Nederlands, Europees en Wereldkampioen Edward Gal gaat in op het rijden van zijgangen. Op deze manier hebben we een uniek kijkje in de Harskampse ‘dressuurkeuken’.

We beginnen bij het begin, en dat is het hebben van een rechtgericht paard dat moeiteloos naar voren en terug kan schakelen. Dan komt het wijken voor de kuit aan bod. In de volgende aflevering bespreken we de andere zijgangen, waaronder schouderbinnenwaarts, travers en appuyeren, alsmede het belang van schakelen in de zijgangen.

Eerst recht, dan zijgangen

‘Voordat je zijgangen kan gaan rijden, moet je paard rechtgericht zijn, ook in het schakelen. In het begin is recht langs de hoefslag lopen bij wijze van spreken al moeilijk genoeg. Als je een jong paard naar voren rijdt en weer opvangt, gaat dat vaak nog wat slingerend. Op zo’n moment is een paard er nog niet klaar voor om zijgangen te lopen. Pas zodra het paard moeiteloos naar voren en terug kan schakelen en daarin kaarsrecht blijft, ben je er aan toe om een stapje verder te gaan en te beginnen met zijgangen.

Hoe kan je nu controleren dat een paard recht blijft?

Hoe kan je nu controleren dat een paard recht blijft? Als een paard echt scheef is, dan voel je dat wel. Maar vaak is het paard een klein beetje scheef, of zwenkt hij maar een klein beetje uit met zijn achterhand tijdens het rijden van een overgang terug. Je gevoel kan je bedriegen. Het gevoel klopt wat dat betreft niet altijd met het beeld. Een spiegel is dan een uitstekend hulpmiddel. Rijd recht op de spiegel af, en schakel naar voren en terug met je paard. Je controleert dan heel makkelijk zelf of je zo paard recht is, als jij denkt te voelen. Nu heeft niet iedereen spiegels in de rijbaan. Daarom is goede instructie ook zo belangrijk. Zorg ervoor dat je regelmatig iemand aan de kant hebt staan met kennis van zaken, die kan zien of je paard echt recht is.’

Hoe maak je je paard rechter?

‘Mijn ervaring is dat de scheefheid heel vaak vanuit de schouders van het paard komt. Het paard valt een klein beetje naar rechts of juist naar links over de schouder. Meestal neemt een paard dat bijvoorbeeld links wat scheef is, ook meer steun aan de teugel op links. Het is dan zaak om je paard als het ware ‘uit de scheve kant te halen’. In het voorbeeld waarbij het paard links over de schouder valt, doen we de linkerhand net even over de manenkam, waardoor we de schouder als het ware naar binnen drukken. Op het moment dat het paard reactie geeft, laten we dat meteen weer los, zodat het paard op dat moment geen steun vindt in je hand. Je zult zien dat het paard op dat moment rechter is. In het begin valt het paard dan na enkele passen weer in de scheve kant. Dan herhaal je dit, net zolang totdat hij vanzelf rechtuit blijft lopen. Ook kan het paard scheef zijn, omdat zijn achterhand naar binnen loopt. Dat corrigeren we door de schouders recht voor de achterhand te zetten. En dus niet de achterkant met je been de andere kant op te duwen. In de fase dat je je paard recht wilt maken, moet je paard in eerste instantie leren vooral naar voren te reageren op je been. Het zijwaarts reageren op de eenzijdige beenhulp is een volgend hoofdstuk, waar het paard pas aan toe is als het echt rechtgericht is.’

Wijken voor de kuit in het begin

‘Wijken voor de kuit is één van de eerste zijgangen die wij met een jong paard rijden. We rijden deze oefening voornamelijk in draf. We beginnen meestal met wijken door enkele meters voor de hoefslag op de korte zijde af te wenden en dan naar de hoefslag te wijken. Als je linksom rijdt, wijk je naar rechts. Je rijdt feitelijk enkele meters van de hoefslag af en maakt gebruik van de drang van het paard om naar de hoefslag te lopen.

Zodra het paard het principe van het wijken kent, is het belangrijk om het weer recht te maken

Reageert een paard niet op je beenhulpen, dan helpt het om wat meer gewichtshulp te geven. Dus als je naar rechts wijkt, iets meer naar rechts te gaan zitten. De meeste paarden blijven over het algemeen toch het liefst ‘onder je gewicht lopen’. In het begin maak je het je jonge paard ook wat makkelijker door wat meer stelling te vragen naar de kant van waar het paard vandaan komt. Wijk je naar rechts, dan heb je dus stelling naar de linkerkant (foto 1). Je laat hem dan bewust een klein beetje over de schouder weglopen. Zodra het paard het principe van het wijken kent, is het juist belangrijk om het paard weer recht (zeker in de schouders) te maken. Controle over de rechtgerichtheid van de schouders is dan heel belangrijk. Het doel is dat een paard tijdens het wijken bijna parallel loopt (foto 2) en dus behoudens een klein beetje stelling naar de kant waar het paard vanaf komt, zo goed als recht is. Wat mij wel eens opvalt, is dat mensen zich te veel focussen op de binnenteugel, terwijl het veel belangrijker is om controle en nageeflijkheid te hebben aan de buitenkant.’

‘Als je een paard in het begin voor het eerst laat wijken, moet je hem vaak stap voor stap begeleiden en dus eigenlijk je zijwaartse hulp met je been vaker herhalen. Als het paard eenmaal snapt wat de bedoeling is, dan doe je dat veel minder. Dan ben je gewoon mee met de beweging, maar normaal gesproken drijf je het paard niet stap voor stap opzij. Wanneer een paard naar rechts wijkt, dan geeft mijn linkerbeen de hulp voor het zijwaarts gaan. Mijn rechterbeen doet weinig, tenzij het paard door rechts heen valt, dan gebruik je je rechterbeen om te begrenzen. Dat begrenzen doe ik ook weer met mijn handen, net zoals besproken bij het recht richten.’

Een stap verder

‘Als het paard meer bevestigd is in het wijken, kan je variëren in de oefening. Je kunt bijvoorbeeld een keer vanaf de hoefslag naar binnen wijken, of een keer wat schuiner. De eerste keer ziet dat schuiner wijken er vaak wat rommelig uit, maar als je dat enkele keren hebt gedaan en je wijkt daarna weer minder schuin, merk je verbetering. Wat dat betreft worden paarden ook hierdoor leniger en handiger. Wanneer een paard meer bevestigd is in het wijken, is ook het moment aangebroken om wat te schakelen in het wijken voor de kuit. Dat geldt trouwens voor alle zijgangen. Wij willen altijd kunnen blijven schakelen in alles wat we doen.’

‘Wanneer het paard goed bevestigd is in het wijken, en je controle hebt over een nageeflijke buitenkant, kan je het wijken weer een stapje moeilijker maken. Wijk eens een keer met stelling naar de kant waar het paard naar toe gaat. Je begint gewoon recht, en tijdens het wijken probeer je je paard te laten kijken in de richting waar het paard heen gaat. Zo maak je een begin met de appuyementen. Doordat je de buitenkant er altijd goed bij hebt gehouden en het paard aan de buitenteugel nageeflijk is, is dat eigenlijk maar een kleine stap.’

Wijken voor de kuit in galop

‘In galop oefenen we het wijken ook. Doel hiervan is het controleren van de rechtgerichtheid van de schouders. In de meeste gevallen zal een paard over de buitenschouder weglopen in galop. Dus in de rechtergalop valt zo’n paard over de linkerschouder weg. Het is dan zaak om bijvoorbeeld vanaf de hoefslag naar binnen te wijken en zo de controle over de buitenschouder terug te krijgen. Een enkele keer maak je mee dat een paard in de rechtergalop ook over de rechtschouder wegvalt. Dan wijk je in de rechtergalop naar de linkerkant (dus naar buiten). We gebruiken het wijken in galop dus om het paard recht te maken, en afhankelijk van welke kant het paard op valt, kies je de kant voor het wijken.’ 

Het wijken is de eerste zijgang die je het paard leert. Maar welke zijgang volgt dan?

‘Het wijken is de eerste zijgang die je het paard leert. Maar welke zijgang volgt dan? Wij snijden de andere zijgangen dan eigenlijk allemaal een beetje aan en werken het vervolgens uit. In het wijken stellen we het paard een keer naar de kant waar het heen moet en begin je dus eigenlijk al een beetje te appuyeren. Tussendoor pak je de schouderbinnenwaarts en de travers mee. Wij kunnen dat zo doen, omdat we onze paarden altijd direct in de Lichte Tour starten, en niet zo veel te maken hebben met de opbouw zoals in de proeven (eerst wijken voor de kuit, dan schouderbinnenwaarts, dan travers en dan appuyeren). Als je wel alle wedstrijdklassen doorloopt, is het aan te raden de opbouw van de oefeningen ook min of meer in die volgorde aan te leren.’

Schakelen

‘Tempocontrole en schakelen zijn belangrijke elementen van onze training. Wij vinden het belangrijk ook te schakelen in de zijgangen. Alle zijgangen lenen zich ervoor om te schakelen. Dus naar voren rijden en weer terugkomen in de zijgang. Hoe doen we dat, dat schakelen in een zijgang? Als je gewoon rechtuit rijdt, gaat het paard op de (enkele) beenhulp naar voren en komt het op de teugelhulp in combinatie met zithulp en eventueel stemhulp weer terug. In de zijgangen rijd je ook naar voren door twee benen te gebruiken. Je moet bij het naar voren rijden in zijgangen echter niet alleen voorwaarts denken, maar meer voorwaarts-zijwaarts denken. Ik zeg in mijn lessen weleens: ‘denk maar aan middendraf in je zijgang’. Het precies doseren en voelen van hoe je die hulpen geeft is wel een gevoelskwestie en niet helemaal uit te leggen. De kwaliteit van de ruiter speelt hierbij ook een rol. Per paard moet je aanvoelen hoeveel voorwaartse en hoeveel zijwaartse hulp je kunt geven. In het begin merk je dat paarden vaak het ritme verliezen tijdens het schakelen. Maar op het moment dat ze dat makkelijker gaan doen, merk je dat ze steeds ruimer scharend hun zijgangen uit kunnen voeren, zonder ritme te verliezen. Van het schakelen in de zijgangen worden ze sterker, handiger, losser en leniger. Op deze manier kan je de zijgangen van je paard echt enorm ontwikkelen.’

Meer over rechtrichten en wijken voor de kuit in de derde en vijfde videoaflevering van de Hoefslag Academy   

Foto: Remco Veurink

Vergelijkbare artikelen

Reacties