Marjo Appeldoorn
Niveau: dressuur/vaardigheid L
Paard: Nightshadow (Cocktail x Uniform), ruin, 15 jaar
Knelpunten: Paard zit vast op en is sterk op rechterzijde

Gerrit Kuiper
Niveau: dressuur/vaardigheid M/Z, samengesteld klasse 1
Paard: Samira (v. Samira), merrie, 12 jaar
Knelpunten: Problemen met stelling en buiging en het paard is soms weerbarstig als hieraan gewerkt wordt.

Sophie Geentjes
Niveau: samengesteld M (België)
Pony’s: Welsh-pony’s Johnny (voor, ruin, 11 jaar) en Madonna (achter, merrie, 12 jaar)
Knelpunten: rechtrichten

Een dag bij manege Chardon in Schipluiden. Voor drie menners die meededen aan de Pavo Sportactie én wonnen, een unieke kans om niet alleen eens in de keuken te kijken van viervoudig wereldkampioen IJsbrand Chardon, maar ook een les te volgen met hun eigen aanspanning.

Een succesvol outdoorseizoen is net voorbij voor IJsbrand Chardon of de indoor-wereldbeker is alweer begonnen met de volle winst in Hannover. Stuttgart, Stockholm, London en Mechelen volgen, al jaren superresultaten, allemaal te danken aan dag in, dag uit trainen van een volle stal toppaarden. Daarnaast draait de manege- en pensionstal gelegen in het Westland vlakbij Delft op volle toeren. Voor de vierspangrootmeester niet de grootste kopzorg, echtgenote Paulien zorgt met vaste krachten dat alles top verloopt op het vijfsterrenbedrijf.

IJsbrand kent geen van de drie aanspanningen uit de wedstrijdsport, maar alle drie menners krijgen tijdens de intensieve training voldoende huiswerk mee voor de komende maanden. Centraal daarbij staat: consequent zijn!

Activeren

Gerrit is de eerste die de baan betreedt met zijn sterke bonte merrie, super in conditie, zijn hulp gewapend met videocamera om de gehele training met beeld vast te leggen om thuis nog eens te bekijken samen met Gerrit’s trainer. Gerrit is zo’n tien jaar actief in de mensport, waarvan vijf jaar met Samira en sinds kort in de samengestelde wedstrijdsport. Zijn doel is om in deze les enige hulp te krijgen bij het stelling- en buigingsvraagstuk. ‘Daarbij kan mijn paard wat weerbarstig zijn en neemt hij te weinig druk aan.’ Al snel doorziet de vierspangrootmeester het probleem. IJsbrand: ‘De grootste fout die veel menners én ruiters maken is dat op het moment dat er problemen zijn in de stelling en buiging, men vergeet het paard bij te drijven, voorwaarts te houden. Gerrit’s paard is goed om mee te werken, maar ontduikt zich aan het werk en wordt daardoor soms wat onregelmatig. Je moet je paard meer bijrijden in de draf, het niet erg als een paard eens aangaloppeert, eerst activiteit en dan pas een volgende stap maken in de africhting.’ Een duidelijke verbetering treedt op bij de bonte merrie, stabieler en maakt meer de pas af. 

Op het moment dat er problemen zijn in de stelling en buiging zijn, vergeet men het paard voorwaarts te houden.

IJsbrand: ‘Zowel bij Marjo als bij Gerrit is het zaak eerst activiteit in hun paarden op te zoeken, het activeren van de achterhand moet niet gezocht worden in het terugrijden.’

Consequent

Je zet de wending in op twee leidsels. Bij een tandem zoals dat van Sophie is het helemaal belangrijk om een gelijke druk te hebben. Heb je een voor- of achterpaard maar op één leidsel, daar kom je geen wending of kegel in de vaardigheid mee door. Sophie heeft een hele fijne en stille hand en dat is bij een tandem cruciaal, ze voelt haar pony’s prima aan. Haar achterpony is relatief onervaren en bouwt teveel spanning op, haar voorpony is een wereldpony, die zouden we allemaal wel willen hebben. Bij haar is vooral het lussen leggen op de voorleidsels, dat wil zeggen onafhankelijk sturen van haar voor- en achterpony. Lussen leggen is van groot belang bij paarden, maar leer je je dat nu al goed aan, kan je daar je voordeel mee doen.’ Sophie luistert aandachtig en brengt de tips meteen in de praktijk. Resultaat: beter inbuigen en de pony’s volgen elkaars spoor nog beter.

Voor alle drie de combinaties geldt: consequent zijn en dat dit motto van de perfectionistische vierspankampioen, hem geen windeieren heeft gelegd is duidelijk. ‘Als je je paard iets vraagt, een simpele hulp geeft, moet er ook reactie komen. Ben je bijvoorbeeld te terughoudend, te voorzichting in je hulpen, dan krijg je ook vaak te weinig reactie. Gerrit is bijvoorbeeld geneigd terug te rijden bij een hupje van zijn paard en ook Marjo mag minder passief, dus actiever zijn in haar mennen. Natuurlijk gaan we uit van het ideale beeld, maar een paard als die van Gerrit moet je hier doorheen rijden. In tegenstelling tot ruiters hebben menners hun stem als hulp, maar ook hier schuilt weer een gevaar in dat er teveel gepraat wordt. Niet doen, dan luistert een paard niet meer en is het niet meer attent.’

Overgangen

Marjo’s Nightshadow is een eigen fokproduct en nadat ze enkele jaren recreatief mende, is ze overgestapt op de wedstrijdsport. Haar insteek van deze training is om goede tips te krijgen haar paard beter op twee teugels te krijgen, hij pakt nogal eens vast op de rechterkant.

Op het moment dat met het paard aan de slag wordt gegaan, wordt duidelijk dat er soms te veel spanning komt in het paard. IJsbrand: ‘Het is een fijn paard, maar vecht af en toe tegen de hand. Een paard kan alleen vastpakken als de menner de hand vastzet en dat doet Marjo – vaak onbewust. Loslaten is het devies.’ Als Marjo dit niet helemaal lukt, demonstreert IJsbrand dit door Marjo’s linkerhand vast te pakken en haar te dwingen om niet terug te trekken en de hand vast te zetten en nadat het paard even aan de gewijzigde aanpak moest wennen, treedt ook hier een verbazende verbetering op. ‘Wij zijn geen tovenaars. Een menner is ook niet gebaat bij een snelle verandering, maar als deze basisfoutjes worden opgelost, dan kan er weer doorgeschakeld worden naar een volgende stap in de training, in de africhting.’

Chardon_ApeldoornM-KuijperG-2Aangezien Marjo’s paard gedurende de les soms wat druk wordt, moeten er vaak overgangen vanuit de drafnaar de stap gereden worden door Marjo. ‘Belangrijk is dan dat in de training regelmatig naar stap wordt overgegaan, even aan de lange teugel om het paard weer tot zichzelf te laten komen en te ontspannen. Stapt je paard dan weer normaal, dan pak je hem weer op en werk je weer toe naar de draf, maar niet te overhaast, denk aan de regelmaat en je eigen manier van mennen. Marjo heb ik laten zien hoe vaardigheidskegels als hulpmiddel kunnen dienen in de training. Zeven paar kegels heb ik zodanig op twee middelgrote voltes gezet die als een acht gereden kunnen worden. Spelenderwijs worden Marjo én haar paard gedwongen om wendingen en voltes te gaan rijden, niet groot, niet klein. Staan er kegels, dan kan een paard niet meer over de schouder vallen.’

Passief

Gerrit is na afloop van zijn les een stuk wijzer geworden en zoekt vooral de oplossingen bij zichzelf: ‘Ik moet vooral met mezelf aan de slag, niet meer terugrijden en opvangen, maar voorwaarts rijden.’ IJsbrand legt ook uit dat menners vaak wat passief zijn in hun rijden. ‘Overgangen rijden is zo belangrijk in de training. Opschakelen, terugschakelen. Even naar stap en ook de galop – zeker bij enkelspanpaarden moet niet vergeten worden. In de M-dressuur wordt galop al gevraagd maar ook in de hindernissen.’

Het is zo belangrijk dat menpaarden ook onder het zadel worden gewerkt


Sophie’s pony’s zijn te klein om onder het zadel te worden gereden, tenminste op zo’n manier dat dit een toegevoegde waarde kan bieden voor de mensport. Maar als compensatie is Sophie zelf wel een zeer succesvolle paardensportallrounder. De 23-jarige Belgische heeft in de juniorenselectie uitgekomen en traint nu een aantal paarden op Z-niveau en weet dus hoe een paard en dus ook een pony correct moet worden afgericht en dat blijkt ook uit haar gelegenheidstandem dat ze vandaag naar Schipluiden heeft gebracht. Zowel de paarden van Gerrit als Marjo worden ook onder het zadel gereden. ‘Niet in de sport, maar vooral om mijn paard buigzamer te maken en aan de soepelheid te werken’, aldus Gerrit. IJsbrand deelt de visie van de deelnemers: ‘Het is zo belangrijk dat paarden ook onder het zadel worden gewerkt, al mijn vierspanpaarden worden met grote regelmaat getraind, maar dat training moet wel in het teken staan van de mensport.’

 

Tekst: Marie de Ronde-Oudemans

Reacties