Bastiaan de Recht legt uit (11): Travers en appuyementen

Bastiaan de Recht legt uit (11): Travers en appuyementen

Appuyeren
Appuyeren

In deze instructieve twaalfdelige serie over dressuur rijden geeft dressuurtrainer Bastiaan de Recht praktische tips om jou verder te helpen. Bij Bastiaan staan biomechanica en fysiek en mentaal welzijn van het paard voorop. Na in de vorige delen gesproken te hebben over de hulpen en werken aan het horizontale evenwicht, kwam de ontwikkeling van de gangen aan de orde. Het wijken en het schouderbinnenwaarts zijn besproken en nu is het de beurt aan travers en appuyementen. Hoe doe je dat en wat zijn de meest voorkomende problemen en oplossingen?

Travers
Travers

Travers en Appuyementen

‘In dit deel bespreken we zowel de travers als het appuyeren, omdat deze oefeningen veel op elkaar lijken. Bij beide oefeningen is het paard gesteld en gebogen in de richting waar het naar toe gaat en wordt het zijwaarts gereden door het buitenbeen. Alleen wordt de travers op de hoefslag en de appuyementen over een diagonaal gevraagd. In Duitsland kennen ze geen onderscheid tussen deze twee oefeningen en worden ze beide ‘traversale’ genoemd.’

Appuyeren is eigenlijk wijken alleen met stelling en buiging naar de kant waar je naar toe gaat.  

Appuyeren
Appuyeren

Openen

‘Bij de travers loopt het paard met de voorbenen op de hoefslag en zet het de achterhand naar binnen, waarbij het gebogen is om het binnenbeen van de ruiter. De achterbenen kruizen elkaar en de voorbenen lopen recht over de hoefslag. De travers kun je net als de schouderbinnenwaarts op drie en op vier sporen rijden (zie voor uitleg het vorige deel, red.). Al wordt in de proef de variant op vier sporen gevraagd. Waar je in het schouderbinnenwaarts vooral de controle over de schouders ontwikkelt. Gaat het bij het rijden van travers vooral om de controle over de achterhand. Appuyeren is eigenlijk wijken alleen met stelling en buiging naar de kant waar je naar toe gaat. Het moeilijke van zowel de travers als het appuyeren is dat de ruiter zijn binnen- en buitenbeen afhankelijk van elkaar moet kunnen gebruiken. Evenals de binnen- en buitenteugel. Bij zowel de travers als bij het appuyeren leert het paard de benen scharen, maar ook te openen. Dus niet alleen over elkaar heen, maar ook ver uit elkaar te zetten. Deze oefeningen dragen bij aan de ontwikkeling van de gangen, waarbij het paard een grotere paslengte leert te maken.’

Van voor naar achteren

‘Als je begint met het rijden van travers kun je dit op een rechte lijn doen, maar ook op een volte. Het paard moet hierbij reageren op de druk van je buitenbeen en daar dus voor opzij gaan. Wel moet de buiging om het binnenbeen behouden blijven. Belangrijk is dan dat je het paard van voren naar achteren leert buigen om je binnenbeen. Dus eerst vraag je stelling met je binnenteugel, vervolgens buiging om je binnenbeen en pas dan kom je met je buitenbeen die de achterhand om je binnenbeen heen buigt. De buitenteugel bepaalt de positie van de schouder, meer naar binnen of naar buiten. Focus je niet meteen te veel op die vier sporen, maar bouw het rustig op. Zet eerst een klein beetje de achterhand naar binnen, daarna rijd je het op drie sporen om het uiteindelijk op vier te vragen. Nu geldt ook weer blijft rijden, goede takt, regelmaat en de juiste aanleuning zijn het belangrijkste (zie ook het vorige deel, red.).’

Links- en rechtsomkeert

‘Om het appuyeren aan te leren, kun je het beste een links- of rechtsomkeert rijden. In de halve volte halve baan buig je het paard om je binnenbeen en zodra je naar de hoefslag rijdt, behoud je deze buiging en zet je het paard opzij voor je buitenbeen. De binnen- en buitenteugel hebben dezelfde functie als bij de travers. Rijd het appuyement nog niet te schuin en richt je op het punt waar je heen wilt rijden. Zowel bij de travers als bij het appuyeren is het belangrijk dat de ruiter mee zit in de beweging. Het bovenlichaam is gedraaid in de richting waar de ruiter naar toe gaat en de ruiter blijft in het midden van zijn zadel zitten. Veel ruiters zitten op de buitenkant, waardoor ze de balans van het paard verstoren. Loop eventueel weer eerst weer eens zelf door de zijgangen (zie deel 10, red.). Het is belangrijk dat je op de lijn blijft die je in je hoofd had. Wijk daar niet van af, ook niet als je meer buiging vraagt. Richt het opende binnenvoorbeen op het punt waar je uit wil komen. Je voorkomt dan dat je te veel of te weinig zijwaarts gaat.’

Problemen en oplossingen

‘Bij het rijden van travers en bij het appuyeren kun je tegen nogal wat hiaten aanlopen. Onderstaand de meeste voorkomende problemen en oplossingen. Voor de meeste problemen geldt; ga weer terug naar de basis. Herstel eerst de stap voorafgaand aan hetgeen waar je problemen krijgt.’

Impulsverlies

‘Wissel het rijden van de oefening af met het rijden van middengangen. Deze middengang rijd je bij een travers op de hoefslag waarna je de zijgang opnieuw inzet. Bij het appuyeren, verruim je juist op de diagonaal en zet de oefening weer in. Zie figuur 1.’

Figuur 1 - Bastiaan de Recht
Figuur 1

 

Verlies van lengtebuiging oftewel zijwaartse buiging of het paard valt door je binnenbeen

‘Zorg dat je de lengtebuiging weer herstelt. Dit kan door het rijden van een volte, waarna je weer travers rijdt of gaat appuyeren, zie figuur 3. Ook kun je het paard laten wijken voor je binnenbeen. Bij een travers kan dit alleen als je die op de middenlijn rijdt. Dan heb je ruimte om het paard voor je binnenbeen opzij te zetten. Bij het appuyeren naar bijvoorbeeld links, wijk je dan even terug naar rechts, dus voor je linkerbeen, of rijd je schouderbinnenwaarts richting de korte zijde om vervolgens weer naar links te appuyeren. Zie figuur 2.’

Figuur 2 - Bastiaan de Recht
Figuur 2 – Bastiaan de Recht

 

Figuur 3 - Bastiaan de Recht
Figuur 3 – Bastiaan de Recht

 

Travers lukt niet op vier sporen of in het appuyement neemt het paard de achterhand onvoldoende mee

‘Allereerst moet wel het paard wel met impuls, takt en regelmaat blijven lopen. Anders heeft het nog geen zin om de travers of het appuyement schuiner te rijden. Is dit in orde dan kun je behalve door duidelijker te zijn met je buitenbeen, de voorhand juist wat naar buiten, de tegengestelde richting, sturen. Dit doe je door met twee handen naar buiten te plaatsen om zo de schouder oftewel voorhand van het paard naar buiten te sturen. Let er wel op dat je zelf niet op de buitenkant gaat zitten, de stelling naar binnen behouden blijft en de voorbenen niet gaan kruizen bij een travers.’

Volgende aflevering ‘Bastiaan de Recht legt uit’

In het laatste deel van deze instructieve serie worden de vliegende galopswissels behandeld. Voor een hoop ruiters toch een struikelblok. Bastiaan legt uit hoe hij het zijn paarden aanleert en wat je kunt doen bij problemen. Houd de Hoefslag facebookpagina en de website dus goed in de gaten!

Tekst: Carlijn de Boer
Foto’s: Sabine Timman

Reacties