Bekkenfractuur

Bekkenfractuur

0 1469

Prince is een achttienjarige ponyruin en is sinds vijf jaar in bezit van zijn jonge eigenaresse. Zij gebruikt Prince altijd voor recreatief rijden en tevens ook voor springwedstrijden. In het voorjaar ging Prince in het weiland hard onderuit. Daarbij kwam hij in een spagaat terecht. Na het ongeluk kwam hij helemaal niet meer overeind.

De vader van de jonge eigenaresse besloot daarop de dierenkliniek te bellen, waarop de dienstdoende dierenarts er met spoed naar heen ging. Deze heeft Prince een sterke pijnstiller en een hoge dosering ontstekingsremmers gespoten, waarna de ruin in staat was om op te staan. Na een kort lichamelijk onderzoek vreesde de betreffende dierenarts dat er sprake kon zijn van een gebroken bekken. Vanwege de ernst van de situatie werd Prince direct naar de kliniek gestuurd voor nader onderzoek.

Het bekken

Het bekken van het paard vertoont grote gelijkenissen met het bekken van de mens. Het vormt de schakel tussen de wervelkolom en de achterbenen. Het heiligbeen, onderdeel van de wervelkolom, vormt een gewricht met het bekken middels het zogenaamde iliosacraal gewricht (ook wel SI gewricht genoemd). Het dijbeen vormt op zijn beurt weer een gewricht met het bekken middels het heupgewricht.

De bekkenholte is het achterste deel van de buikholte, dat zich binnen het benige bekken bevindt. Hierin bevindt zich onder andere de urineblaas (met de urinegangen), de endeldarm, de baarmoeder bij vrouwelijke dieren en de accessoire geslachtsklieren bij mannelijke dieren. Langs het bekken lopen tevens belangrijke bloedvaten en zenuwen die het achterbeen voorzien van  bloed -en zenuwwerking.

Het bekken zit bij het paard aan de buitenzijde goed ingepakt met grote spiergroepen. Door dit immense spierpakket wordt het bekken goed beschermd, waardoor breuken en scheurtjes van het bekken niet veel voorkomen.

Bekkenfractuur

Toch komt een bekkenbreuk wel eens voor, meestal na zeer fors trauma op het weiland. Denk hierbij vooral aan ongelukken als onderuit glijden en verkeerd terecht komen. Bekkenfracturen worden vooral gezien bij paarden onder de 4 jaar. De mate van kreupelheid is helemaal afhankelijk van welk deel van het bekken gebroken is. Is alleen de heupknobbel (tuber coxae) gebroken, dan kan het een matige kreupelheid geven. Is het gewricht erbij betrokken of een groot deel van het benige bekken, dan kan het een forse kreupelheid veroorzaken. In zeer ernstige gevallen kunnen sommige paarden niet zelfstandig op hun benen staan. Daarnaast bestaat het risico dat de grote bloedvaten en/of zenuwen beschadigd raken.

Indien een bloedvat beschadigd raakt, ontstaat het risico op een fatale bloeding. Bij zenuwschade ontstaat het beeld van een achterhandsverlamming (één of twee benen), continu uitschachten van de penis, en/of eventuele urine-incontinentie. De zenuwschade kan het gevolg zijn van directe schade door het afsnijden van de zenuw, maar kan ook komen door de immense zwelling die na een breuk ontstaat. Deze zwelling brengt de zenuwbanen namelijk in de verdrukking.

Het onderscheid tussen deze twee scenario’s is te maken door het paard ontstekingremmers te geven. Indien het paard binnen 48 uur een duidelijk verbeterde zenuwwerking heeft, dan lijkt het toch meer een beklemming ten gevolge van omringende weke delen zwelling.

Diagnostiek

Bekken- en heupafwijkingen zijn nogal eens moeilijk in beeld te brengen. Hoe forser de breuk en hoe groter de afwijkingen, des te beter alles in beeld is te brengen.

Veel bekkenbreuken zijn inwendig te voelen. Middels rectaal onderzoek kan het bekken aan de binnenzijde worden afgetast. In een acuut stadium voelt de dierenarts dan lokale zwelling en warmte zitten (soms ook een pijnrespons bij het drukken op de zwelling). Bij wat oudere breuken zijn de breukranden en de botnieuwvorming voelbaar. Bij sommige paarden kun je bij manipulatie van het bekken de afzonderlijke gebroken delen ten opzichte van elkaar horen kraken.

Net als met andere lichaamsdelen kun je de botten in beeld brengen met röntgenfoto’s. Het probleem is alleen dat het paard voor een goede bekkenfoto onder narcose moet worden gebracht. De reden hiervoor is dat het paard met zijn rug op de röntgenapparaat moet liggen. Aangezien het paard niet vrijwillig op zijn rug gaat liggen, is narcose altijd noodzakelijk.

Bij niet al te zware paarden die een probleem hebben om en nabij het heupgewricht, is het mogelijk om een staande röntgenfoto te maken. Het probleem is alleen dat de kwaliteit hiervan duidelijk minder is.

Met behulp van echografie is het mogelijk om het heupgewricht en de botbelijning van het benige bekken in beeld te brengen. Van buitenaf kun je het uitwendige benige deel bekijken en middels rectaal onderzoek is het mogelijk om het inwendige deel te bekijken.

Tevens kan met de echo worden vastgesteld of het heupgewricht geïrriteerd en overvuld is.

Bij sommige breuken tot in het gewricht kun je tevens bij een gewrichtspunctie bloed in het gewricht aantonen.

Terug naar Prince

Omdat Prince een E-pony was, was het mogelijk om staand een redelijke röntgenfoto te maken. Hierop was zichtbaar dat het bekken volledig tot in het gewricht gebroken was. Doordat de breuk doorliep in het gewricht, werd de prognose veel slechter. De eigenaren waren erg aan Prince gehecht, waardoor ze hem toch 48 uur de kans  wilden geven om te kijken of hij met wat tijd wat zou stabiliseren. Helaas ging de ruin liggen en kwam hij niet meer overeind. Zelfs het optakelen van het paard in een speciale broek, mocht onvoldoende baten. Vanwege de ernstige pijn die met alle pijnstillers niet te controleren was, en de ernst van de situatie, werd in overleg met de eigenaar toch besloten om Prince uit zijn lijden te verlossen.

Prognose

Voor Prince mocht het dus helaas niet baten, maar dat wil niet zeggen dat de prognose voor iedere heup- of bekkenfractuur slecht is. Indien het heupgewricht niet betrokken is bij de breuk, dan is de prognose voor een paard om weer een sportpaard te worden soms wel vijftig tot zestig procent. Bij betrokkenheid van het heupgewricht wordt de prognose duidelijk minder en komt het neer op zo’n dertig procent kans op een normale sportcarrière.

Uiteraard spreekt het voor zich dat bij zenuwuitval die na drie dagen behandeling nog steeds niet is verbeterd, de prognose ook vrij slecht te stellen is. In die gevallen wordt ervan uitgegaan dat er blijvende zenuwschade heeft plaatsgevonden.

Daarnaast is de manier waarop het bot gebroken is, ook van belang. Meervoudige breuken hebben een slechtere prognose dan een eenvoudige breuk. Bij meervoudige breuken is er namelijk veel meer sprake van instabiliteit van de gebroken delen. Hierdoor is er te veel beweging van de afzonderlijke fractuurdelen mogelijk, waardoor de afzonderlijke fractuurdelen de kans niet krijgen aan elkaar te groeien. |

 

Tekst: Don van de Winkel

Vergelijkbare artikelen

Reacties