In deze aflevering gaan we verder in op de andere zijgangen, waaronder schouderbinnenwaarts, travers en appuyeren, evenals het belang van schakelen in de zijgangen.

101108-RV106889RS‘Als je paard rechtgericht is en in balans loopt, kan je beginnen aan je schouderbinnenwaarts. Wij leren de schouderbinnenwaarts meestal direct in draf aan. Ik leer het de paarden op de binnenhoefslag, en in eerste instantie druk ik dan de achterhand naar buiten (foto). Zo maak ik weer gebruik van de drang die het paard heeft om op de hoefslag te lopen. Je maakt het voor je paard net iets makkelijker om het zo te leren. Ik weet dat er ook wel voor gekozen wordt om gereden op de hoefslag te proberen de voorkant naar binnen te zetten. Maar wij vinden dat je het je paard dan eigenlijk onnodig moeilijker maakt. Zodra je paard door heeft wat de bedoeling is, en dat gaat meestal redelijk snel, probeer ik pas vanaf de hoefslag de schouders naar binnen te zetten. In eerste instantie gaat het mij om de reactie. Het hoeft nog geen perfecte schouderbinnenwaarts (op twee hoefslagen en drie sporen) te zijn. Zeker in het begin mag het allemaal wat te schuin zijn. Liever dat, dan te recht.’

Leniger en handiger

‘Wij rijden veel schouderbinnenwaarts in onze training. Het is een oefening waarmee je meer controle over het binnenachterbeen krijgt. Meer dan bijvoorbeeld bij een oefening als wijken voor de kuit.

Meer dressuurinstructie vind je in de Hoefslag Academy

Aandachtspunt is dat je dat wat je aan de binnenkant krijgt niet aan de buitenkant verliest. Dus ook hier is het belangrijk dat je controle en nageeflijkheid over de buitenkant houdt. Als een paard eenmaal begrijpt wat de bedoeling is van schouderbinnenwaarts, gaan we weer schakelen. Het gevoel is hetzelfde als bij bijvoorbeeld het schakelen in het wijken. Je rijdt een soort middendraf in je schouderbinnenwaarts en denkt voorwaarts-zijwaarts. Het schakelen in de schouderbinnenwaarts levert een stukje tempocontrole in je oefening op, waardoor je de paarden leert met meer uitdrukking en uitstraling door de oefening heen te lopen. We kiezen er bij het schouderbinnenwaarts ook wel voor om een keer in de schouderbinnenwaarts een overgang naar de stap te maken en dan weer aan te draven. De verschillende overgangen en schakelingen wisselen we af, zodat het paard niet alleen leniger en handiger wordt, maar ook alert blijft op wat er komen gaat. Wat wij juist niet doen is keer op keer de schouderbinnenwaarts rijden zoals deze in je proef wordt gevraagd. Daar wordt het eigenlijk alleen maar minder van. We variëren juist heel veel, in tempo, maar bijvoorbeeld ook in schuinte. Door een schouderbinnenwaarts een keer veel schuiner te rijden, maak je het je paard moeilijker. Je zult zien dat als je daarna je schouderbinnenwaarts weer normaal inzet, dat in ene keer makkelijker lijkt. Wij maken het daarom in de training bewust moeilijker, zodat het paard er in de proef makkelijker doorheen loopt.’

Travers en galop

‘In galop rijden wij vrijwel nooit schoudervoor. Meestal is het juist makkelijk voor paarden om scheef te lopen in de galop. Ze neigen daar ook dikwijls naar. Daarom is het belangrijk dat ze echt recht leren galopperen.’

101108-RV106472RS‘Travers is een oefening die wij niet veel rijden. In sommige proeven is de oefening nu eenmaal opgenomen, daarom moet je ervoor zorgen dat je paard de oefening beheerst. Ik leer het mijn paarden meestal in draf aan door op de binnenhoefslag stelling naar buiten te nemen, en dan de achterhand met mijn buitenbeen naar binnen te duwen. Ik maak gebruik van de logische reactie van het paard, op zo’n stelling naar buiten, namelijk dat zijn achterhand makkelijker naar binnen gaat. Als een paard dit heel moeilijk vind, probeer ik het vanuit stap. Zodra het in draf lukt de achterhand naar binnen te duwen, pak ik de binnenteugel erbij en vraag ik de juiste stelling. Voor mijn idee heeft travers als oefening niet zo heel veel functie. Waar ik travers wel voor gebruik in de training, is als voorbereiding op de pirouette. Dus in galop, op een gewone volte, zet ik de achterhand een beetje naar binnen (foto). Dan maak ik de volte steeds iets kleiner, waarbij de achterhand naar binnen blijft gesteld, en zo werk ik naar de pirouette toe.’ In een volgende aflevering over pirouettes zullen we hier verder op in gaan.

Appuyeren, aanleren

101108-RV105428RS‘In de vorige aflevering hebben we het er al over gehad, dat zodra het wijken goed bevestigd is en er controle is over de buitenkant (zowel schouder als nageeflijkheid), we daarin een stapje verder gaan. We laten het paard wijken voor de kuit met stelling naar de kant waar het naar toe gaat. Dat is de eerste stap richting het appuyeren. Als je hiermee begint zet je de oefening nog als ‘wijken voor de kuit in’, dus je wendt rijdend op de linkerhand af op de korte zijde en je wijkt naar rechts, waarna je stelling vraagt naar de kant waar het paard heen gaat (naar rechts). Als ze dat principe snappen, dan maken we het stapje moeilijker door vanuit het rijden op de rechterhand ook naar rechts te appuyeren. De eerste keren wend je af vanaf de korte zijde, enkele meters voor de hoefslag. Je appuyeert dan naar de hoefslag toe en maakt op die manier weer gebruik van de natuurlijke drang van een paard om naar de hoefslag toe te gaan. Als dat goed gaat, maak je het moeilijker door een keer vanaf de hoefslag naar het midden te appuyeren. Het maakt dan in eerste instantie nog niet
uit of je precies op of nog een stukje voor de middellijn uitkomt.’

Inzet appuyeren

101108-RV106889RS‘Heel belangrijk – voordat je een appuyement inzet – is de juiste voorbereiding. De voorbereiding voor een appuyement bestaat uit het nemen van stelling naar de kant waar je naar toe wilt. Ik moet het gevoel hebben dat het paard aan de binnenkant loslaat en hol is. Over de benen blijft het paard rechtuit lopen. Op het moment dat ik het appuyement inzet, dan zet ik de schouder iets voor en bijna tegelijkertijd neem ik de achterhand met mijn buitenbeen mee. Als je je voorbereiding goed hebt gedaan én je de controle over de buitenkant en de buitenschouder van het paard voor elkaar hebt, gaat dat bijna als vanzelf. Heb je dat aan de andere kant onvoldoende voor elkaar, dan kom je ook in de problemen met het inzetten en verdere verloop van het appuyement. Wat je nogal eens ziet, is dat mensen hun paard schoudervoor zetten alvorens het appuyement in te rijden. Daar zijn wij geen voorstanders van, omdat bij de inzet de voorhand teveel voor is en je dat in je appuyement weer moet corrigeren.’

Gymnastische waarde

‘In de lessen maken we wel mee, dat mensen het paard niet genoeg scharend krijgen. De achterhand wil als het ware onvoldoende mee. De neiging ontstaat dan door heel veel met je buitenbeen te doen. Daar zijn wij geen voorstanders van. Wij leggen liever de focus op de controle over de (buiten)schouder van het paard. Door de schouder als het ware tegen te houden, kan de achterhand er bijkomen. We zeggen wel eens ‘probeer de schouders als het ware af te remmen’. Als dat dan gebeurt, dan zie je in ene keer de achterhand erbij komen. Controle over de schouders is heel belangrijk. Je moet er echt voor zorgen dat je de schouder kan ‘remmen’ op het moment dat je de achterhand er meer bij wilt. Daarom is het ook zo belangrijk om in alle oefeningen tempocontrole te houden. Dan kan je dit soort problemen in je oefening ook oplossen. Heb je die controle niet, dan lukt dat ook niet. Ook op het moment dat je paard naar binnen valt, als je bijvoorbeeld vanuit een volte het appuyement inzet, kan je dankzij de controle over de (binnen) schouder het appuyement corrigeren.’

Goede voorbereiding is de helft van je appuyement

‘Appuyeren heeft een behoorlijk grote gymnastische waarde. Je vraagt buiging, lossigheid over het hele lijf en activiteit van het binnenachterbeen. Toch oefenen wij het appuyeren niet heel vaak. Appuyeren is een oefening met een behoorlijke belasting voor alle gewrichten van het paard. Paarden zijn gemaakt om rechtuit te gaan. Als ze eenmaal kunnen appuyeren is het wat mij betreft goed, dan ga ik dat niet meer keer op keer oefenen. Er zijn meer oefeningen die ik niet vaak oefen in de training, omdat het behoorlijk belastend is voor het paard. Denk bijvoorbeeld aan uitgestrekte draf. Hoe gymnastiseer en ontwikkel ik mijn paard dan door? Het ‘geheim’ ligt hem in de voorbereiding. Dat stukje waarin je paard recht over de benen recht blijft, maar wel stelling naar binnen heeft. Daar kan je ook in schakelen. Doordat je paard over de benen rechtuit loopt, heeft het minder te lijden, dan wanneer je dat schakelen iedere keer in het appuyeren zou doen. Als je dat stukje voorbereiding echt voor elkaar hebt en daarin moeiteloos kan schakelen, is het zijwaarts gaan eigenlijk een ‘fluitje van een cent’. Wij zeggen wel eens: een goede voorbereiding is de helft van je appuyement.’

Zigzag appuyement

‘Een appuyement in draf is anders dan een appuyement in galop. Het is dus niet zo, dat als een paard een drafappuyement beheerst, hij ook in galop het appuyement kan. Dat moet je toch los van elkaar oefenen. De voorbereiding is echter wel hetzelfde. In galop moet je goed oppassen dat je sprong houdt, zowel tijdens de voorbereiding als het appuyement zelf. Wat wij wel eens doen in voorbereiding naar een wedstrijd toe, is het paard heel scherp opzij zetten met veel stelling. Je denkt dan aan alleen aan zijwaarts. Dat gaat bijna altijd ten koste van de sprong in galop. Het gaat er dan om dat het paard scherp blijft op je zijwaartse druk. Daarna rijden we het appuyement weer minder scherp. Dat gaat de paarden dan in ene keer heel makkelijk af. Het heel scherp opzij zetten is een grote belasting voor het paard. Daarom doen we dit – zoals hierboven omschreven – wel een keer in de voorbereiding naar een wedstrijd toe, maar behoort deze oefening niet tot de dagelijkse training.’

‘In een zigzag appuyement appuyeer je eerst enkele passen naar de ene kant, dan stel je het paard in een vloeiende beweging om en appuyeer je de andere kant op. Deze oefening kan zowel in draf als galop worden uitgevoerd. In galop wordt er bij het omstellen ook een changement gereden. In deze aflevering behandelen we alleen het zigzag appuyement in draf. Belangrijk bij het rijden van een zigzag is dat je het niet overhaast doet. Stel je appuyeert naar rechts. Dan bereid je je paard eerst voor 101108-RV107412RSop het rechterappuyement. Pas als hij echt stelling neemt naar binnen en los is zet je het appuyement in. Zolang de voorbereiding nog niet voor elkaar is, heeft inzetten van het appuyement geen zin. Dat is dus niet anders, dan bij het inzetten van een normaal appuyement. Vervolgens wordt er naar rechts geappuyeerd. Dan maken we het paard recht. Hij moet echt recht zijn, voordat je weer verder kan. Soms betekent dit dat je niet of nauwelijks aan je tweede appuyement toekomt. Maar zolang je paard niet recht is, heeft omstellen geen enkele zin. Ook nu is het enorm belangrijk te wachten tot hij loslaat, voordat je het linkerappuyement inzet. Soms betekent dit dat je maar een halve pas opzij kan. Doordat je je paard iedere keer laat wachten voordat je verder gaat, behoudt je de optimale controle en blijft het paard alert op de hulpen. Wij noemen dat ook wel het rijden van ‘wachtoefeningen’. Als het paard op een gegeven moment iedere keer mooi recht is, kan je een stapje verder gaan door het in je rechterappuyement al om te stellen naar links, waarna je de schouder mee neemt en naar de linkerkant appuyeert. De nadruk ligt niet zozeer op het appuyeren, maar meer op het omstellen. Hoe meer controle je over het rechtmaken en omstellen hebt, hoe mooier je oefening kan worden.’

Meer over appuyeren in de achtste videoaflevering van de Hoefslag Academy. 

Tekst: Karin de Haan | Foto’s: Remco Veurink

Vergelijkbare artikelen

Reacties