Een goede voorbereiding is het halve werk. Een aantal vragen aan Maikel gingen over de voorbereiding op de wedstrijd zelf. Maikel vertelt hoe hij zijn paarden los rijdt en springt.

Van Der Vleuten Maikel (NED) - VDL Groep Sapphire‘Hoelang je je paarden los rijdt en hoe je ze voorbereid op het springen van een parcours op een wedstrijddag is niet altijd hetzelfde. Als ik met jonge paarden naar een wedstrijd in de buurt ga, rijd ik ze meestal een minuut of twintig los. Twintig combinaties voordat ik aan de beurt ben, ga ik op mijn paard zitten. Even de spieren opwarmen en loswerken door wat te draven en te galopperen. Meer doe ik niet, ik laat mijn paarden het liefst zoveel mogelijk met rust. Mijn paarden iets leren en sterker maken doe ik thuis, het mag niet nodig zijn dat dat op concours nog moet gebeuren. Acht combinaties voordat ik de ring in moet begin ik met springen. Een paar keer over een steilsprong en vervolgens een paar keer over een oxer. Daar ben ik mee klaar als ik nog drie combinaties voor me heb. Dan stap ik mijn paard even op adem. Vlak voordat ik de ring inga maak ik nog twee sprongetjes. Met jonge paarden is het vooral zaak op tijd te beginnen, zodat je de ontspanning kunt bewaren. Dat is soms wel eens moeilijk als een losrijterrein niet groot is, of als er heel veel ruiters aan het springen zijn. Dat bekijk ik van te voren altijd even, zodat ik eventueel wat eerder kan beginnen. Het rijden van het parcours is eerder in deze serie al beschreven.

Na het parcours draaf ik mijn paarden altijd even uit als ik terugkom uit de ring

Na het parcours draaf ik mijn paarden altijd even uit als ik terugkom uit de ring. Als cooling-down is dat goed, maar ook om het paard weer tot rust te laten komen. Vaak is het in de ring hectisch geweest, zeker in een barrage of snelheidsrubriek. Daarna is een paard vaak nog wat druk. Dat kun je mooi af laten vloeien door een paar minuten uit te draven. Daarna stappen wij de paarden uit tot ze weer helemaal op adem zijn. Daags na een wedstrijd hebben de paarden bij ons meestal een rustig dagje. Ze komen net als andere dagen in de stapmolen en als het mooi weer is in de wei. Ze worden niet intensief gereden, liefst maken we een ontspannen buitenritje. Longeren doen wij thuis ook, maar niet heel regelmatig. Dat beperkt zich over het algemeen tot ontspannen wat linksom en rechtsom laten draven en galopperen als ze een paar dagen hard gewerkt hebben en komt dan in plaats van rijden.’

Niet moeilijk maken

‘Op internationale wedstrijden zijn de proeven vaak pas ’s middags of ’s avonds. Dan rijd ik mijn paarden meestal ’s morgens even dressuurmatig en rijd ik voor de proef iets minder lang los. Ik ga er dan vijftien combinaties voordat ik aan de beurt ben op zitten. Voor mijn gevoel zijn ze dan net iets frisser. Hoe hoog ik losspring, is afhankelijk van de rubriek. Ik spring nooit hoger los dan de hindernissen in het parcours. Met de internationale paarden spring ik meestal niet hoger los dan 1.40m. Het gaat er om dat de paarden een paar keer rekken zodat de spieren los zijn. Ik rijd veelal voorzichtige bloedbeestjes, die van nature hun best doen. Daarom vind ik het ook niet nodig dat ze een fout maken op het voorterrein, zodat ze extra attent worden. Voor een wat onvoorzichtig paard kan het nut hebben een keer wat kort onder een hindernis te rijden zodat hij wat scherper wordt. Maar over het algemeen werkt het niet goed als je het een paard op het voorterrein moeilijk maakt. Dat gaat ten koste van de ontspanning en het vertrouwen. Een paard moet zo ontspannen mogelijk

Ik probeer de kracht en de concentratie zoveel mogelijk te bewaren tot in de ring

de ring ingaan, zodat het zich kan concentreren op de hindernissen. Als een paard de aandacht teveel op de ruiter heeft gevestigd let het minder op de hindernissen. Ik houd ook niet van veel springen op het voorterrein. Ik probeer de kracht en de concentratie zoveel mogelijk te bewaren tot in de ring. Ruiters die veel en hoog losspringen op het voorterrein doen dat naar mijn idee alleen maar om hun zelfvertrouwen op te krikken. Wat ik vertelde over het losrijden zijn globale richtlijnen, hoe ik een paard precies voorbereid laat ik vooral afhangen van het paard zelf. Een paard waarvan ik weet dat het erg fris en daardoor sterk is zal ik bijvoorbeeld wat langer rijden, zodat het de overbodige energie even kwijt kan. Maar ook de temperatuur speelt mee. Als het flink koud is, neem ik meer tijd voor de warming up. Als het erg heet is, zal ik wat minder intensief losrijden.’

Kijkerig

‘Jonge paarden kunnen nog wel eens wat kijkerig zijn in het parcours. Dat vind ik niet verkeerd, ik heb graag een paard dat goed oplet. Dat kun je niet oplossen door veel los te rijden of te springen. Met zulke paarden is het belangrijk dat je als ruiter voldoende handigheid bezit om in het parcours een keer door te kunnen drukken als dat nodig is en op tijd bij kunt sturen als zo’n paard naast de hindernis dreigt te lopen. Als die paarden ouder worden en meer ervaring krijgen, wordt dat kijkerige vanzelf minder. Maar ze blijven attent, wat dan vaak een voordeel wordt, omdat ze daardoor beter van het hout afblijven.

Sommige paarden hebben hun eigen manier van springen. Het heeft geen nut om daar tijdens het losspringen nog verbetering in aan te willen brengen. Sommige paarden springen nu eenmaal het gemakkelijkst met bijvoorbeeld wat minder ruggebruik. Daar kun je van alles mee proberen, maar ik ben er niet voor om zo’n paard uit zijn natuur te halen. Dat laat ik liever in zijn waarde. Kentucky is zo’n paard. Hij is in het werk goed te rijden en los van alle kanten. Maar hij springt graag met een wat rechte rug. Je moet natuurlijk wel goed weten of de oorzaak niet ergens anders ligt. Als een paard vast zit in de lendenen, kan het geen goede sprong maken. Dan zal naar de oorzaak gezocht moeten worden. Maar ook als een paard in de laatste galopsprongen voor de hindernis achter het bit blijft, zal het met een rechtere rug springen. Dat moet je thuis oplossen in het rijden. Ook in de verkeerde galop landen of overkruist landen zijn problemen die je niet op concours op kunt lossen. Dat moet je thuis doen als er een rijkunstige oorzaak achter zit. Ook dan moet je afvragen of er een veterinaire oorzaak achter zit.’ |

Tekst: Toin Diks | Foto’s: Dirk Caremans | Openingsbeeld: Remco Veurink

Vergelijkbare artikelen

Reacties