Authors Posts by lizbarclay

lizbarclay

50 BERICHTEN 0 reacties
Liz Barclay groeide op in Gelderland. Verbleef enige tijd in de USA om zich daarna te vestigen in Cornwall (UK). Daar is ze actief als dressuurtrainer, heeft ze vele leerlingen, waaronder eventing ruiters. Ze ging 'terug naar haar roots in Gelderland' toen ze het boek 'The farmer, The Coal Merchant, The Baker' schreef. Een boek waarin ze terugblikt naar de invloed van grote fokkers uit Gelderland: Henk Nijhof, Johan Venderbosch en trainers Roelie Bril en Jan Oortveld op de hedendaagse dressuursport. Meer informatie: http://www.youcaxton.co.uk/thefarmer/

0 5566
Remy Bastings is een van de vakmensen die reageerde op de eerste blog van Liz © DigiShots

In mijn vorige blog heb ik weer eens gehamerd op hoe de paardensport op zijn eigen ondergang afwandelt. In de hoop op een reactie, had ik die blog voordat deze op de Hoefslag site kwam, privé aan een aantal professionele paardenvakmensen gestuurd die ik de afgelopen paar jaar voor mijn Hoefslagbloggen heb mogen spreken.

Deel 1: Blog Liz Barclay I Paardensport op de schop; waar is de KNHS?

Meningen

Zes van hen uit verschillende hoeken van de toenemend diverse paardenwereld hebben de moeite genomen om hun doordachte mening aan mij toe te sturen. KNHS instructrice en Grand Prix ruiter Jiska De Roos- van Den Akker (amazone van Totilas in zijn jonge jaren), Grand Prix ruiter en oud Deurne-ganger Remy Bastings, hippisch journaliste en schrijfster van paardenboeken Tessa van Daalen-de Graaff, Olympisch springruiter en puur door praktijk gevormd paardenman Albert Voorn, subtop dressuurruiter en coach Maarten van Stek (ook oud Deurne-ganger), coach en Lipizzanerman Atjan Hop hebben de moeite genomen hun mening te geven. De een wat voorzichtiger dan de ander, maar wel allemaal met geheel hun eigen standpunt. Duidelijk wordt dat er heel nodig wat moet gebeuren maar dat het een zeer complex probleem is.

Jiska De Roos- van Den Akker: ‘terug naar het doe-maar-normaal-tijdperk’

Jiska De Roos-van Den Akker was kort maar krachtig. “Het is allemaal sowieso raar hoe de KNHS inspringt op de nieuwe rage van het paardenwelzijntijdperk dat lijkt aangebroken.” Ze noemt de onhandig loshangende neusriemregel en de demonstraties van de ‘Natural Horsemanshippers’ die Gert van den Hof hebben vervangen. “Terwijl juryleden er nog steeds worden bijgeschoold om vervolgens prikkende en sjorrende ruiters met staartzwiepende paarden bovenaan te plaatsen.” Wel heeft De Roos inmiddels gezien dat er op de wedstrijden niet zo precies wordt gekeken naar die neusriem. “Alleen of hij te strak zit, dus dat valt wel mee gelukkig.” De amazone denkt dat men vroeger meer van zichzelf eiste en minder van het paard door geduld en wil best terug naar dat doe-maar-normaal-tijdperk.

Remy Bastings: ‘We moeten uitleggen waarom we doen wat we doen’

Remy Bastings vindt het van essentieel belang dat we met z’n allen, en met de KNHS voorop, uitdragen waarom wij überhaupt de paardensport mogen bedrijven. “Als we dat niet hard kunnen maken, is de paardensport ten dode opgeschreven. In plaats van het voortouw te nemen om uit te dragen wat wij doen, komt de KNHS met krampachtige maatregelen om de sport vriendelijk te doen lijken.” Bastings stelt voorop dat hij geen voorstander van een strakke neusriem is, maar geeft aan dat op wetenschappelijke wijze bewezen is dat een lossere neusriem niet altijd bijdraagt tot meer welzijn. En dus de nieuwe neusriem regel ongenuanceerd is. Een typisch voorbeeld van het niet structureel aanpakken van de kern van het huidige probleem. “Namelijk, uitleggen waarom we doen wat we doen en waarom dat niet verkeerd is.”
Bastings geeft het voorbeeld van paarden in de natuur. “Hun lichaamstaal is heel subtiel, maar als daar geen gehoor aan wordt gegeven slaan ze elkaar keihard het licht uit de ogen.” Daarmee wil hij maar aangeven dat als iemand een paard een keer op zijn plek zet, dat niet moet worden afgedaan als dierenmishandeling. Wel als er structureel met teveel druk of geweld wordt gereden. “Maar waar die grens ligt is natuurlijk heel moeilijk meetbaar en blijft afhankelijk van gezond boerenverstand. Dat weet meestal meer dan welke wetenschapper of federatie dan ook.”

Tessa van Daalen-de Graaff: ‘Het wezen paard is niet in een sneltrein veranderd’

Tessa Van Daalen-de Graaff voelt zich ook vaak een roepende in de woestijn. “Er zullen altijd roeptoeters met een prachtig verhaal en een ronkende website blijven.” Toch vindt zij het te makkelijk om naar de KNHS te wijzen zonder concreet te zijn over wat we dan verwachten. “De KNHS is in de eerste plaats een paardensportbond. Dat hele opleidingengedoe is erbij gekomen.” Van Daalen is duidelijk over het feit dat gespecialiseerde vakopleidingen, zoals manege instructeur of training en africhting thuis horen op een school. Wat betreft het paardenwelzijn: “Het grote probleem is dat de mensen geen tijd meer hebben en het wezen paard niet in een sneltrein is veranderd.” Ze verwijst naar iets wat ze geleerd heeft van haar partner die militair is. “Defensieve maatregelen is meestal dweilen met de kraan open. Als je werkelijk verandering wil, moet je vooraan in het proces aan de slag.”

Albert Voorn: ‘De paardensport is als een verzameling religies’

Albert Voorn mocht ik op zijn vrije zondag bellen. “Kijk, je moet de paardensport zien als een verzameling religies. Allemaal verschillende geloven die denken dat alleen hun gedachtengoed de waarheid is en het nooit met elkaar eens zullen worden.” Op mijn vraag of Deurne een groot verlies was kreeg ik tot m’n verbazing een vrij kritisch antwoord. Hij vond het strakke stramien van lesgeven geen succes. “Ieder paard is anders en moet ook zo benaderd worden.”

Maarten van Stek: ‘De KNHS moet van z’n eiland af’

Maarten van Stek wond er geen doekjes om. Nadat hij mijn blog gelezen had kreeg ik een berichtje. “Voeg maar toe, de KNHS moet van zijn eiland af en ophouden hun eigen stoep schoon te houden; uit hun ivoren toren stappen en corruptie en vriendjespolitiek fors aanpakken.” Na even nadenken kwam er nog een wat langere uiteenzetting. “Ik vind bijvoorbeeld halfzachte neusriemregels een doekje voor het bloeden. Als ik op een wedstrijd kom zie ik veel ergere dingen dan een iets strakke neusriem.” Van Stek noemt ondervoede en bange paarden, open monden, gehang aan de stang en buitengewoon onvriendelijke rijden. “En geen mens die er iets over zegt, ik ook niet, want je weet dat je nergens support krijgt. En dat stoort me.” Hij benoemt ook de leeftijdsgrens. “Ik vind dat die omhoog moet. Een zesjarige hoeft niet in de subtop. Een zevenjarige geen Grand Prix. Maak eens echte stappen in de sport, als voorbeeldfunctie!”
De KNHS hoeft echt niet alles te reguleren, vindt Van Stek, want daar is de bond niet voor. “Eens worden we het toch nooit allemaal. Maar wat ze wel kan doen moet nu maar eens gaan gebeuren. Niet lullen maar poetsen!”

Atjan Hop: ’De maatschappij mag dan zijn veranderd, maar het paard echter niet’

Atjan Hop ging er even voor zitten en stuurde mij een document van 4 kantjes waar ik de hoofdzaken uit mocht pikken. Hij begon met te zeggen dat hij mijn vorige blog veel te simplistisch vond. “Terwijl de praktijk van paardrijdend Nederland veel complexer is. En veel meer omvattend dan alleen ‘paardensport’ zoals de KNHS dat wil vertegenwoordigen. Heel veel ruiters, menners, handwerkers, langeteugelaars, vrijheidsdressuurders, wandelaars, verzorgers, spelers, knuffelaars, enzovoorts hebben niets met sport en competitie en voelen zich geenszins vertegenwoordigd, of zelfs maar aangetrokken door de KNHS en haar doelstellingen.” Hop beschrijft de monopoliepositie die de KNHS zich op vele terreinen toeëigent waardoor er achter de feiten wordt aangelopen zonder echt beleid. “De KNHS probeert momenteel gaten op te vullen. Door modegrillen en recente ontwikkelingen in de sport te proberen op te lossen, vindt de KNHS, primair een paardenSPORTbond, absoluut geen aansluiting met die hele grote groep paardeneigenaren die niet in sport met paarden geïnteresseerd zijn. Sterker nog, hoe meer de KNHS meegaat met de extremer geworden uitingen binnen de paardensport, hoe meer de ‘alternatieven’ zich zelfs tegen de KNHS en de paardensport keren.”

Deze groep voelt zich door de KNHS ook niet vertegenwoordigd op het gebied van paardenwelzijn, maar voelt zich daardoor wel bekritiseerd door de algemene publieke opinie of politiek, schrijft Hop.
“De grote verbindende factor zou kunnen zijn: terug naar de basis, de basis van de opleiding.”
Naar de mening van Atjan is het instituut Deurne overgenomen door een veelvoud van MBO- en HBO-opleidingen die allemaal hun eigen plan trekken. Hierbij blijft de praktijk, uitgaande van uniforme basisprincipes, het kunnen rijden in verschillende disciplines, stages en kennismaken met het harde hippische leven onderbelicht. Teveel theorie en te weinig praktijk. Met als gevolg een tekort aan geschikt jong personeel voor de FNRS-maneges. Doordat de KNHS daarnaast ‘Ermelo’ heeft overgenomen, is de basis voor het gewone paardrijden ook daar ondergeschikt geworden aan de sportprestatie. De oude normen en waarden van gebruik van en omgang met paarden raakt in het gedrang, horsemanship kan zich niet meer ontwikkelen. Hetgeen dus ook weer het paardenwelzijn in gevaar brengt.”

“Verder is er buiten de beroepsopleidingen en ORUN een totale wildgroei ontstaan van allerlei opleidingen van uiteenlopende stromingen, waarbij je soms vraagtekens kunt zetten bij de kwaliteit en grondslag. Een vorm van kwaliteitsnormering en overzicht zou hier zeer wenselijk zijn.” Hop schrijft dat hij niet pleit voor terugkeer van een enkel instituut als Deurne, maar wel voor een volledige standaardisering van hippische opleidingen op basisniveau, dat aan zou moeten sluiten op verdere specialisatie in uiteenlopende richtingen. Met een naar algemene hippische bond omgebouwde KNHS als overkoepelend orgaan. “Maar dan moet men wel beginnen de eenzijdige focus op paardensportprestatie los te laten en zich breder en open op te stellen.” Als laatste haal ik een zin uit zijn bevlogen betoog die ik ook bij andere meningen terug vindt: “De maatschappij mag dan zijn veranderd, maar het paard echter niet.”

Kritieke fase

Uit deze meningen blijkt wel dat de paardensport zich in een kritieke fase bevindt en er helemaal geen klinkklare oplossing is voor de huidige problemen. Dat, ook al zou de KNHS goed functioneren, het voor deze organisatie vrijwel onmogelijk is om alle verschillende richtingen in goede banen te leiden.
Dat de meningen van een aantal zeer vakkundige paardenmensen elkaar soms raken, maar ook zeer verschillen. Dat doordat we met levende wezens werken die niet kunnen praten, maar zeer veel incasseringsvermogen hebben voordat uit hun conditie of gedrag blijkt dat ze heel ongelukkig zijn, het een enorm grijs gebied is.

Een verzakte fundering

Maar duidelijk wordt wel dat het echt geen zin heeft om met een paar halfzachte aanpassingen zo hier en daar, zoals de KNHS nu doet, een wankel systeem overeind te houden. Je gaat toch ook geen nieuwe muren bouwen op een fundering die verzakt is?

Openbreken van het bestaande systeem van de KNHS

Dus ik blijf erbij, en ik lees dat ook in de meningen hierboven, dat het openbreken van het bestaande systeem van de KNHS een stap in de goede richting zou zijn. Met om te beginnen een aparte op alle soorten paardengebruik gerichte organisatie die alleen tot taak heeft zich met het welzijn van het paard bezig te houden en gebaseerd op de uitkomst van een uitermate kritische discussie tussen top-paardenmensen van alle verschillende takken in de paardensport. Ook competente vertegenwoordigers van de zogenaamde ‘nieuwe richtingen’ moeten aan die tafel komen zitten. Met als doel om misbruik van een totaal niet functionerend systeem in de toekomst te voorkomen en het welzijn van het dier dat ons zoveel geeft en compleet van ons afhankelijk is, op een hoog peil te houden. Met als uitgangspunt dat in de paardrijkunst geduld hebben belangrijker is dan aanleg of talent.

Auteur: Liz Barclay

fries paard

Ooit kon ik hem bijna aanraken, mijn held Rutger Hauer. Ergens eind 1979, begin ‘80 stond ik vlak naast hem op het Utrechts Film Festival. Maar ik bevroor, zo ‘starstruck’ was ik.

Turks Fruit heb ik nooit gezien, wel Soldaat van Oranje en dat was de eerste keer dat ik Floris in een gewoon pak zag. Zonder paard maar even overtuigend als de verzetsstrijder Erik Lanshof, gebaseerd op de persoon Erik Hazelhoff Roelfzema.

Supernostalgisch momentje

Deze week kreeg ik een berichtje van degene met wie ik op dat filmfestival was. Rutger Hauer is overleden, stond er. Floris! Stuurde ik in een berichtje terug. Waarna ik onmiddellijk de serie Floris en Sindala op YouTube heb opgezocht en mezelf een supernostalgisch momentje heb bezorgd.

Tien jaar oud en zo verliefd!

Ongelofelijk, ik herinnerde me nog zoveel uit die aflevering over de aflevering over de Byzantijnse beker! Ik was weer even tien jaar oud en zo verliefd!

In die periode dagdroomde ik vaak dat ik met Floris door bossen over zandvlaktes galoppeerde, want deze onschuldige kalverliefde was onlosmakelijk verbonden met het paard. Een soort driehoeksverhouding dus.
We zaten met allemaal aan de televisie gekluisterd, mijn moeder, mijn vader en m’n zusje. Toen ik gisteravond terugkeek viel het me op hoeveel er te lachen was. Iets wat me toen volledig ontgaan is. Voor kinderen was het spannend en ondertussen konden de ouders zich er ook prima mee vermaken.

Met de teugels in een hand

Dat Rutger Hauer kon rijden, kan je zien aan het begin van iedere Floris en Sindala aflevering en ook in de film Ladyhawke, een superromantisch Middeleeuws fantasieverhaal waarin Rutger Hauer als Etienne of Navarre aan het einde op een Fries paard, met de teugels in een hand, een kerk in passageert. In zijn andere hand een groot zwaard. Voor een paardenvrouw een geweldige scène en ik kon toen alleen maar denken: ‘Jeetje, dat moet kicken zijn geweest.’

Ik heb vanmorgen van alles gegoogled en vond het volgende: die imposante Fries heette Othello, zijn vader was de hengst Ritske 202 en zijn moeder Pauwlona. Othello was het circuspaard van Manuela Beeloo.

‘’Rutger doet alles en ziet er goed uit’’

Gedurende mijn google-actie kwam ik ook terecht bij een interview met Rutger Hauer en Paul Verhoeven op de site van Andere Tijden over het succes van de serie Floris en Sindala. Het is uiteindelijk het succesverhaal van twee Nederlandse mannen die in de internationale filmwereld ongelofelijk veel hebben bereikt.

Enkele citaten uit dit interview:

In april 1968 als Soeteman twee afleveringen geschreven heeft, begint de zoektocht naar Floris. Via een vriend is hij gewezen op de jonge acteur Rutger Hauer.

‘’Rutger doet alles, durft alles en ziet er goed uit. Hij is misschien geen geweldig acteur, maar hij doet alles.’’

Verhoeven is dolblij met zijn regiedebuut: ‘’Daar is alles mee begonnen, toch? Het was een kardinaal moment in mijn leven.’’

Hauer: ‘’De eerste draaidag werd mij duidelijk, die camera wordt mijn nieuwe vriend. Voor de rest van mijn leven’’

‘’Dat acteren, ja, dat zou ik wel leren’’

Ook zegt Rutger Hauer in datzelfde interview: ‘’Ze vroegen of ik een ridder wilde spelen in een jeugdserie. Nou, paardrijden kon ik, schermen kon ik ook, en dat acteren, ja, dat zou ik wel leren.’’

Dag, lieve Floris, rust zacht…

Foto: archief Remco Veurink

gapen paard algemeen

Al lange tijd kijk ik met verbazing naar de paardenwereld. Vooral sinds ik blog voor de Hoefslag en daardoor weer wat meer betrokken ben geraakt bij het digitale paardennieuws, lees ik meningen en commentaren die er niet om liegen.

Mijn eigen blog wordt gelukkig gespaard. Meestal krijg ik positieve en warme reacties. Ik ben benieuwd of dat nu ook zo is…

Brandende deken affaire

De ‘brandende deken affaire’ in de Efteling heb ik niet uit m’n hoofd kunnen zetten. Ik las reacties die samengevat kunnen worden als: ‘wij paardenmensen weten waar we mee bezig zijn’ en ‘die actie verpestte voor zoveel kindertjes wat een hele leuke dag had moeten zijn’.

Eerlijk gezegd: als ik daar als klein ponymeisje had gezeten, was mijn dag allang verpest geweest om een paard met een brandende deken op. Dat had ik he-le-maal niet leuk gevonden.

Op de persoon gericht

De afgelopen jaren heb ik meningen gelezen over diep rijden (rollkur), stang en trens-gebruik, grondwerk, longeren met een hoofdstel en bijzetteugels, beslaan of barefoot, de Oostvaardersplassen nu dus de Efteling-affaire. Extreme meningen die er soms niet om logen. Regelmatig ook op de persoon gericht en buitengewoon onsmakelijk.

Van beide kanten trouwens. De groep die vindt dat alles wat ‘rond’ rijdt direct associeert met rollkur en die vindt dat een bit in de mond eigenlijk al niet kan. Maar ook degenen die vinden dat protesteren tegen wat door sommigen als dieronvriendelijk wordt gezien belachelijk is. Die vinden dat wij ‘paardenmensen’, heel goed weten wat we met onze beesten wel niet kunnen uithalen.

‘Had ie moar gin peerd motten worden’

Zo’n vijftig jaar geleden stond ik als tienjarige te huilen aan de kant van een binnenbak. Daar was een paar kerels met een ‘ongehoorzaam’ trekpaard aan het werk. Langzaam kleurde het schuimende zweet roze. Ik zal de blik in de ogen van dat paard nooit vergeten. Alsof ‘ie er al niet meer was…

‘Had ie moar gin peerd motten worden’, zei een van de mannen toen hij voldaan de bak uitliep. Ik heb er nachtmerries over gehad en durfde er met niemand over te praten. Zo doen kinderen dat. Maar wel heb ik die dag geleerd: zo doe ik het nooit. Door de jaren heen heb ik nooit meer zoiets extreems meegemaakt, gelukkig. Maar het was een halve eeuw geleden nog wel meer geaccepteerd dat paarden die niet wilden werken het maar even moesten voelen. In plaats van dat de ‘trainer’ nadacht over waarom dat paard niet wilde.

Van de oude stempel

Ik kan me eerlijk gezegd een klein beetje voorstellen dat de tendens om tegen de ’conservatieve paardenmens’ te zijn, groeiende is. Dat daar handig gebruik van wordt gemaakt door de nieuwe soort paardenprofessional hebben we toch helaas een beetje aan onszelf te danken. Ik zeg ‘onszelf’ omdat ik mezelf tot de groep reken die rijden met een bit, en zeker stang en strens, een kunst vind die gerespecteerd moet blijven worden.

Wel heb ik bepaalde dingen aangepast. Niet ieder paard hoeft meer op ijzers te staan, maar ik heb nog wel m’n gewone hoefsmid die ook heel goed kan bekappen. Dat hoort namelijk bij zijn vak.

De bijzetteugels waarmee ik opgegroeid ben, gebruik ik niet of nauwelijks meer en zeker niet bij jonge paarden die nog niet op hun eigen benen hebben leren lopen. Ook heb ik zelf zo’n alternatief touwhalstertje aangeschaft voor een paard van een klant dat de nare gewoonte had op z’n achterbenen te gaan staan als je je voet in de beugel wilde doen om op te stappen. Door aan dat halster, dat onder het hoofdstel zat, een tweede teugel te doen, kon zij zonder probleem opstappen en daarna weer met de gewone teugel rijden.

Een beest waar je van houdt

Ik trek geen manen meer, maar heb twee hele slimme kammetjes waarmee de manen er precies hetzelfde uitzien. Ik was er altijd trots op dat ik met alle jonge paarden door geduld nooit een praam heb hoeven gebruiken bij het trekken. Ze stonden haast te slapen. Maar mijn nieuwe paard heeft er duidelijk een andere ervaring mee gehad en ik wil het haar niet aandoen om iedere keer weer zo over de zeik te moeten gaan voor een schoonheidsuitje.

En wat is dat nou eigenlijk voor een rare gewoonte, haren uit een beest trekken waar je van houdt?

Een stap te ver

Het is een grof schandaal dat het er vanwege wanbeleid van moest komen dat er in de Oostvaardersplassen deze winter zoveel herten afgeschoten moesten worden. Maar de discussie op Facebook was benedenmaats en vreemd genoeg koren op de molen van een politieke partij die mij bang maakt.

De brandende deken op een paard in de Efteling? In plaats van onmiddellijk oververhit de protestgroep aan te vallen, is het misschien handiger om te beseffen dat deze act in een attractie voor kinderen te ver gaat. Ook al scheen het paard het geen probleem te vinden.

efteling raveleijn paarden show

Nieuwe waarden

Geef je dan toe aan groepen waar je echt niet bij wilt horen? Volgens mij niet, volgens mij is dat discussie met een toekomst. Wij, paardenmensen, zullen mee moeten groeien in een wereld waar dieren, dus ook paarden, anders bekeken worden.

Ooit liepen honden voor een kar. Ooit stonden alle melkkoeien de hele winter aan hun ketting te rammelen en werden hun kalveren er machinaal afgetrokken. En was het gewoon dat paarden dag en nacht aan een touw stonden als ze niet aan het werk waren.

Meegroeien met nieuwe waarden is een kunst die we volgens mij met iets meer enthousiasme moeten beoefenen. Dat betekent blijven praten en leren van elkaar en niet terugschoppen en afsluiten.

De sport bewaren

En bovenal: Als wij, met ons vaak wat vastgeroeste patroon, nou eens luisteren? Dan begrijpen we wellicht dat als wij nog een toekomst met onze paarden willen hebben, wij met een aantal aanpassingen de sport, waarvan wij zo houden, kunnen bewaren. Maar waarom doen we dat dan niet?

Foto’s: Liz Barclay / Digishots / archief

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Tjeerd Velstra, een van de grootsten uit de Nederlandse paardenwereld, is niet meer.
Als klein ukkie fietste ik vaak tot aan het huis van Tjeerd in Brummen.

Daar stond ik dan uren naar de paarden in de wei te kijken, in de hoop dat iemand me zou zien staan en me binnen zou laten.

Jeugdverhalen

Twaalf jaar ontmoette ik meneer Veldstra in zijn kantoor: ‘Jij komt er wel, alleen dat wipneusje moet nog een stukje omlaag.’ Vier jaar geleden mocht ik nog twee keer een paar uren naar de jeugdverhalen van Tjeerd, zoals ik hem moest noemen, luisteren. Ik wilde immers een boekje over de mens achter de paardenman schrijven.

Hieronder het verhaal van Tjeerd, dat hij ook heeft gelezen. Mijn laatste groet aan deze unieke paardenman, die eind vorige maand op 79-jarige leeftijd overleed.

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Sophia, de Friese draver

‘In een prachtig onderhouden rozenperk in onze tuin lag mijn grootvaders dravermerrie Sophia begraven. Mijn vader vertelde me dat de merrie elke race won. Een pikeur trainde haar en bracht haar uit, maar mijn grootvader maakte op zonnige dagen zelf wel eens een ritje met haar.’

Sophia won een aantal keren belangrijke prijzen, onder meer twee keer de Gouden Koningszweep. Toen protesteerden andere dravereigenaren, en Sophia mocht in 1875 niet meer deelnemen. Grootvader Veldstra liet Sophia geen enkele wedstrijd meer starten. Tjeerd grijnsde terwijl hij dat vertelde.

Paarden- en koeienman van allure

De appel viel niet ver van de boom: Tjeerd kreeg het paardenbloed van zijn vader Ritske. Vader Veldstra was beroemd voor zijn rundvee: hij was de grondlegger van de Amarilla-stam. Voor de oorlog was hij ook al begonnen met het fokken van Hackneys.

Tjeerd’s vader hield niet van verliezen, ‘die lui weten gewoon niks van paarden, we gaan naar huis’.

Later kocht hij een mooie tuigpaardmerrie. Hij wilde ook rijpaarden gaan fokken, omdat hij graag aan de plaatselijke jacht wilde deelnemen. Dat vader en zoon uit hetzelfde hout gesneden waren had vader Velstra inmiddels wel gezien. Er zat een derde generatie paardenman aan te komen in de familie en hij genoot ervan zoveel mogelijk van zijn kennis over te dragen aan zijn zoon.

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

De lucht van leer en zadelzeep

Als hij niet op school zat, namen Tjeerd en zijn vader het programma van de dag door in de grote zadelkamer. Samen besteedden zij eindeloze uren aan het trainen van de Hackneys, tuig- en rijpaarden.
Voor de aangespannen wedstrijden waar zij aan deelnamen moest alles perfect gepoetst zijn: de Hackneys, het harnachement en de sjees. Tjeerd’s vader hield niet van verliezen, ‘die lui weten gewoon niks van paarden, we gaan naar huis’. Soms moest alles een week later weer allemaal brandschoon voor de volgende wedstrijd.

Het begin van een springcarrière

Tjeerd begon genoeg te krijgen van het schoonmaken en bedacht iets waaraan hij meer plezier kon beleven. Hij kondigde aan dat hij wilde wedstrijdspringen. De lichtelijk verbaasde Velstra besloot dat hij zijn zoon hiermee zou helpen maar dan op zijn manier.

Hij kocht een paard met de gewoonte regelmatig op het allerlaatste moment te weigeren. Daarbij was het zo een zenuwpees dat je ’s nachts een lichtje aan moest laten omdat er anders ’s morgens weinig meer van de stal over was. Ze hadden besloten dat het paard eerst maar eens een tijdje vrij moest hebben om tot rust te komen, dus hij werd een paar maanden het weiland in gestuurd.

Met wat oude sokken

De ruin raakte echter helemaal aan Tjeerd verknocht en ging voor hem door het vuur. Om Tjeerd er wat imposanter te laten uitzien, stopte zijn instructeur wat oude sokken aan de voorkant onder zijn jasje. Ze begonnen met de regionale wedstrijden, werden gekwalificeerd voor de landelijke kampioenschappen voor springen en dressuur en wonnen beiden.

Verhitte discussies

De samenwerking tussen vader en zoon liep niet altijd gemakkelijk en ze hadden verhitte discussies. Soms zou de volgende dag blijken, als het paard beter liep, dat Tjeerd gelijk had gehad. Toch moest hij regelmatig toegeven dat zijn vader met al zijn ervaring het toch bij het rechte eind had gehad en dat hij naar hem had moeten luisteren.

Ze kochten samen vele paarden, jonge en soms iets oudere, maar altijd met een of ander probleem waardoor ze goedkoop waren. Zij hadden er het plezier van en die paarden weer een toekomst.

Internationaal springen

De meeste springruiters zagen het nut van dressuur niet zo in, maar Tjeerd besteedde daar veel tijd aan. Hij hield ook van een bloedpaard en op de een of andere manier wist hij de ‘Deutsche Grundlichkeit’ te combineren met de lossere Engelse manier van rijden.

‘Je mag alles doen, maar neem liever geen harddravers.’

Hij ontwikkelde zich snel en brak door op het internationale circuit. Eerst naar het CHIO Rotterdam in 1959, waarna Hickstead met z’n houten barakken en dan nog Wiesbaden waar de stallen in een grote tent zaten. Vader Velstra huurde voor het vervoer een wagon waarin de paarden door een enkele houten plank van elkaar gescheiden waren. Ze reisden gedurende de nacht, zodat ze ’s morgens vroeg snel met de paarden door de stad naar het wedstrijdterrein konden wandelen. Tjeerd had de tijd van z’n leven, het reizen, de mooie hotels waar de internationale ruiters altijd ondergebracht werden en natuurlijk werd er ook wel degelijk goed feest gevierd, want dat konden die springruiters!

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Het werden tuigers

‘Je mag alles doen, maar neem liever geen harddravers.’ Dit heeft grootvader Velstra vlak voor zijn dood in 1918 tegen zijn zoon Ritske Velstra gezegd (Leeuwarder Courant 1968, artikel ‘Perfectionist Ritske Velstra). Dus het werden tuigers. Zijn kleinzoon, de Tjeerd Velstra die wij kenden, begon met zijn vader in de tuigpaarden, stapte over op de springsport, waarna het toch weer de mensport werd. En hoe!

Blog Liz Barclay Tjeerd Velstra

Een overzicht:

In 1956 Nederlands Kampioen eenspannen Hackney’s.
In 1962 en 1964 Nederlands Kampioen springen
In 1977, 1978, 1980, 1981, 1982,1984 en 1985 was hij Nederlands kampioen vierspan en in 1982 en 1986 wereldkampioen vierspan.
Van 1974 tot 1995 directeur van het Nederlands Hippisch Centrum Deurne.
2007 tot 2011 bondscoach Nederlandse menteams ponies en paarden.

Sprankelende dag

Toen ik vier jaar geleden na ons prachtige gesprek weer in m’n auto stapte, maakte Tjeerd zich klaar om nog een ommetje met zijn jonge Fries voor de koets te maken. Het was een sprankelende heldere dag in februari met een prachtig laagje sneeuw op de grond…

atjan hop blog liz barclay

In deel 1 van mijn blog over mijn ontmoeting met Atjan Hop heb je al kunnen lezen over de enorme liefde van deze paardenman voor het Lipizzaner paard. Hij bracht de hele geschiedenis van de Lipizzaner fokkerij in kaart en werd in 2012 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Atjan heeft echter absoluut geen oogkleppen op ten opzichte van de dressuurwereld van nu.

Alle soorten paarden

Ook al is de band met de Lipizzaner de rode draad door zijn leven, hij heeft altijd altijd van iedereen willen leren en geleerd. Daardoor traint hij nu fulltime en geeft hij les. Hij is in staat om met alle soorten paarden en ruiters te werken en eventuele problemen op te lossen. Aan hokjes denken heeft hij een hekel.

Wel moet hij een beetje lachen om de nieuwe ‘uitvindingen’  in de dressuur, zoals de ‘zweefdraf’. ‘Je kan niet zomaar een nieuwe knop op een paard zetten die nooit heeft bestaan zonder schade te berokkenen.’ Ook voor de zadels met ‘hulpstukken’ die nodig zijn om paarden uit te zitten die ‘flashy’ maar uit hun tempo gereden worden, trekt Atjan zijn wenkbrauwen op. ‘Voor een onafhankelijke zit moet je hard trainen, die krijg je niet door zo’n mega-wrong.’

Een bijzondere ontmoeting

Bij Atjan op stal aangekomen, zie ik onmiddelijk hoeveel liefde hij heeft voor zijn paarden. ‘Napje’ (Neapolitano Elvira), de Lipizzaner hengst die Atjan 24 jaar geleden als veulen van vier maanden oud kocht bij een grote Lipizzanerfokker in Schaijk, laat duidelijk horen dat hij weet dat de baas gearriveerd is. Ook de andere twee, zijn jonge Lipizzaner en de Spaanse hengst van zijn vrouw Yolanda, laten zich niet onbetuigd.

Ieder paard krijgt zijn eigen persoonlijke begroeting en het eerste dat me altijd weer opvalt aan dit soort paarden zijn de ogen. Vol adel met een zo trouwe en eerlijke uitstraling.

Atjan Hop

Met de lange teugels

Atjan verontschuldigt zich voor de staart van Nap. Ik zie er niks verkeerds aan, maar Atjan vindt hem niet schoon genoeg en hij had hem gisteren nog gewassen. Ik geloof misschien zelfs omdat ik zou komen.

Na een klein borstelbeurtje, de tijd begint te dringen, leidt Atjan zijn paard naar de manege voor een lichte training aan de lange teugel. Er wordt lang gestapt, zoals dat hoort, vooral met een ouder paard. Atjan legt uit hoe hij met de bolle en de holle kant speelt.

Als er iemand door de gang loopt die Atjan wat wil vragen, bied ik aan om zijn Nap even voor hem vast te houden. Voor ik het weet, loop ik achter de schimmel met de lange teugels in m’n handen. Hoho, dat was niet de bedoeling! Okee, ik zal m’n best doen, want  ik snap de holle en bolle kant dondersgoed en begin gelijk met goed de ruggengraat en nek in de gaten te houden.

Ik kom er al gauw achter dat, als je er zo achter loopt, het haast nog meer als stijldansen wordt dan wannneer je erop zit. Atjan moet lachen als hij weer terugkomt. Ik bak er blijkbaar niets van maar het was wel leuk!

Met elkaar vergroeid

Als Atjan de teugels weer overneemt, doet hij nog even een paar oefeningen met Nap. Zijwaarts, pirouetje naar links, pirouetje naar rechts en nog een beetje piaffe. Zo ontspannen en geroutineerd heb ik het nog nooit van dichtbij mogen aanschouwen. Het is een samenspel tussen twee levende wezens die zoveel tijd met elkaar hebben doorgebracht, dat ze als het ware vergroeid zijn. Anders kan ik het niet omschrijven.

Er zijn een aantal momenten waarop ik heel duidelijk weet waarom ik deze man zo graag wilde ontmoeten. Ik herken niet alleen de liefde voor het paard als dier, en niet een machine, maar ook de romantiek om dressuur meer als kunst te beschouwen en niet alleen maar als topsport. De ellenlange weg om het paard te leren begrijpen en die weg niet zo snel mogelijk te willen doorlopen omwille van het hogere doel, maar van het hele proces te genieten en ervan te leren.

Het is vertederend om het ‘gouwen draadje’, zoals hij dat zelf noemt, tussen zijn geliefde Napje en hem te aanschouwen. Iets waarvan hij hoopt dat hij het met zijn jonge Lipizzaner hengst nog weer een keer mag meemaken.

‘Ik ben zijn mens’

We rijden terug naar het station en ik vind het jammer dat er een einde aan deze bijzondere dag gaat komen. Als we uitgestapt zijn en ik m’n bagage heb gepakt, vraag ik: ‘Dus kan ik zeggen dat jij van paarden en van mensen houdt?’ ‘Ja’, hij denkt even na. ‘Ik hou inderdaad van paarden en van mensen.’ Weer zie ik de lichte verlegenheid van eerder die dag.

In de trein zit ik na te genieten terwijl Nederland in de namiddagzon nog eenmaal aan me voorbij trekt. Ik herinner me weer een mooie uitspraak van Atjan. ‘Hij is niet mijn paard, ik ben zijn mens.’

In Engeland kun je het woord ‘gentleman’ veranderen in twee woorden, namelijk ‘gentle man’. Ik geloof dat ik er vandaag eentje ontmoet heb.

Liz Barclay

Nog een paar wetenswaardigheden:

Atjan Hop en zijn vrouw Yolanda Rozier hebben een prachtige website: Baroque Consult.

De 24-jarige Lipizzaner hengst Neapolitano Elvira heeft als vader Neapolitano Capriola en als moeder Elvira. Dat geeft meteen aan hoe het stamboek werkt. Het eerste deel van de naam, Neapolitano, geeft aan welke lijn. Het tweede deel, Elvira, de moeder.

atjan hop blog liz barclay

 

atjan hop blog liz barclay
Foto: Marcel Knaapen

Hé, weer een like-je van Atjan Hop. Wie is dat? Maar eens even googlen. Oh, wauw, cool. Hij werkt met Lipizzaners.

Ff Maarten Appen. “Hoi, ken jij Atjan Hop?” “Jaa, Heul goed!” “Ik wou hem benaderen voor een blog, wat denk je?” “Vindt ie vast leuk.”

Berichtje naar Atjan: “Goeiemorgen, Atjan, ik blog voor de Hoefslag. Zou ik je mogen bezoeken voor een gesprek?”

Berichtje terug. “Tsjonge…blush.” “Ik vind je keuze om met Lipizzaners te werken zo bijzonder en daar zou ik graag over willen schrijven.” “Tsjonge…blush-part2.”

Er volgt een ontspannen en enthousiaste uitwisseling op messenger, wat sfeerbepalend is voor ons gesprek dat twee weken later plaatsvindt.

Energiek en gepassioneerd

De laatste dag voordat ik weer terug vlieg naar Engeland sta ik buiten het station in Leiden met al m’n bagage te zoeken naar een man in rijbroek. Dat is het enige herkenningspunt dat ik heb. En ja hoor, daar komt hij energiek aanlopen. Een vrij gedrongen man met een open gezicht en warme glimlach.

atjan hop blog liz barclay

In de auto op zoek naar een tentje voor ons gesprek is een vraagje voldoende om Atjan aan de praat te krijgen. Hij weet waarvoor ik kom en zijn passie en enthousiasme zorgen ervoor dat iets waar we zo’n tweeenhalf uur voor hadden uitgetrokken, grandioos uitloopt zonder dat we er erg in hebben.

Drang om te leren

Bij een kopje koffie in een sfeervol koffiehuisje vlakbij vervolgt Atjan zijn verhaal wat in eerste instantie klinkt zoals m’n eigen jeugd. Hoe hij, zonder dat er nou iemand in de familie echt paardengek was, zo heel graag pony wilde rijden en zijn weg vond naar de plaatselijke manege. Hij kon daar uren zitten luisteren naar de inspirerende vrouw die er de lessen gaf. Gek genoeg vertelde deze vrouw hem pas veel later dat ze nooit had begrepen hoe diep zijn verlangen was om een goed paardenman te worden.

Ik vraag aan Atjan: “Dus, ook al kom je zo enthousiast en extrovert over, als je naast je ‘meerdere’ zit, om het zo te zeggen, dan word je zomaar introvert vanuit die enorme drang om te leren?” “Ja…eigenlijk wel, ja.”
Verbeeld ik het me of zie ik haast een soort verlegenheid over zijn gezicht trekken?

Twee ansichtkaarten uit Wenen

Toen Atjan een jaar of vijf was bracht zijn tante twee ansichtkaarten voor hem mee uit Wenen van de Spaanse Rijschool. “Ik heb ze nog steeds, ik vond ze zo prachtig.” Misschien is zijn liefde voor dit bijzondere stoere paardje, de Lipizzaner, toen begonnen.

Alhoewel zijn ouders weinig van zijn paardenliefde begrepen, hebben zij hem wel altijd gesteund en zoveel mogelijk geholpen.

atjan hop blog liz barclay

Naast zijn lessen op de manege verraste zijn vader hem bijvoorbeeld zomaar met een reisje naar Wenen om het sprookje van de Lipizzaners met eigen ogen te aanschouwen. Atjan was toen een jaar of 17. “Zo gauw we naar binnen konden, zat ik daar dagen achtereen op het balkon van de rijzaal naar de training te kijken. Op de laatste dag reden er twee ruiters die mij daar weer zagen zitten. Een van hen was Oberbereiter Hans Riegler. Op een gegeven moment keek hij mij aan en knikte. Er was echt oogcontact. Dat is me altijd bijgebleven. Zo’n moment is een juweeltje.”

Met de zilveren rand

Toen Atjan een paar jaar eerder op Jumping Amsterdam bij de boekenstand van meneer Boogaard het boek met zilveren rand over de Lipizzaners zag liggen, gebeurde er ook zoiets. Naast meneer Boogaard stond de befaamde Lipizzanerman Jacques Pieterse over wie Atjan wel gehoord had en hij zag vanuit zijn ooghoek hoe meneer Boogaard meneer Pieterse een stoot met zijn elleboog gaf. Zo van: ‘moet je dat jong nou eens kijken’.

“Ik zag dat als jochie en het is me altijd bijgebleven. Jacques werd uiteindelijk mijn inspirator en een dierbare vriend.”

Iedere keer als Atjan zoiets vertelt, zie ik weer die haast vertederende verlegenheid. Hij wordt dan weer dat jongetje dat zo heel graag iets wilde, maar nog niet wist hoe.

Studie rechten

Atjan komt uit een familie waar het gewoon is om naar de universiteit te gaan en omdat hij het gymnasium doorvloog, vond vooral zijn moeder het een goed idee dat hij rechten ging studeren. “Tja, ik ben een gesjeesde student. Ik was er bijna en toen was ik opgebrand, het paste gewoon niet bij me. Achteraf gezien had ik geschiedenis moeten studeren, maar dan zei m’n moeder weer dat lesgeven toch niet echt wat was om je brood mee te verdienen.”

Hij kwam in de financiele wereld terecht, terwijl alle vrije uurtjes met trainen en lesgeven werden doorgebracht, maar besloot een aantal jaren geleden de knoop door te hakken en verdient sindsdien zijn brood als professioneel paardenman.

Trainen in Lipica

Weer terug naar zijn studententijd. Atjan wist in z’n vrije tijd voldoende bij te verdienen om twee of drie keer in het jaar voor een paar weken in Lipica te trainen waar hij zich de fijne kneepjes van de klassieke dressuur, zoals die met de Lipizzaners beoefend wordt, heeft eigen gemaakt. Dit onder toeziend oog van Ladi Fabris, destijds internationaal dressuurruiter en later FEI-jurylid en bondscoach voor de jeugd.

Vervolgens kreeg hij in Nederland les van Arie Schram, die hem onder andere punctueel leerde rijden. Van de Portugese leermeester Pedro de Almeida leerde hij de verfijning in de zwaardere oefeningen.

Een levenswerk

Zijn liefde voor de Lipizzaner bleef groeien, niet alleen als paardenman, maar ook als onderzoeker. Hoe langer hij met ze werkte, hoe meer hij over het verleden van dit paardenras wilde weten. Hij kocht alles aan boeken wat los en vast zat. Hij spitte langzaam maar zeker de hele geschiedenis, ook de geschiedenis van de fokkerij, door, wat hem langzaam maar zeker een specialist op dat gebied maakte.

Zelfs in Piber was er enorme waardering voor wat je haast een levenswerk zou kunnen noemen. De plek waar het belangrijkste deel van de fokkerij van de Lipizzaner zich heeft voltrokken, maar ook helaas door de Tweede wereldoorlog enorm veel verloor, heeft met de hulp van Atjan het fokprogramma voor de Lipizzaner weer in ere kunnen herstellen.

Secretaris van de fokcommissie

Achttien jaar lang was Atjan secretaris van de fokcommissie van de Internationale Lipizzanerfederatie (LIF).
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Uiteindelijk bracht hij de hele geschiedenis van de Lipizzanerfokkerij in kaart heeft daarmee de schade wat betreft zijn interesse in geschiedenis wel ingelopen. In 2012 is Atjan benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn onderzoek in en inzet voor de fokkerij, fokkerijgeschiedenis en stamboekvoering van de Lipizzaner.

Lees later deze week het vervolg van het gesprek dat ik had met Atjan Hop.

Liz Barclay

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland

Mijn jaarlijkse weekje Nederland viel dit jaar samen met de KWPN hengstenkeuring in Den Bosch. Bij mijn aankomst op Schiphol stond Maarten van Stek al in aankomsthal 2 te zwaaien.

Zo heel fijn om opgehaald te worden! En dan ook nog door een man die op twee benen rondloopt, alsof er niets gebeurd is. Maarten brak vorig jaar bij een val met zijn paard zijn been op twee plaatsen, maar gelukkig zit hij sinds een aantal maanden weer in het zadel.

Er viel die avond veel bij te praten en dat gebeurde bij een heerlijk bord boerenkool met worst. En natuurlijk, het ging bijna de hele tijd over paarden. Maarten is altijd heel geduldig met me en beantwoordde ook dit keer uitgebreid de vragen die ik voor hem had opgespaard.

Samen naar de Dijckhoeve

De volgende ochtend scheen de zon prachtig over het vlakke land met zo hier en daar een vleugje wit van een onverwachts hagelbuitje. Maarten wees naar de nieuwe binnenbak op het prachtige complex van Sportstal Dijckhoeve. Een bak die haast Amerikaans aandoet met z’n doorzichtige wanden. Luchtig en toch beschermd rijden is een luxe die wij hier nog weinig zien.

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland

En toen kwam dat moment dat ik Maarten weer op zijn William zag stappen. Ik had me zo voorgenomen om geen traantje te laten. Mislukt. Een heel jaar weggevaagd alsof er niets gebeurd is. William zag er zelfs beter uit dan ooit tevoren. Wissels klinkklaar en passage en piaffe zoveel zuiverder en reglmatiger, hoe kan dat toch?

Team William

Iedereen noemt zich een team tegenwoordig. In dit geval noemt niemand zich iets. Ze doen het gewoon en dat is dat. Marc, Miriam en Feline. Marc, Maarten’s man en allertrouwste toeverlaat, onvermoeibaar en de stabiele lijn op de momenten dat dat nodig is. Mirjam, de trouwe vriendin en leerling, die Maarten na zijn val overal mee naar toe gesleept heeft gedurende zijn revalidatie nadat knie, voet en onderbeen weer aan en in elkaar gezet waren.

Blog Liz BarclayNederland Paardenland

Feline, nog zo’n trouwe vriendin en leerling, die de zorg en het rijden van William op zich had genomen, en hoe!

Dit prachtige proces van geven en nemen op een zo natuurlijke manier was zo voelbaar, daar in de binnenbak op de Dijckhoeve. Maarten was aan het uitstappen toen Miriam binnenkwam op haar merrie. De gedrevenheid en enthousiasme van Maarten maakten van Miriam en Diamond Girl (v.Negro) binnen de kortste keren in een zelfverzekerd paar. Daardoor begon de merrie zoveel soepeler te lopen, dat het een genot was om te zien.

Wat een zit!

Feline had ook nog een les voor ik naar de Achterhoek zou vertrekken. Vorig jaar had ik Maarten haar paard zien rijden. Feline Wiltenburg-Ginsel heeft zich gespecialiseerd in het geven van zitlessen. Als ik hier zou wonen, stond ik bij haar in de rij.

Feline zit werkelijk mooi en stil met benen die zoveel langer lijken dan ze zijn, zo knap en om jaloers op te worden. Daarbij heeft zij een warme persoonlijkheid waardoor je je onmiddellijk op je gemak voelt en ik kan me zo voorstellen dat haar zitlessen alleen daardoor al bij de ruiter een ontspanning creëren waardoor alle ledematen veel makkelijker op hun plek kunnen vallen.

Door naar de Achterhoek

De vader mijn vriendin Elze was voorzitter van ponyclub de Viersprong in Toldijk. De mijne werd er penningmeester. Later zaten we samen op Landelijke Rijvereniging de Zevensteen in Steenderen. Haar schoonvader, Hans Vleemingh, was er instructeur. We hadden zoveel lol en we leerden er doorzetten. Geen binnenbak en alle wedstrijden nog op gras, dus vaak baggerden we regelmatig stijlvol door de modder.
Als ik bij Elze aankom, dan voelt het als thuis. Samen gaan deze twee vriendinnen voor het leven al jaren een paar dagen naar de hengstenkeuring in Den Bosch.

We waren nog niet binnen, of we hadden de twee grote armen van Roeland Elshuis om ons heen. Elshuis is een goede vriend van Elze en paardenman in hart en nieren. Ik vroeg natuurlijk onmiddellijk naar zijn hengst King Schufro die vorig jaar voor het verrichtingsonderzoek was aangewezen.

Roeland vertelde dat hij toch besloten had een andere weg te bewandelen en dat de hengst nu bij Remy Bastings stond.

Elkaar vertrouwen met een handdruk

Een telefoontje later zaten Roeland, Remy en ik samen aan een tafeltje bij de KWPN-stand. Roeland had me al verteld dat Remy in Deurne instructeur was geweest en, echt, ik kijk tegen dat soort mensen op.

Er was nog iets waar ik gedurende dat gesprek tegenop keek. Roeland heeft Remy mede-eigenaar van King Schufro gemaakt zonder geld uit te wisselen. “Ik heb misschien een goed paard gefokt, maar ik heb wel een ruiter nodig die hem kan maken.”Ik keek naar twee mannen die alle twee eerlijkheid uitstraalden en beiden bereid waren om elkaar met een handdruk te vertrouwen.

“Tja, dat moeten we dan nog gaan bewijzen als het een keer niet zo goed gaat tussen ons,” zei Remy met een knipoog.

Blog Liz Barclay Nederland Paardenland remy bastings

Hoe klein is de paardenwereld!

Toen ik Remy naar zijn verleden in de paardensport vroeg, vertelde hij dat hij een jaar bij Johann Hinnemann had gezeten. Laat ik nou in een van mijn vorige blogs over de toevallige ontmoeting met de Olympische amazone Leonie Bramall hebben geschreven, in diezelfde tijd ook werkzaam bij Hinnemann. Remy glunderde nog toen hij over de Olympische Spelen in Atlanta vertelde, waar hij haar en haar paard had bijgestaan als groom en oog op de grond.

Ouderwetse zelfdiscipline

Ik nam de vrijheid om nog even naar de mening van Remy te vragen over een aantal ontwikkelingen in de paardensport die ik, of niet zo goed begrijp, of zelf misschien niet zo geslaagd vind. Over het wig dat tussen klassiek en ‘modern’ rijden was hij heel duidelijk. “Je doet wat bij het paard past en wat dat is maakt mij niet uit, zolang het paardvriendelijk is.”

Over de verkorte Grand Prix proef: “Heb ik nog niet gereden, dus kan ik niets over zeggen. Hoeft niet verkeerd te zijn.” En over het weghalen van de laatste drie cijfers op het protocol: “Als het goed is, zit dat er bij ieder cijfer van de jury in.”

Wel vond hij dat aan de discipline van de jonge generatie paardenmensen nog wel eens wat mankeert en dat werd er nou juist in Deurne met de paplepel ingegoten.

Hier sprak een paardenman die nog een beetje van ‘de ouwe stempel’ is, maar wel met een moderne kijk en niet bang voor veranderingen, als ze de sport ten goede komen.

Nog even over de keuring

Remy is ook niet bang om de verantwoording te nemen voor zijn mening. “Ja, dat mag je van mij schrijven. Er zullen betere ruiters en ook betere ruiterbegeleiders moeten komen om de hengsten een eerlijker kans te geven gedurende het verrichtingsonderzoek, zodat de hengsteneigenaren hun hengst niet met ingehouden adem hoeven achter te laten.”

Ook is Remy duidelijk over de manier waarop sommige hengsten in Den Bosch getrixt voorgesteld worden en hoe regelmatig de grootste stap en meest spectaculaire draf gewaardeerd worden, terwijl dat helemaal niet hoeft te zeggen dat dit op lange termijn de beste sportpaarden of best verervende hengsten zijn.

Nog een leuke ontmoeting

Terug op de tribune herkende ik zomaar Linda Leeflang van een foto die ik van haar mocht gebruiken voor een eerdere blog. Het vak van paarden klaarmaken voor de hengstenshow en het voorbrengen zijn onderdelen van de paardenwereld waar in de paardenjournalistiek naar verhouding weinig aandacht aan besteed worden, terwijl het vakmansschap bijzonder is.

Ook met haar mocht ik een gesprekje hebben. Een leuke ontmoeting met een spontane jonge vrouw, maar daar schreef ik de vorige keer over in mijn blog ‘Nederland Paardenland – deel 1’.

Liz Barclay

Hengstenkeuring Den Bosch met meer drama dan ooit.

blog liz barclay

Toen we op vrijdagochtend voor de hengstenkeuring aan kwamen rijden bij de Brabanthallen in Den Bosch stonden de bordjes ’uitverkocht’ al aan de weg. Tja, de Black Magic Show, daar ging half paardrijdend Nederland de weg wel voor op.

We zaten nauwelijks op de tribune of nummer 317, de hengst Le Formidable (v. Bordeaux), kwam binnen. “Zitten we nou meteen al naar de kampioen te kijken?,” zei ik half grappend voordat er al geklapt werd. Later, toen ik Lorna Wilson tegenkwam van Elite Stallions UK (zie deze vorige blog) bevestigde zij dat gevoel.

Met kop en schouders

Deze vakkundige vrouw, die haar kennis al jaren heel slim vanuit Nederland en Duitsland mee terug naar Engeland genomen heeft, vond de afstammelingen van Bordeaux er met kop en schouder bovenuit steken. Dat vond de keuringscommissie trouwens ook met vijf zonen door naar het verrichtingsonderzoek.

Zelf viel ik helemaal op Lloyd, een jonge Governor (vm. Charmeur). Misschien niet de allergrootste showbink, maar wel een krachtpatser die in mijn ogen prachtig liep. Ik blijf vinden dat die showbinken misschien prachtige wedstrijdpaarden zijn, maar voor de fok wil ik toch bij mijn bescheiden mening blijven dat een extravagante draf misschien niet altijd het beste is voor op de lange duur. Als de galop goed is kun je de draf maken, heb ik altijd geleerd.

Afscheid Glock’s Johnson

Naarmate de dag verliep werd het drukker. De hengstenkeuring is tegenwoordig meer dan alleen maar af- en doorverwijzen. De mensen willen romantiek en daar zit het drama onlosmakelijk aan vast. Dit jaar helemaal en het begon met het afscheid van Glock’s Johnson.

Hoe Hans Peter Minderhoud z’n toespraak nog min of meer droog heeft afgekregen, geen idee. Het is ook wat om te weten dat je na al die jaren succes, wat alleen maar kon door dag in dag uit samen keihard aan de slag te gaan, voor een publiek wat uit z’n dak gaat nog even te moeten vertellen wat je samen met de ‘koning’ allemaal wel niet hebt meegemaakt.

Hoeveel paarden worden er niet onder het gat van ruiters weggehaald en verkocht als er maar genoeg flappen voor terug komen. Vaak ook juist als de top in zicht of net bereikt is. Door het sponsorschap is er veel mogelijk geworden, maar de andere kant van het verhaal is die afschuwelijke afhankelijkheid.

Black Magic

Daar zouden we later op de avond nog een keer mee geconfronteerd worden, en hoe! De camera moest natuurlijk close-up op het emotioneel vertrokken gezicht van Edward Gal toen hij, na samen met Hans Peter en de twee zwarte hengsten de show gestolen te hebben, Totilas binnen zag komen.

Ik werd er eerlijk gezegd een beetje naar van. De druk moet voor deze twee paardenmannen die dag zo immens zwaar zijn geweest.

Maar de Black Magic deed zijn werk. Met z’n allen hebben we gestampt, geklapt, gefloten en gejuicht voor paard en mens als nooit tevoren.

Het gaat om geld

Laten we wel even eerlijk blijven. Het gaat natuurlijk allemaal om geld. De paardenfokkerij en handel nemen in Nederland een aanzienlijke plaats in de economie in. In 2014 exporteerde Nederland voor 273 miljoen euro aan paarden naar het buitenland. De gemiddelde prijs die een Amerikaan voor een Nederlands paard betaalt is 66 duizend euro (heb ik gelezen op NRC.nl). Als aan het eind van de tweede dressuurdag bij de Select Sale een niet-doorverwezen hengst voor zo’n 20.000 euro van de hand gaat, roept iedereen, ‘oh, wat goedkoop!’

Het KWPN kent zijn pappenheimers. Wij houden van paarden, van hun beweging, hun uitstraling. En we hebben daar ongelofelijk veel voor over. Als deze twee topruiters voor ons hun ziel blootleggen op zo’n avond, dan zijn de kaartjes allemaal verkocht en floreert achter de schermen de handel. In paarden en in kwakjes.

Ik bekritiseer niet, ik noteer. Maar ik heb het er soms wel moeilijk mee.

Nog meer tranen

Op het moment dat Le Formidable tot kampioen dressuurhengsten door de jury werd benoemd, liep Jeroen Witte met de Bordeaux-zoon vlak bij ons langs de tribune. Deze stoere voorbrenger sloeg zijn grote knuist voor zijn ogen en je zag daar weer hoe ongelofelijk veel er in deze dagen gestopt wordt. Hoe de spanning oploopt na maanden werk en druk op de ketel.

Alles wat er in de voorafgaande maanden aan zorg is ingestopt, moet in een dag op z’n plek vallen. Het is zo’n ander vak dan wedstrijden rijden, waarbij de ruiters meestal altijd een langere band met hun paard kunnen opbouwen.

Linda Leeflang

Vandaar dat ik het leuk vond om nog even met Linda Leeflang te praten. Een van de weinige vrouwen die hengsten klaarstoomt voor deze keuring. Ik had vorig jaar even contact via messenger met haar gehad omdat ze King Schufro van Roeland Elshuis (nu bij Remy Bastings, zie volgende blog) voor de keuring had klaargemaakt en zag haar lopen met Liverpool (v. Apache) die doorverwezen werd voor het verrichtingsonderzoek.

Deze jonge spontane vrouw met een bonk energie die zo duidelijk van haar afstraalt, geniet van haar vak. Ze vertelde hoe ze juist zo fijn kan werken met een wat rillerig type hengst. Dertien paarden op stal en ze werkt ze allemaal zelf.

Linda is ook nuchter. “Als ze echt moeten lopen dan laat ik dat graag aan mijn vrienden Jordy en Teunis Andeweg over. Die kunnen dat veel beter dan ik, maar in de kooi doe ik het graag zelf. Die hengsten kennen me natuurlijk ook al een tijdje en dat werkt op die manier beter.”

Nooit loslaten

Wij kijken naar de hengsten en mogen de mensen in hun witte pak niet vergeten. Niet alleen halen zij het beste uit de hengsten. Kijk maar hoe ze een rillerige of een wat flegmatieke hengst ‘helpen’ om op het juiste moment te ‘stralen’’. Maar ook hoe die vier keuringsdagen ieder jaar weer vrijwel zonder ongelukken verlopen.

Dat heeft helemaal te maken met de vakkunst en behendigheid die deze paardenmannen en vrouwen laten zien. Met rooie koppen en buiten adem weten ze altijd weer op de goeie plek te staan om vooral de voorbenen van deze uitbundige, vaak ook gestreste, jonge hengsten te ontwijken, zonder ook maar ooit dat touwtje los te laten.

Bij de tuigpaardhengsten wordt er daar door dat extreem felle voorbeen nog een enorme schep boven opgedaan. Ik kijk daar met zoveel respect naar.

Paardenmensen mogen huilen

Ik kijk dus niet alleen naar al die glanzende paardenlichamen maar net zo goed naar het ultieme

vakmanschap dat gedurende dit festijn in de Brabanthallen is verzameld. En geniet daarvan.
En als er dan afscheid genomen moet worden of er wordt er eentje kampioen dan mogen van mij die paardenmannen huilen. Blij dat die stoere kerels het kunnen…

Liz Barclay

dressuur algemeen subtop

Vorige week had ik een vriendin aan de lijn. ‘Ik baal als een stekker. Ben je de hele week druk aan ’t werk en verheug je je op je wedstrijd op je vrije dag. Krijg je allemaal zessen zonder enig commentaar. Dat was dan je weekend.’ Ik voelde met haar mee.

Ik weet, als een proef uit allemaal zessen bestaat, is de regel voor de jury: er is niks echt verkeerd en ook niks echt heel goed, dus er valt weinig over te zeggen en het hoeft officieel niet. Tenminste zo is dat hier in Engeland en naar ik aanneem ook in Nederland.

Maar toch, het blijft knagen: het afhankelijk zijn van het humeur of de smaak van een jurylid. Het afhankelijk zijn van het humeur van de overige deelnemers. Het je soms best eenzaam voelen.

Vreemde eend in de bijt

Toen ik na een aantal jaren geen wedstrijden te hebben gereden, begin jaren negentig voor het eerst aan een wedstrijd in Engeland deelnam, miste ik zo de sfeer van de Landelijke Rijvereniging. Alles was hier gescheiden. Alleen op de samengestelde wedstrijden zag je naast de dressuurbanen ook een springparcours.

En er was op de dressuurwedstrijden geen saamhorigheidsgevoel. Een vreemde eend in de bijt, zo voelde ik me.

Dat was ik natuurlijk ook. Ik gaf al wel een tijdje les op een van de ponyclubs, maar kende weinig actieve wedstrijdruiters.

Die dag won ik beide L-proeven, maar er was niemand om me te feliciteren. Bij het secretariaat haalde ik beide puntenlijsten op, met de linten eraan vastgeniet, en vertrok.

Nederlandse wedstrijdcircuit

Door de jaren heen, op mijn reis naar de Prix St. Georges, wende ik eraan dat er in Groot Brittannië nou niet echt een collegiale sfeer hing op de wedstrijden. Ik leek altijd degene die contact maakte, hulp aanbood waar nodig, met misschien een gepast grapje tegen een wat gestreste deelnemer om de druk een beetje van de ketel te halen.

Oke, als je drie of vier uur in de vrachtwagen moet zitten voor een wedstrijd, dan is de kans groot dat weinig ruiters elkaar kennen. Nederland is zo’n stuk kleiner en het hele wedstrijdcircuit zoveel bereikbaarder.

Individualistisch

Toch, en dan hoor ik weer mijn vriendin vertellen, denk ik dat ook hippisch Nederland een verandering heeft doorgemaakt. Inmiddels zijn ook hier spring- en dressuurwedstrijden vaak gescheiden en is de sfeer individualistischer. Men heeft minder interesse in elkaar.

Mijn vriendin vertelde het trieste verhaal dat zij op een landelijke wedstrijd aan het eind van de dag nog haar proef moest rijden, terwijl bijna iedereen was vertrokken. Sterker; de organisatie was verderop begonnen de banen af te breken. Ik kon me goed voorstellen wat een anticlimax dat geweest moet zijn.
Vroeger was het verplichte wachten op de parade, en ook het rijden ervan, niet altijd even leuk. Toch had het wat. We waren een groep, we keken naar elkaar, hielpen elkaar en leefden met elkaar mee.

Gezonde zenuwen

Ik heb me in de dressuurring altijd op m’n gemak gevoeld. Ik bereidde me goed voor en kon er ook uitstekend mee leven als er eens een dag tussen zat waarop het wat minder ging. Gek genoeg hielp juist die instelling om vrijwel altijd met een paar winstpunten en een plaatsing terug naar stal te rijden.

liz barclay blog

Ik ben gezegend met, wat ik noem, gezonde zenuwen. Ze hielpen me om met een dosis zelfvertrouwen door de moeilijke momenten gedurende een proef heen te rijden zonder emotioneel aan diggelen te gaan. Wat onmiddellijk een geruststellend effect had op mijn paarden.

Strak harnas

Niet iedereen heeft het geluk ‘gezonde zenuwen’ te hebben. Of het aangeboren is, of te maken heeft met zelfdiscipline, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat wat ik in de dressuurring wel kon, me op school helemaal niet lukte. Faalangst is een verschrikkelijk ding. Iets dat sommige ruiters juist in de wedstrijdring in de houtgreep krijgt, waardoor ze nog niet de helft voor elkaar krijgen wat ze thuis met gemak uit hun mouw schudden. En als ze eenmaal in die spiraal zitten, komen ze er maar met moeite uit.

Niet iedereen kan zich een sportpsycholoog veroorloven en voor sommigen blijft de wedstrijdsport zo’n strak harnas dat de negatieve ervaringen zich blijven opstapelen. Met als gevolg een paard dat de wedstrijdring ook al heel snel als iets negatiefs begint te ervaren.

Kritische blikken

Petje af voor degenen die zich hier doorheen weten te worstelen. Ik heb het met een aantal van mijn pupillen van dichtbij meegemaakt en ze gedurende dat proces kunnen bijstaan. Iedere keer dacht ik: Waarom nou juist als je ziet dat bij iemand de zenuwen door de keel gieren, zijn er al die kritische blikken aan de kant? Waarom die nare opmerking over dat ‘ongehoorzame’ paard? Net toen die ruiter langskwam en het kon horen?

Dan denk ik toch weer terug aan mijn jonge jaren in de Achterhoek. Wat hadden we een lol. Je kunt je hele familie aan de kant hebben staan, maar pas als je door je eigen soort gewaardeerd, geaccepteerd en geholpen voelt; op dat moment kun je zoveel meer…

We All Ride

Een tijdje geleden las ik over de nieuwe ontwikkeling om thuis je proef te kunnen rijden voor een online jurylid. We All Ride, een idee van Rens Plandsoen en Renee de Graaf. Dat bestaat in Engeland al wat langer en vanwege de lange afstanden is het hier een geweldige oplossing.

Naast heel wat enthousiaste reacties kwam er ook kritiek. Social media was weer een beetje kort door de bocht, het was niet eerlijk of niks waard. Want als je je paard niet kunt laden of het wedstrijdelement niet aankan, wat is het dan eigenlijk?

Ik ben het er niet mee eens, ik vind het een super idee. Het past in deze tijd waarin door de digitale ontwikkeling zo heel veel meer mogelijk is geworden. Het is een geweldig alternatief voor ruiters die wel door een officieel jurylid beoordeeld willen worden. Om te zien of ze op de goeie weg zitten, maar, om wat voor reden dan ook, niet naar een wedstrijd kunnen of willen.

Minder paardenleed

We All Ride kan worden gebruikt als een overbruggingsperiode voor de onzekere ruiter. Of het kan een optie zijn voor ruiters die zich op wedstrijden doodgewoon niet in in hun element voelen. Daarmee kan een hoop paardenleed worden voorkomen. Dat vind ik zelf nog het mooiste.

En het zou, als we door gaan zetten met ons gevecht tegen de opwarming van de aarde, ook nog wel eens de enige manier kunnen worden. Als er zodirect er geen druppel diesel meer verkrijgbaar is om in de tank van onze vrachtwagens te gooien. Een millieuvriendelijk vrachtwagentje op groene elektriciteit lijkt me nog erg ver van ons bed.

Liz Barclay

oostvaardersplassen blog liz barclay

De Oostvaardersplassen: het begon met vogels. Toen moesten de grote grazers het gebied nog geschikter maken voor nog meer verschillende vogelsoorten. En toen werd het heel langzaam een ‘rewilding project’ zonder dat iemand het eigenlijk in de gaten had.

En toen verdwenen heel langzaam sommige vogelsoorten, terwijl het gebied kapot werd gevreten door een totaal uit de hand gelopen hoeveelheid grote grazers.

Maar hopelijk is het gedaan met de Oostvaardersplassen in de huidige staat. Woensdag 5 december is de rechtszaak.

Edelherten

Even terug met een citaat uit een document van Vereniging het Edelhert, getiteld: ‘De Oostvaardersplassen, de grote grazers en de icmo2 afspraken; beantwoording vragen van de adviescommissie beheer oostvaardersplassen.’

In de nieuwsbrief No. 1 van Rijksdienst IJsselmeer Polders (RIJP) uit April 1991 wordt gesproken over het plan voor het uitzetten van 40 edelherten in het internationaal bekende Natuurgebied de Oostvaardersplassen(OVP).

De toenmalige Beheeradviescommissie denkt aan minstens 250 herten maar, zo staat vermeld:

‘Mochten de grenzen van de draagkracht van het gebied worden overschreden dan zullen de aantallen runderen, paarden en edelherten in onderlinge samenhang worden beperkt.’

Hands-off beheer

In 1996 werd het OVP-gebied overgedragen van de RIJP naar Staatsbosbeheer (SBB). Tevens werd een beleidswisseling doorgevoerd. Staatsbosbeheer ging, zonder enig overleg over van het toegezegde ‘beheer naar draagkracht’ naar het zogenoemde ‘hands-off beheer’.

Hierdoor bleven de aantallen grote grazers groeien, waarbij door gebrek aan voedsel en beschutting in de afgerasterde OVP, er ieder jaar weer een steeds grotere wintersterfte ontstond, zonder verder beheer.

oostvaardersplassen liz barclay

Kopergebrek en ataxie

Op 25 oktober 2004 schreef Prof. Dr. C. Wensing als hoofd Wetenschappelijke Adviescommissie Oostvaardersplassen in een brief aan de directie van Staatsbosbeheer het volgende: ‘Werk aan een completer habitat. Door de eenzijdige zomerhabitat ontbreken in de winter voor de hoefdieren mogelijkheden om gebruik te maken van andere voedselbronnen. Wellicht is bijvoorbeeld het kopergebrek, en de daardoor veroorzaakte ataxie bij edelherten, te voorkomen door een bredere voedselkeuze.

Dit bericht geeft aan dat er in 2004 al problemen bekend waren bij de destijds aanwezige stand van 665 runderen, 880 paarden en 1550 edelherten.

Rewilding is in!

Rewilding is in! Kijk bijvoorbeeld maar even op de website Rewilding Europe, gevestigd trouwens in…Nijmegen. Er zijn projecten in Portugal, Roemenië, Kroatië, Polen, Zweden; allemaal landen met nog enorme gebieden ongerepte natuur waar de ruimte is om grote grazers, wolven en katachtigen zonodig opnieuw te introduceren voor een gevarieerder stuk natuur.

Directeur Staatsbosbeheer Sylvo Thijsen is, naar ik heb begrepen uit zijn connecties en werkzaamheden bij bijvoorbeeld advies- en ingenieursbureau Sweco, ook een rewilding fan…

De stikstof brigade

In een artikel in dagblad Trouw uit 2014 verbaast ecoloog Han Olff zich over de enorme vruchtbaarheid van de OVP. Hij geeft aan dat veterinaire behandeling van grote grazers zijn onderzoek zouden belemmeren doordat het toedienen van medicijnen het ecologische evenwicht zullen verstoren.

Koren op de molen van de rewilding fans, natuurlijk. Oh, was directeur SBB Sylvo Thijsen ook niet…?

Toekomst van de OVP

De RDA, Raad voor Dieren aangelegenheden, beschrijft zichzelf als een onafhankelijke raad van deskundigen. Kijk zelf maar op de website. De RDA is betrokken bij het advies over de toekomst van de OVP.

Nieuw lid van de RDA is Jan Willem Erisman, professor aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn leerstoel is integrale stikstof studies gefinancierd door het WNF, ook betrokken bij de OVP. De OVP blijft interessant voor zoveel onderzoeken dat bijna iedere professor en natuurorganisatie de ander de hand boven het hoofd houdt.

‘Hoe meer volgers, hoe beter voor de grote grazers in de OVP.’

Ook interessant: voorzitter van de RDA (weet je nog, onafhankelijk) is Mr. DRS. J. Staman. Laat die nou ook penningmeester bij de Stichting Natuurlijke Processen geweest zijn. Ga naar hun website en de eerste naam die je ziet is die van Frans Vera.

oostvaardersplassen liz barclay

Belangenverstrengelingen

En zo kan ik nog heel lang doorgaan. De verbanden en belangenverstrengelingen zijn buiten proportie. En altijd maar weer die terugkerende naam: Frans Vera.

Maar dan wordt dit blogje te lang en heel saai. Als je dit leest en meer wilt weten, wordt dan volger van Stichting Cynthia en Annemieke. Op hun Facebook pagina staan nog meer superlogische grafieken waar je heel veel van kunt leren. En echt, hoe meer volgers, hoe beter voor de grote grazers in de OVP. Ook al ben je het niet altijd helemaal met elkaar eens, samen sterk!

En nu vooral met het oog op 5 december.

De rechtszaak

Er staat een hek om de OVP. De dieren kunnen er niet uit, de mensen mogen er alleen via zeer beperkte routes in en SBB kijkt heel goed of iedereen zich daar wel aan houdt. Door dat gebrek aan sociale controle, en doordat zoveel partijen er baat bij hebben om de OVP met de grote grazers als wilderness in stand te houden, gebeuren dingen in de OVP die ethisch gezien absoluut niet door de beugel kunnen.

Hopelijk gaat daar door de enorme inzet van Stichting Cynthia en Annemieke op 5 december verandering in komen.

Dan dient namelijk de rechtszaak, aangespannen tegen de Staat der Nederlanden, Staatsbosbeheer en de Provincie Flevoland en voorbereid door de advocaten Samantha Andriesse en Bas Jongmans (pro deo!) met een rapport van meer dan 500 pagina’s.

Dit wordt hopelijk het moment van de waarheid en het begin van het einde van de grote grazers in de OVP.

Nog enkele cijfers

Winter van 2008-2009: totaal 1200 dode dieren
Winter van 2009-2010: totaal 1093 dode dieren
Winter van 2010-2011: totaal 750 dode dieren
Winter van 2011-2012: totaal 1490 dode dieren
Winter van 2012-2013: totaal meer dan 2000 dode dieren.
Winter van 2017-2018: over de 3000!

Volgens Frans Vera, Han Olff en volgelingen zijn de Oostvaardersplassen een uniek vruchtbaar gebied waar we niet aan moeten morrelen.

Ziek!

HOEFSLAG ACADEMY

Volg ons!

100,888FansLike
0VolgersVolg
6,962VolgersVolg
1,451Youtube abonneesAbonneer