hele goeie en dus dure hengst, floepte ik er zomaar uit: ‘doe het hier, veiligste optie.’

Op Newton Stud komen de merries zo gauw het weer omslaat naar binnen en worden verdeeld in groepen in de grote open boxen. De lichten blijven dan tot 12 uur ’s nachts aan om de hengstigheid zo vroeg mogelijk te laten beginnen.

blog liz barclay newton stud

Springhengst Chacfly

Als deze mevrouw haar merrie mee naar huis zou nemen, dan is naar alle waarschijnlijkheid het sperma van de zeer populaire springhengst Chacfly tegen de tijd dat deze merrie in het voorjaar op natuurlijke wijze hengstig zou zijn geworden, doodgewoon uitverkocht.

Om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk reed deze mevrouw zonder merrie weg.

Alarmsysteem aan je achterwerk

Lorna legde uit dat de merries in de groepen nauw in de gaten worden gehouden en bijtijds op een ruime stal voor zichzelf gezet als de geboorte nadert. Voor die tijd wordt aan hun vulvalip al een heel klein alarmsysteempje met een hechtinkje bevestigd. Als het persen begint, dan floept het kleine alarmpje in tweeën, geeft een seintje naar kantoor waardoor er onmiddellijk een aantal mobieltjes afgaan en er bijtijds ingegrepen kan worden, mocht er iets niet helemaal in de haak zijn.

Het zal je maar gebeuren, een alarmsysteem aan je achterwerk! Maar het is wel zo veilig en super effectief.

Dikke en dunne groepen

 

Als Lorna mij meeneemt op een rondje stallen, vertelt ze hoe de merries, als ze in de herfst naar binnen komen, verdeeld worden in dikke en dunne groepen. Niet alleen maakt de verdeling naar dikte het voerprogramma simpel en veilig. Ook wordt op het bedrijf zelf een heel precies voerproduct gemaakt. Zo kunnen de merries gezamenlijk en in alle rust eten, zonder dat er jaloerse klappen vallen.

Lorna vertelt grinnikend: ‘Dat scheelt me personeel, gebroken benen en een hoop hechtingen.’

Gemengd bedrijf

Dit voerproduct is door Lorna’s partner Eddie Hosegood ontwikkeld. De twee zijn overigens niet getrouwd. ‘Geen tijd voor, haha!’ Eddie is namelijk boer en Newton Stud is nog steeds een gemengd bedrijf waar, naast de begrazing van schapen en vleeskoeien, ook graan en mais verbouwd worden.

Eddie is altijd geïnteresseerd geweest in het ontwikkelen van gemengde voerproducten en maakt nu zelf een zeer effectieve combinatie van ingrediënten, waar de merries het super op doen. Daarbij is het vanzelfsprekend dat door gemengde begrazing de weilanden in topconditie zijn voor als de merries en veulens in het voorjaar weer naar buiten gaan.

Meer in haar mars

Lorna heeft nog veel meer in haar mars. Haar nieuwste ‘kindje’ is de ‘Elite Foals UK Registration Tour’. Dit zou het hele registratiesysteem van Engeland, dat onbegrijpelijk verwarrend is, wel eens ongelofelijk op z’n kop kunnen zetten.

En wat denk je van een ICSI laboratorium? Dat kun je in m’n volgende blog lezen!

 

St. Cynthia en Annemieke Oostvaardersplassen

Behalve een paar kleine en verwarrende berichtjes op de site van Omroep Flevoland, van ‘het schieten begint op 12 september’ tot’ het schieten begint niet voor 26 september’, is het stil geweest rond de Oostvaardersplassen. Maar dat betekent niet dat er achter de schermen niet hard gewerkt is.

Het tegenovergestelde, en dat wil de Stichting Cynthia en Annemieke op vrijdag 14 september graag aan jullie, geachte lezers, uitleggen.

Informatieve avond

Ze hebben het weer voor elkaar, die toffe meiden. Cynthia en Annemieke mogen Evenementenlocatie Gooiland op 14 september gratis gebruiken voor een informatieve avond over al het gedane werk om de barre situatie in de OVP voor altijd te veranderen. Dit door alle grote grazers uit het gebied te verwijderen.

Daar zal Annemieke (Cynthia is met haar voltige team op het WK in Tryon), samen met advocaten Bas Jongmans en Samantha Andriesse, springruiter en juridisch bestuurslid Albert Voorn en Chris Jansen van PVV Flevoland, uitgebreid aandacht geven aan de stand van zaken.

Alle grote grazers, behalve een maximum van 500 edelherten, eruit voor 15 oktober.

Gerechtelijke procedure

Er zal kort maar duidelijk uitleg gegeven worden over de gerechtelijke procedure die tegen de staat, de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer is aangespannen betreffende het beleid in de OVP. In het kort: alle grote grazers, behalve een maximum van 500 edelherten, eruit voor 15 oktober.

De rechtszaak is gebaseerd op het enorme processtuk van 525 pagina’s waar Bas Jongmans zich min of meer een maand voor in z’n kamer heeft moeten opsluiten. Als vrijwilliger overigens.

Annemieke van Straaten, Albert Voorn, Samantha Andriesse, Bas Jongmans.

‘R’ in de maand

De’R’ zit weer in de maand. Dit jaar betekent het dat er nog steeds een even groot overschot aan grote grazers in de OVP loopt, omdat er nog niets actief ondernomen is na het rapport van Van Geel van 25 april.
Nog geen paard of koe is verhuisd, waar wij allemaal zo op hoopten. Er werd toch echt regelmatig gepraat over de overplaatsing van de grote grazers, die ooit in de veertiger jaren van de vorige eeuw als tuin-, huis- en keukenpaard en koe in Duitsland zijn gefokt. Ook door gedeputeerde Harold Hofstra.

Daar is dus nog helemaal geen ene sikkepit van terecht gekomen.

Gerommel achter de schermen

Hoe kan dat nou? Moet er dan achter de schermen van de politiek nog zo veel gerommeld worden om een vorm te vinden voor een zo goedkoop mogelijke oplossing? Op een zodanige manier dat het, als het even kan, zo ongemerkt mogelijk aan het Nederlandse volk voorbij gaat?

Vandaar dus dat het belangrijk is om nog snel even onze agenda aan te passen en op 14 september in de auto te stappen, op weg naar het ‘Gooiland’.

Laten we die storm nou ’s een handje helpen!

Niet alleen om te begrijpen wat de rechtszaak, die advocaten Bas en Samantha hebben voorbereid, precies inhoudt, maar ook om aan de Nederlandse Staat te laten zien dat wij de grote grazers in de OVP toch echt niet zijn vergeten.

ovp koniks

Het moet toch een keer losbarsten…

De stilte van de afgelopen maanden is volgens mij een woelige stilte geweest. De stilte voor de storm. Het moet toch een keer losbarsten…

Laten we die storm nou ’s een handje helpen!

Opgeven voor de informatieve avond van Stichting Cynthia en Annemieke in Evenementenlocatie ‘Gooiland’ kan via: www.grotegrazers.nl

Tekst: Liz Barclay

 

 

 

Liz Barclay, Pinokkio
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Inmiddels weet ik sinds een maand dat ik een nieuw paard moet zoeken. Helaas is mijn experiment met een lief, klein paardje met problemen op een vervelende manier aan z’n einde gekomen. Na drie jaar heel hard te hebben gewerkt aan de enorme achterstand in zijn spierontwikkeling is hij doodgewoon in de bak in een drafje volledig over de kop gevlogen en brak ik bijna m’n nek. Net als de vorige twee keer dat dit in die drie jaar tijd is gebeurd stond hij daarna heel rustig op en konden we gewoon weer aan het werk.

Toch moet ik nu accepteren dat er iets fundamenteel verkeerd zit in het lichaam van mijn lieve Pinokkio en heb ik hem op rust gezet. Dit met het doel een nieuw paard te zoeken waar ik mee door kan trainen en Pinokkio, die tot nu toe alleen een paar koeien als gezelschap had, mag z’n maatje zijn.

Vier jaar en zo slap als een vaatdoek

Pinokkio kwam bij mij als vierjarig paard van een pupil op werkvakantie. Zij wilde hem niet meer en ik heb hem uit medelijden als een soort projectje overgenomen. Hij was ongelofelijk lief en makkelijk, maar werkelijk zo slap als een vaatdoek.

Het meisje vertelde me dat hij als veulen verwaarloosd was en, na een aantal jaren in een zeer mager weitje bij haar thuis, had hij enkele maanden bij een boer waar zij werkte, in het gelpe gras tussen de melkkoeien gebivakkeerd. Dat was weer het andere uiterste en wat er in die tijd aan de ene kant in ging, liep er als zwarte drab aan de achterkant zo weer uit.

Ik dacht en hoopte dat een foute balans in zijn proteine de reden was voor zijn gebrek aan spieren en het regelmatig struikelen en wilde dat oplossen met een goed dieet en aangepaste training. Ik zag het als een experiment waarmee ik tegelijkertijd weer meer ervaring als trainer zou op doen.

Maandenlang heuveltjes stappen

Maanden lang heb ik drie maal per week heuveltjes gestapt en een of twee maal per week gelongeerd. Alles was aangepast aan wat hij aankon en waar hij sterker van werd. Na een maand of vijf struikelde hij niet of nauwelijks meer en ben ik met tweemaal in de week rijden in de bak begonnen. Hij vond het leuk, was ijverig en ik begon te denken dat we het gingen maken, met z’n tweeen.

De eerste keer

Tot die dag, zo’n beetje een jaar later, dat hij, werkelijk zonder enige aanwijzing in een overgang van galop naar draf, alsof plots alles in zijn lichaam verlamde, volledig over me heen rolde. Hoe ik, behalve een paar hele grote blauwe plekken en even stokdoof te zijn geweest, verder niks had, was een wonder.

Omdat ik dacht dat het puur pech was en toch nooit nog een keer zou gebeuren, ben ik er weer opgestapt en we hebben nog een tijdje doorgereden. Hij leek er niet anders van te zijn geworden en deed de rest van z’n werk alsof er niets gebeurd was.

Niet te diep en onbezorgd genieten

Ik besloot wel om op te passen met hem te diep te rijden, iets wat hij trouwens zelf wel lekker vond en een beetje te makkelijk aanbood met die super flexibele nek van hem. Dus van af nu wat minder lang en wat hoger. Het ging prima, hij voelde met de dag zelfverzekerder en was verbazingwekkend leergierig.

Liz Barclay
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Inmiddels drie keer per week in de bak, wandelden we samen nog een paar keer per week door de weilanden en het bos. Struikelen behoorde nu helemaal tot de verleden tijd, dus ik begon werkelijk onbezorgd te genieten met het idee dat ik dit paard een leven had gegeven. En ik daarmee mezelf een heerlijk betrouwbaar paard, waar ik oud mee kon worden.

Een kudde schapen

Tot hij vorige zomer schrok van een enorme kudde schapen achter een hek, wegvloog, wat ik hem trouwens kan vergeven, en gedurende dat proces weer in elkaar zakte als een plumpudding. Toen ik weer bijkwam, stond hij naast me. Als m’n mobieltje bereik had gehad, had ik naar huis gebeld voor hulp. Helaas, als ik niet terug wilde strompelen moest ik weer opstappen en zo zijn we, ik zo gammel als wat, naar huis gewandeld. Daar besloot ik m’n wonden te likken en, na een paar dagen bijkomen, toch maar weer door te gaan met trainen.

Complimentje van Maarten van Stek

Omdat er zoveel tijd tussen beide incidenten zat, wilde ik hem, ook na de tweede keer een kans blijven geven. We waren zo’n eind verder.

En toen dressuurtrainer Maarten van Stek ons dit voorjaar op zijn derde bezoek een complimentje gaf tijdens de galop, kon mijn dag niet meer kapot. Misschien was Pinokkio eindelijk een klein dressuurpaardje met een heel groot hart aan het worden.

Experiment mislukt

Imiddels iets meer dan een maand geleden ging Pinokkio weer, nu helemaal, over de kop. Dit keer dacht ik werkelijk dat ik m’n nek had gebroken. Die dag heb ik stiekem de beslissing genomen dat we op moesten houden. Experiment mislukt. Het deed zeer, en dan bedoel ik niet fysiek maar m’n hele hart deed pijn. Ik heb het pas een paar weken later aan mijn dierbaren en pupillen kunnen vertellen.

‘Mechanical wobbler’

Dit, nadat ik alles met mijn dierenarts had besproken. Uiteindelijk kon ik het maar op een manier uitleggen. Alle drie de keren voelde het als een soort stroomstoring. Zij vermoedt dat Pinokkio een ‘mechanical wobbler’ is. Vraag me niet wat de veterinaire beschrijving in goed Nederlands daarvoor is.

Een ‘wobbler’ is een conditie waarbij het paard geleidelijk evenwichtsstoornissen ontwikkelt, tot hij een keer omvalt en niet meer op kan staan. Een ‘mechanical wobbler’ is een conditie waarbij een paard alleen in beweging en met een bepaalde hoofd- en nekhouding, in elkaar zakt. Een diagnose is meestal alleen een vermoedelijke constatering gebaseerd op een patroon zoals dat van Pinokkio. Onderzoek is duur en vaak zonder uitkomst.

Liz Barclay
Pinokkio (foto: Liz Barclay)

Zoveel mooier, zoveel sterker…

Dus daar staat Pinokkio, zoveel mooier, zoveel sterker, nog maar zeven jaren oud. En ik ben aan m’n zoektocht begonnen. Ik heb drie paarden gezien. De eerste werd beschreven als een makkelijk paard, geschikt voor moeder/dochter. Leek me wel een veilige optie. Kom ik daar in rijtenue aanzetten, is ie nog niet eens aangereden.

De tweede stond geadverteerd als 1.50. Was nauwelijks 1.45.

De derde was een headshaker. De eigenaar wist niet wat dat was.

Dit wordt nog wat. Pinokkio, echt, ik beloof je, ik doe m’n best…

 

blog liz barclay

Een paar weken geleden vertrokken mijn man Buz en ik om half vier ’s nachts uit Cornwall om op tijd bij Dover op de Eurostar te kunnen stappen. We waren op weg naar Hannover voor een hele belangrijke dag, de trouwdag van Toby en Christian, beiden paardenmannen in hart en nieren.

Het werden twee onvergetelijke dagen. Om een jongeman, bij wiens leven ik zeer nauw betrokken ben geweest, in het huwelijksbootje te zien stappen met zijn grote liefde, was op zijn minst een emotionele belevenis.

Een paard-gerelateerd tochtje

Dat we de volgende dag door deze twee jonggehuwden op sleeptouw werden genomen voor een paard-gerelateerd tochtje was ‘the icing on the cake’. Niet alleen kregen we een rondleiding van de veterinaire universiteit in Hannover, maar ook werden wij door Volker Dusche en Leonie Bramall warm ontvangen op hun bedrijf ‘Bramall-Dusche GbR’.

Tobias Puschmann kwam vijftien jaar geleden heel verlegen bij mij het erf op wandelen. Hij was een paar maanden bij de biologische boer verderop voor vakantiewerk, maar miste de paarden. Bij mij stond de wei er vol mee en ik kon wel wat hulp gebruiken.

Een feestje

Toby kwam bijna drie weken lang iedere dag. Het was een feestje. Hij was een soort hardwerkende spons, daarbij beleefd en geduldig, met een enorme drang om te leren. De dag dat hij met zijn moeder afscheid kwam nemen -hij was nog te jong om alleen terug naar Duitsland te mogen reizen- zal ik nooit vergeten. Ik heb tranen met tuiten gehuild, want ik wist: zo’n gezellige en trouwe helper vind ik nooit meer.

Een kop groter

Tot aan het begin van zijn universiteitsopleiding is Toby ieder jaar een paar weken terug gekomen. De derde keer dat ik hem ophaalde van het vliegveld was hij opeens een kop groter dan ik, echt zo grappig.
Het bleef fijn en bijzonder. Naast het stalwerk ging hij mee naar de lessen, kreeg ook les op mijn paarden en in onze vrije tijd wandelden en kletsten we wat af. Naarmate Toby ouder werd, gingen de gesprekken vaak over zijn toekomst.

Niet goed genoeg

Vorig jaar, hij was hier met zijn partner Christian op vakantie, vertelde Toby me dat hij ooit woedend op me was. Toen hij weer eens zei dat hij zo ontzettend graag de paarden in wilde, was mijn antwoord, ‘niet doen, Toby, je bent niet goed genoeg.’ ‘Ik was zo boos op je, maar het was het beste wat je me had kunnen zeggen’, vertelde hij me.

In een ander gesprek, waarin Toby zijn twijfels uitsprak over welke studie hij moest kiezen, met als een van de opties dierenarts, heb ik hem gezegd dat ik niet voor hem kon kiezen. Maar dat als hij dat koos, hij een hele goeie zou worden.

Wandelende paarden-encyclopedie

En daar zijn we dan, op de trouwerij. Na het officiële gedeelte, ‘Kaffee und Kuchen’ in de prachtige tuin van Toby en Christian, schuiven wij aan voor het diner. Naast mij zit (zo nu en dan) een lange, bijzonder beweeglijke man met warrig rossig haar. Vriend en fotograaf Volker Dusche blijkt niet alleen prachtige foto’s te maken, maar is ook een wandelende encyclopedie wat betreft stamboeken en afstammingen.

Wat ik allemaal niet over me heen gestort krijg, als hij weer even tussen het plaatjes schieten op z’n stoel zit! Hij blijkt een boerenzoon met een vader die naast het boerenbedrijf ook paarden fokte en het zit hem in het bloed op dezelfde manier zoals de Nederlandse fokkerij zichzelf beroemd heeft gemaakt.

Leonie Bramall

Naast Dusche zit zijn partner Leonie Bramall, Olympisch dressuuramazone uit Canada, die uitkwam op de Olympische Spelen in Barcelona 1992 en Atlanta 1996. Jaja, zo kom je nog eens iemand tegen.
Leonie is op haar achttiende naar Duitsland gekomen om bij Johann Hinneman te trainen. Christian heeft zo nu en dan les bij Leonie, waaruit een goede vriendschap is ontstaan.

Of Leonie een prater is of niet, daar zal ik nooit achter komen, want Volker doet meestal het woord.

Stal ‘Bramall-Dusche GBR’

Het is dus niet zo verwonderlijk dat we met een kleine kater de volgende dag richting ‘Bramall-Dusche GbR’ rijden. Zo komen we aan bij een moderne stal met een aantal aparte paddocks voor de competitiepaarden; daartussen veel jonge aanplant om het geheel een plezierig aanzicht te geven.

Volker en Leonie nemen alle tijd om ons met ieder paard persoonlijk kennis te laten maken, natuurlijk inclusief alle details!

Als Volker de zoveelste staldeur openmaakt, geeft Leonie de 9-jarige Oldenburg ruin Queensland (v Quaterback) een liefdevolle knuffel. Het paard dat zij op dit moment in de Grand Prix uitbrengt, laat de aandacht genietend over zich heenkomen.

Samen sterker

Uit alles wat ik zie en hoor gedurende die bijzondere introductie van ieder paard op stal en de merries en veulens in de wei, spreekt niet alleen de gedrevenheid van deze twee mensen, maar het bewijst ook weer eens dat ‘samen’ ‘sterker’ is.

Volker noemt zichzelf de trekkerbestuurder, maar is uiteindelijk degene die besluit hoe hun fokkerij programma eruit ziet en zorgt voor het hele media-gebeuren. Een duizendpoot waar Leonie op kan vertrouwen, zodat zij zich compleet kan concentreren op het trainen, lesgeven en wedstrijd rijden.

Stalwerk hoort erbij

Met over twintig paarden in het werk, waarvan Leonie er iedere dag zo’n acht rijdt, moet dat ook. Toch, als ik Leonie vraag naar het stalwerk en of ze nog zelf opzadelt, is haar antwoord bijna verbaasd. ‘Yes, Why not?’ En als ik naar haar kolenschoppen van handen kijk, weet ik dat ze inderdaad niet bang is voor de mestvork.

‘Ik vind het normaal om bij het stalwerk betrokken te zijn. En ook het borstelen en opzadelen hoort bij het contact met het paard. Wij krijgen vaak ‘quirky’ paarden. Intelligente paarden hebben nu eenmaal vaak zo’n kant. Maar daarom wil ik ze juist op stal wat beter leren kennen en een band creëren. Dat komt me later, als ik er bovenop zit, alleen maar van pas.’

‘Wat mot je?’

Volker Dusche staat erop om ons een tweejarige in de binnenbak te laten zien. De vosruin uit hun eigen fokmerrie (v Royal Classic) en de hengst Galaxie, van wie Volker het doodjammer vindt dat hij vanwege te kleine zaadballen gecastreerd moest worden, ziet er al bijna voltooid uit. Groot en gespierd, met een ruime imposante beweging, die zo nu en dan als hij stilstaat uitdagend naar je kijkt, met zo van, ‘wat mot je?’.

blog liz barclay

blog liz barclay

Na de capriolen van deze macho-jongen worden we meegenomen naar het weiland met de drie fokmerries en hun veulens. Een van de merries komt nog uit de oude stam van zijn vader, vertelt Volker waarbij hij zijn trots niet onder stoelen of banken steekt.

Geen spatje grootheidswaanzin

Het afscheid is hartelijk. Nee, geen tijd voor de cappuccino, ‘Herzlichen dank, wir mussen weiter!’ Ik voel als we wegrijden nog steeds het ongebreidelde enthousiasme van twee gedreven paardenmensen van het hoogste niveau, die gewend zijn aan keihard werken en zonder een spatje grootheidswaanzin. Dat kom je niet veel meer tegen, tegenwoordig.

Toby ging mee

Als wij binnen lopen bij de veterinaire universiteit in Hannover, waaraan Toby inmiddels als afgestudeerd paardenarts verbonden is, moet ik weer denken aan ons tochtje van jaren geleden. Mijn eigengefokte PSG merrie Marie had een chronisch sinusprobleem en zou op de veterinaire universiteit in Bristol onderzocht worden en Toby was er toevallig net, dus hij ging mee.

Nu loop ik achter Toby eenzelfde soort gebouw binnen, en realiseer me dat hij nu hetzelfde, of misschien wel hogere, niveau heeft bereikt als de Engelse specialisten die mijn paard toen behandelden. Heb ik het recht me misschien een beetje trots te voelen?

Ik zie de koliekgevallen, met of zonder infuus, een hengst met een chronische ooginfectie en een schattige zwart-witte cob, inclusief snorretje, die een kopschudder is. Toby kijkt rustig rond of hij ook iets ziet wat hem niet bevalt. Hij is misschien vrij, maar zijn aangeboren verantwoordelijkheidsgevoel is nu eenmaal latent aanwezig.

 

Onderzoek kopschudden

Toby vertelt dat dat het onderzoek naar kopschudden een van zijn onderzoeken is. In de buitenbak worden vier kopschudders gelongeerd op allerlei verschillende manieren om te zien wat de verschillende patronen zijn. Hij zit dan soms uren aan de kant te kijken om de kleinste veranderingen te signaleren, in de hoop op nieuwe informatie.

De kraan die paarden onder volledige verdoving, hangend in slingers naar verschillende afdelingen kan brengen, is wel het meest indrukwekkende van de universiteit. Vanaf verdoving tot onderzoek en eventuele operatie kan dit daardoor nu volledig veilig gebeuren; een enorme opluchting voor iedereen: artsen èn eigenaren.

Het paardenbloed kruipt…

Na het bezoek aan de universiteit moet Christian, de kersverse man van Toby, nog even langs zijn merrie Anna, waar hij inmiddels een mooie M-proef mee kan rijden.
Terwijl Christian het voer voor morgen klaar zet en de stal nog even opschudt, kijkt Toby verlangend naar de Oldenburg merrie in de stapmolen. ‘Hopelijk heb ik over een jaar ook mijn eigen paard. Ik kan niet wachten.’
Ik voel met mijn goede vriend mee; hij heeft al zo lang geduldig moeten zijn. Ooit was ik net zo oud als hij.

Het paardenbloed kruipt nou eenmaal waar het niet gaan kan.

De twee foto’s van Tobias Puschmann aan het werk op de universiteit van Hannover behoren toe aan de veterinaire universiteit van Hannover.

 

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

101,895FansLike
0VolgersVolg
7,030VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer