‘Ik heb Skelton en Maher bewust vooraan gezet’

Groot-Brittannië heeft zijn gedroomde springwedstrijd gekregen. De Britten trokken na een zenuwslopende wedstrijd aan het langste einde en wonnen voor het eerst sinds 1952, de Olympische Spelen van Helsinki, weer teamgoud. Alsof zestig jaar frustratie eruit kwam, brak het publiek na de beslissende barrageronde van Peter Charles het tijdelijke paardensportstadion van Greenwich bijna vier dagen te vroeg af. 

Veel aandacht ging uit naar de feitelijke teamcaptain en eerste starter Nick Skelton. De man die al een eeuwigheid meespringt op het hoogste niveau imponeerde ook in de barrage met Big Star (v. Quick Star), het paard dat als enige van het hele veld, na drie ronden en een barrage, nog geen balk heeft laten vallen. Skelton: ‘Ik heb veel Spelen meegemaakt, veel fouten gemaakt en er lang op moeten wachten, maar vandaag is het dan gelukt. We hebben Big Star al als vijfjarige gekocht, echt met het oog op de Spelen en het is voor mij de laatste jaren een heerlijk gevoel geweest te weten dat ik zo’n paard op stal had staan. Hij is werkelijk in topvorm, maar op woensdag beginnen we allemaal weer op nul. Voor mijn gevoel kunnen alle 35 ruiters een gooi doen naar het goud.’

De einduitslag van deze olympische teamfinale had een stevig Nederlands tintje. Onze eigen equipe won zilver met drie KWPN geregistreerde paarden en ook de Britten hadden met Big Star, Vindicat (v. Guidam) van Peter Charles en Tripple X (v. Namelus) van Ben Maher drie in Nederland gefokte cracks in hun team. Daarbij fungeert de van origine Nederlandse Rob Hoekstra al enige jaren als bondscoach van de Britten. Hij moest de afgelopen jaren regelmatig de strijd aanbinden met de gevestigde orde, maar heeft nu als winnende coach het gelijk aan zijn zijde.
‘Er heeft inderdaad wel het nodige werk ingezeten. Drie jongens die in het team zitten, spraken enkele jaren terug niet eens met elkaar’, aldus de genationaliseerde Brit. ‘Het was vandaag heel leuk om juist met Nederland in de barrage te zitten. Mijn keuze om met Nick Skelton en Ben Maher te beginnen is heel bewust gedaan. Vaak wordt de sterkste ruiter als laatste ingezet, maar ik wilde met mijn twee sterkste jongens aanvangen om de druk bij de andere twee weg te halen. Deze keuze is prima uitgepakt.’